De dorpskerk, bewogen met vreemdeling en naaste

Geplaatst op 15-09-2020
De dorpskerk, bewogen met vreemdeling en naaste
In de dorpskerk worden en werden de dorpelingen gedoopt, ontvangen en ontvingen zij of hun ouders of grootouders het teken en zegel van het verbond. De doopvont in de dorpskerk is het hart voor het dorp. Dat mogen we in geloof zeggen, stelt dr. W. Verboom

De avondmaalstafel in de dorpskerk zou men het hart voor de belijdende gemeente kunnen noemen, maar de doopvont het centrum voor het dorp. Beide zijn verbonden met de preekstoel, de plaats waar het Evangelie wordt verkondigd.

Het is niet doorslaggevend of dorpsbewoners dat zelf zo zien, maar of God het zo ziet. Van de doopvont naar de mensen in het dorp trekt God een onzichtbare lijn. Hier worden en werden de dorpelingen gedoopt. Dat is de ene kant. De andere kant is dat de dorpsbewoners opgeroepen worden de doopvont als het centrum van het leven te leren kennen en het Evangelie toe te eigenen. Daar is geloof en bekering voor nodig.

De roep van de doopvont, via de verkondiging van het Evangelie op de preekstoel, dient om zo te zeggen door de open deuren van de kerk naar buiten te gaan en door het leven van de kerkgangers, hun weg te vinden naar de harten van de dorpsbewoners. De dorpskerk is in haar wezen missionair. Ze is missionair of ze is geen kerk.

Lees de volledige tekst van dit artikel in De Waarheidsvriend van donderdag 17 september 2020, of download de gratis pdf.

Bestel een los nummer, of neem een abonnement op De Waarheidsvriend.