Netwerk Identiteit en Kwaliteit zoekt verband vakinhoud en identiteit

Netwerk Identiteit en Kwaliteit zoekt verband vakinhoud en identiteit
Leerlingen vinden een docent goed als hij veel dingen buiten het boek om doet, de buitenwereld bij de lessen betrekt en betrokken op hen is, stelt drs. Marja van de Lagemaat.

Het netwerk Identiteit & Kwaliteit (I&K) ziet hier kansen liggen om het onderwijs te verbeteren. I&K, een netwerk van scholen voor voorgezet onderwijs en drie christelijke hbo-instellingen, is vanaf het begin met deze punten bezig geweest, vertelt drs. Marja van de Lagemaat. Ze is docente Frans aan het Ichthus College in Veenendaal en marktmeester van het netwerk. I&K probeert de christelijke identiteit te verbinden met het onderwijs in de afzonderlijke vakken.

Achtergrond

Met welk doel is het netwerk Identiteit & Kwaliteit opgericht?

‘Het netwerk I&K is ontstaan op initiatief van docenten die zich met elkaar wilden bezinnen op de diepere filosofische en levensbeschouwelijke achtergronden van hun vak. Rond 1998 werd de Tweede Fase ingevoerd en daarmee kwamen niet alleen didactische vernieuwingen de school in, maar ademden de nieuwe methoden ook meer en meer de geest van postmodernisme. Christelijke denkers werden gemarginaliseerd, de rol van de docent moest veel meer naar de achtergrond en leerlingen moesten zelf op ontdekkingsreis en hun eigen waarheid construeren.

Tegen die achtergrond ging een groep docenten op het Ichthus College met elkaar aan de slag. Ze wilden meer inzicht krijgen in het perspectief dat vanuit de Bijbel geboden wordt. Door met elkaar te studeren, artikelen te lezen en sprekers uit te nodigen werkten de docenten aan verdieping van hun kennis. Dat werkte door in de les. Ze hadden meer te vertellen dan wat er in het boek stond, konden verbanden leggen met andere vakken, met stromingen in de maatschappij en verdiepten hun inzicht vanuit een bijbels perspectief.

Aanverwante scholen werden uitgenodigd en samen vroegen we subsidie aan toen het ministerie die mogelijkheid bood. Zo ontstond het netwerk Identiteit & Kwaliteit.’

Zoektocht

In welk opzicht is na zeven jaar het doel gehaald?

‘We zien dat er in de loop der jaren een brede beweging is ontstaan binnen de scholen en de hogescholen om aandacht te geven aan de verbinding tussen de christelijke identiteit en de vakinhoud. Toch is het ook een zoektocht. Waar ligt nu eigenlijk de verbinding tussen vakinhoud en identiteit? Zoeken we dat in de christelijke filosofie? Proberen we in onze lessen iets door te laten klinken van geloof, hoop en liefde? Of zoeken we het vooral in de ethiek? En hoe verhoudt dit alles zich tot de vorming van de leerling? Hier liggen nog punten die om verdere doordenking vragen.’

Inspiratie

Hoe functioneert de verhouding tussen identiteit en kwaliteit op een christelijke school het meest optimaal?

‘Het netwerk I&K probeert de blik van de leerling net even de andere kant op te richten en verbinding te maken met de wereld om ons heen waarvan wij geloven dat zij Gods wereld is. Het bezig zijn met die verdieping en bezinning nodigt docenten uit om zelf aanvullend lesmateriaal te maken. Soms voegt iemand een artikel toe aan de lesstof, soms ook wordt een heel project opgezet rondom een thema.

In de loop van de jaren is er veel materiaal gemaakt en inmiddels delen we veel materiaal met de scholen van het netwerk via de eigen website ienknetwerk.nl. Daarnaast verschijnt er elke maand een nieuwsbrief met lesideeën. Zo ontvangen docenten inspiratie om zelf aan de slag te gaan.’

Met elkaar

Bij het netwerk zijn reformatorische, evangelische, vrijgemaakte en protestants-christelijke scholen aangesloten. Hoe gaan deze verschillende deelnemers om met de christelijke identiteit en met elkaar?

‘Binnen alle scholen van het netwerk zien we een gedeeld verlangen om samen te luisteren naar de Bijbel en leerlingen te wijzen op het andere perspectief dat de Bijbel aanreikt. We zien dat er regelmatig dezelfde onderwerpen worden opgepakt. Zorg voor de aarde, rentmeesterschap en economie, techniek en media. Of: hoe sta je als christen in de maatschappij en hoe ga je straks aan je studie beginnen? Met welke visies krijg je te maken en wat is de achtergrond daarvan?

Maar er zijn ook verschillen. Bij het vak godsdienst zullen andere accenten gelegd worden, bij moderne literatuur maken docenten soms andere keuzes en bij vragen rond schepping en evolutie komen ook verschillende visies naar voren. Het mooie van het netwerk is dat je leert van de onderlinge verschillen. Je gaat met elkaar in gesprek over wat dit thema bij de leerlingen losmaakt. Je bevraagt elkaar en ontdekt soms een blinde vlek bij jezelf.’

Knelpunt

Waarom lukt het veel ervaren docenten niet of moeilijk om de inhoud van het christelijk geloof te verbinden met het vak dat zij geven?

‘Het lesgeven binnen het voortgezet onderwijs is intensief. Een docent heeft op een dag meerdere klassen die meestal vijftig minuten les hebben. In die tijd moet de leraar overhoren, aandacht geven aan leerlingen en lessen bespreken. Ook zijn er altijd veel praktische zaken te regelen. Een les glipt zo door je vingers.

Ik geloof wel dat er veel gebeurt op het gebied van verbinding met het christelijk geloof. Maar er is nog winst te behalen. Naar mijn idee zit het grootste knelpunt in het vastzitten aan de lesmethode. In zekere zin hebben we in Nederland een redelijke vrijheid ten aanzien van de exameneisen voor de vakinhoud. In andere landen is dat soms veel gedetailleerder geformuleerd. Die vrijheid moeten we gebruiken. Denken vanuit je einddoel, evalueren met je leerlingen en vertrouwen op je ervaring als docent. Hoe goed ken ik mijn leerlingen? Waar leren mijn leerlingen van? Hoe bereik ik die doelen? En op welke momenten kan ik verbinding leggen met dat andere perspectief? Welke thema’s lenen zich daarvoor? Waar zijn er momenten in de les dat ik de actualiteit erbij kan halen en met leerlingen een spade dieper kan gaan? Blik eens met leerlingen terug op het jaar dat voorbij gegaan is. Op welke momenten hebben zij iets van ‘vorming’ ervaren? Stel je kwetsbaar op en leer van je leerling.’

Vmbo

Op welke wijze besteedt I&K aandacht aan de vmbo-leerling?

‘In de begintijd van I&K waren de activiteiten vaak gericht op de bovenbouw havo/vwo. Maar elke docent weet dat een vmbo-leerling anders in elkaar zit dan een vwo’er. Veel jongeren op het vmbo zijn doeners. Voor hen zijn concrete activiteiten belangrijk om zich betrokken te weten bij de identiteit van de school. Daar komt steeds meer aandacht voor.

Een mooi voorbeeld is het project van de Gereformeerde Scholengemeenschap Randstad, waar leerlingen van het vmbo samen met ouderen een boek over hun leven gaan maken. Zo raken ze in gesprek over dat wat deze mensen hoop en steun gaf in het leven en leren ze van hun ervaringen. Een ander voorbeeld is het project Zorg voor de aardbol van het Calvijn College in Goes. Leerlingen denken na over rentmeesterschap en gaan concreet aan de slag. Ze maken een folder over duurzaamheid en prikken vuilnis op straat.’

Catechese

Kunnen catecheten ook iets leren van wat het netwerk biedt?

‘Het is goed dat er een aparte plaats is in de kerk waar het gesprek met jongeren gevoerd wordt. Binnen het netwerk hebben we geleerd bewust om te gaan met de stof die aan de orde is. Versimpel niet, maar durf door te steken naar de achterliggende vragen. En bij de catechese zul je dan uitkomen bij vragen rond schriftgezag en dergelijke. Ga dat niet uit de weg, maar voer als catecheten onderling ook het gesprek over de vragen die jongeren stellen.

Ten slotte, zowel voor het onderwijs als voor de catechese geldt: ken je jongeren, hou van hen, ga met hen in gesprek, stel je kwetsbaar op en leer van hen. Zo ben je samen discipel van onze grote Leraar.’

« Terug naar de lijst