Benzine over de bijbel

Paulus droeg littekens van de Heere in zijn lichaam. Het zou zomaar kunnen dat de tekenen van Christus’ lijden zichtbaar waren aan zijn handen en voeten. In India kun je tientallen voorgangers tegenkomen die wonden aan hun hals, hoofd en rug laten zien.


Aan de apostel gaven die littekens een zekere autoriteit, maakten ze duidelijk dat Paulus geen zondagschristen was, niet vrijblijvend alles in de waagschaal zette vanwege de kennis van Christus. Het kruis van Christus had zijn leven radicaal veranderd. Het is alsof hij daarom in de brief aan de Galaten schrijft: ‘Laat niemand mij lastigvallen, want ik draag de littekens van de Heere Jezus in mijn lichaam.’

Concentratie op de kern, op ‘Hem door Wie de wereld voor mij gekruisigd is, en ik voor de wereld’. Laten we ons niet laten afleiden door mensen en zaken die ons belemmeren in de focus op Jezus Christus, dát zeg je als je voor Hem in het lichaam geleden hebt. 

Getuige en martelaar

Op reis met SDOK (Stichting de Ondergrondse Kerk) ontmoet ik broeders die in het spoor van Paulus gaan. Sinds premier Modi in 2014 in India aan het bewind kwam, weet elke radicale hindoe dat hij vrij spel heeft om zich op christenen te richten. In de Indiase context betekent dit vooral aanslagen op kerkgebouwen (we schreven er eerder over) én vurige pijlen van de boze op hun léven.

Voorgangers die verlangen om anderen te laten delen in Gods liefde, die spreken over de Heere Jezus als dé Weg tot het leven – ze moeten tot zwijgen gebracht worden. Handlangers van de boze kunnen een boodschap van vrede immers niet verdragen. Maar…, deze predikanten zwijgen níet, maar spreken Paulus na: ‘En nu, ik reis, gebonden door de Geest (…) en ik weet niet wat ik zal tegenkomen, behalve dan dat de Heilige Geest van stad tot stad getuigt dat mij boeien en verdrukkingen te wachten staan. Maar ik acht mijn leven niet kostbaar voor mijzelf, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen…’ (Hand.20) Ze blijven getuigen van het Evangelie van Gods genade en beseffen dat de woorden ‘getuige’ en ‘martelaar’ in het Grieks aan elkaar verwant zijn. 

***

Messen en bijlen

Ds. Sumathi Prakash knoopt zijn blouse los, laat zijn hals en schouder aan ons zien. Littekens! Daarna vertelt hij zijn verhaal in woorden. Op de zondag voor Pasen in 2016 liepen acht hindoe-extremisten door zijn dorp en vielen ze vrouwen lastig. Toen kerkmensen de vrouwen wilden helpen, richtten de hindoes zich op de predikant, vielen ze hém aan met messen en bijlen.

Sumathi belandt in de gevangenis, waarna de organisatie ‘Liefde voor vervolgden’ – partner van SDOK – 1500 kilometer overbrugt om voor zijn vrijlating te komen lobbyen. Het resultaat is de inspanning waard: in een hoger gerechtshof wordt erkend dat Sumathi geen wapens had, dat zijn gemeente geen aanstichter maar slachtoffer was.

Inmiddels gaat Prakash verder met zijn werk, preekt hij elke zondag weer voor 200 mensen. Angst kent hij niet, evenmin als boosheid: ‘Waarom? We kennen Jezus Christus en geloven in Hem.’ Over zijn lichamelijke ongemak wil Sumathi het niet meer hebben… 

Op de Bijbel staan

Het verhaal van elke Indiase voorganger is als een puzzelstukje, soms met een afwijkende vorm, maar passend in de grote puzzel die vervolging heet. Daarom luister ik ook naar Deena Bhandu. Diens vrouw is in april 2016 zeven maanden zwanger, als Deena na een gebedsbijeenkomst een man met een hakmes voor zich ziet staan, samen met een andere overvaller. ‘Hij hield dit mes tegen mijn hals, terwijl ik de hindoegoden moest prijzen én op de Bijbel moest gaan staan. Toen ik dat weigerde, gooide hij benzine over de Bijbel. Het leek een wat grotere brand te worden, maar omdat er meer mensen aankwamen, vluchtten de aanvallers weg.’

Kijkt Deena met een trauma terug? ‘Nee, als ik zou sterven, dan was ik voor God gestorven.’ Ondertussen blijven de zestig, zeventig kerkgangers elke zondag komen. Bescherming is er niet buiten de zorg van de engelen. 

Dansen en films

Sam Roshan lijkt niet op Timotheüs, de man die van kindsbeen af het Evangelie voorgeleefd kreeg. Zijn helden kwamen uit Hollywood, en Sam wilde acteur worden, wilde leven in de filmstad van India. Dansen en films, daarvoor mocht je hem wakker maken. Totdat Sam tijdens het dansen van de vijfde verdieping van een gebouw valt en in het ziekenhuis belandt.

Een dominee bezoekt hem, legt hem Jesaja 53 uit, terwijl de jonge Sam denkt te gaan sterven. Hier begint hij te bidden, de Bijbel te lezen. Een bijbelschool van drie jaar volgt. Om helderheid te hebben waar de Heere hem als evangelist wil hebben, zondert hij zich veertig dagen af om te bidden en te vasten. Sam moet naar het noorden, een gebied waar weinig kerken zijn en belandt in een dorp waar slechts één hindoefamilie christen geworden was. ‘Zo bereidde God mijn komst voor.’ Twee jaar later gaan dertig gezinnen een kerkje bouwen. 

Afgodsbeeldjes

Problemen ontstaan in maart 2016 als jonge gelovigen de heidense rituelen de rug toekeren, als afgodsbeeldjes uit hun huis verdwijnen. Dat laatste is hindoes een doorn in het oog, en ze besluiten Sam te pakken, tijdens een doopdienst in de rivier. Met een mes verwonden ze zijn hand, met een stok slaan ze op zijn hoofd, met een mes beschadigen ze zijn maag, een schouder raakt uit de kom. Drie maanden ligt Roshan in het ziekenhuis.

En nu? Nu preekt hij weer, in zijn eigen dorp. ‘Want Gód wees me deze plaats aan om het Evangelie te verkondigen. Ik kijk naar David, die het met een steentje opnam tegen Goliath. Nee, eigenlijk kijk ik alleen naar Jezus Christus.’

Gesterkt in God?

Is elke vervolgde christen ‘gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht’, is blijdschap altijd de reactie op het lijden? Nee, en daarom is het mooi dat ik ook ds. Abraham Alluri ontmoet, samen met Mary, zijn jonge vrouw. De ouders van Abraham kregen een droom waarin de Heere bekendmaakte dat hun zoon ‘dienaar van God’ worden zou. Zelf dacht hij meer aan geld verdienen.

Als hij als student economie ziek wordt en ziek blijft, als er geen diagnose gesteld kan worden, komt de droom bij zijn moeder terug. Abraham houdt zijn leven niet langer voor zichzelf en wordt junior-predikant. Het brengen van het Evangelie in een ander dorp maakt dat hij in elkaar geslagen en in de gevangenis gebracht wordt. Mary hoort niets meer van hem, tot een klein bericht in de plaatselijke krant haar laat weten wat er met Abraham gebeurd is.

Vijftien dagen vast

Als Abraham de vijftien dagen in gevangenschap de revue laat passeren, houdt hij het niet droog. Emoties komen boven en hij huilt als een kind. Mijn reisgenoot ds. A. ten Brinke slaat een arm om zijn schouder. Een spontaan gebed onderbreekt het relaas van de man die zich schaamt voor zijn tranen.

Is deze predikant nu opnieuw een onverschrokken brenger van het Woord? Nee, naar een ander dorp gaat Abraham niet meer om te preken. Al dateert het incident van vier jaar geleden, zegt hij zelf: ‘Het is nog zo vers.’ En tóch, de boze mag zich geen winst toe-eigenen. Want, ‘mijn hulp zoek ik bij God.’

P.J. Vergunst

« Terug naar de lijst