Waar bent u naar op zoek?

Hoe voer ik een pastoraal gesprek?

13-01-2016

Niet elk (huis)bezoek leidt tot een echte ontmoeting. 'Wat kan helpen om elkaar te verstaan en op welke manier kun je als ambtsdrager, bezoekbroeder of bezoekzuster ook een tegenover zijn?', vraagt Cock Kroon.

Niemand begint op nul. Er zijn heel wat ambtsdragers, bezoekbroeders en zusters die ‘aanhikken’ tegen pastorale gespreksvoering. Deze spanning is herkenbaar maar tegelijkertijd ook onnodig want iedereen voert de hele week door gesprekken.

Dit gebeurt tijdens de ouderavond op school, onder de koffiepauze in de kantine, langs het voetbalveld op zaterdagochtend en ’s avonds tijdens de maaltijd aan tafel.

Daarnaast heeft elk mens ook ervaring met bezoeken aan of door hem die meer of minder prettig verliepen. Daarom weten we ten diepste wel wat nodig is voor een echte ontmoeting: vertrouwen, openheid, oprechte belangstelling, taalgebruik en voldoende tijd.

Deze elementen en vele andere kunnen we één op één overnemen voor ons bezoekwerk in de gemeente van Christus.

Voorbereiding

Het voeren van een pastoraal gesprek vraagt voorbereiding en blijvende oefening. Een gemeente die niet of nauwelijks investeert in toerusting rondom pastoraat, neemt zijn ambtsdragers en pastoranten onvoldoende serieus. Bezoekwerk is kostbaar.

Want waar gebeurt het nog dat je, hoewel je jezelf meestal uitnodigt, bij de mensen thuis mag komen en elkaar kunt bevragen over dat wat er in het leven echt toe doet? Tegelijkertijd is bezoekwerk ook ontzettend kwetsbaar. Er kan zomaar iets stuk gaan of ernstig beschadigen.

Soms zorgt de grote hoeveelheid bezoekadressen al voor de nodige spanning. Binnen welke termijn kan iedereen een keer bezocht worden? Door deze tijdsdruk kan de aandacht verlegd worden van kwaliteit naar kwantiteit. Maar is een gemeente erbij gebaat als de leden keurig binnen een bepaalde tijd (huis)bezoek hebben ontvangen? Door bezoeken die geen echte ontmoetingen zijn, wordt een gemeente(lid) niet opgebouwd.

Kennen

Je kunt als ambtsdrager een kaartenbak hebben gekregen met de bijbehorende verhalen, maar dat wil niet zeggen dat we dan die ander ook kennen. Dit kennen gebeurt pas als die ander ons toelaat in zijn huis en hart. Het kan voor pastoranten een hele geruststelling zijn als we niet op de hoogte zijn van alle ‘ins en outs’.

De mensen die we bezoeken, hoeven niet alles gelijk te vertellen. Dit kunnen we aangeven door te zeggen: ‘Vertel wat je wilt vertellen en zeg het gerust als ik te veel vraag’. De pastorant mag wat bewaren voor een volgende keer en toegroeien naar (meer) vertrouwen in zijn gesprekspartner.

Door middel van het bezoekwerk wordt een stap gezet in de leefwereld van de bezochte. Er vindt een ontmoeting plaats met een uniek persoon in een specifieke positie op een bepaalde plaats.

Het gaat niet om een deel van iemands levensverhaal. Het hele verhaal van hem of haar doet er toe. Het gaat God immers ook om de gehele mens en niet om een of twee deelgebieden die van betekenis zouden zijn. Zo ging Jezus trouwens ook niet te werk (Luk.5:27-28). Wie hier persoonlijk weet van heeft, kan in het spoor van de Meester niet anders dan een liefdevol oog en open oor hebben voor die ander.

Cock Kroon

Lees de volledige tekst van het artikel in De Waarheidsvriend van 15 januari 2016.