God kan aanwezig zijn in afwezigheid

God kan aanwezig zijn in afwezigheid
Het gebeurt niet vaak dat iemand aan de eerste druk van zijn boek dertig pagina’s toevoegt. Ds. P.J. den Admirant uit Apeldoorn koos ervoor om Hij is niet ver. Op zoek naar Gods aanwezigheid uit te breiden met een hoofdstuk.

In de zonnige tuin van de pastorie spreken we over het ervaren van Gods aanwezigheid – of juist Zijn afwezigheid.

‘Met dit extra hoofdstuk wilde ik meer concreet ingaan op de ervaring van Gods aanwezigheid. De eerste vier hoofdstukken gaan over Gods tegenwoordigheid in de Bijbel; lessen uit de geschiedenis; de bijbelse toetsing van het spreken over gradaties in het ervaren van Gods aanwezigheid en lijnen naar het geloofsleven.

De praktische kant kon nog verder uitgediept worden. Ik heb gemerkt dat in de pastorale omgang met gemeenteleden veel gesprekken gaan over Gods aanwezigheid of (de ervaring van) Zijn afwezigheid. Mensen kunnen in moeilijke tijden rust en vrede ervaren, getroost worden door een tekst of een lied. Maar het gebeurt ook dat mensen weinig of vrijwel niets ervaren van Gods nabijheid. Ook dit komen we in de Bijbel tegen: in de psalmen vinden we genoeg verzen die spreken van het ervaren van Gods afwezigheid: ‘Waarom blijft U van verre staan? Waarom verbergt U zich in tijden van benauwdheid?’ (Ps.10:1) Het geeft vaak herkenning en troost om deze bijbelse spiegel voor te houden. Overigens zijn niet alleen mensen die kampen met ziekte en moeite op zoek naar Gods aanwezigheid. Ook mensen zonder problemen verlangen daarnaar.’

Gebroken wereld

‘In onze cultuur moet alles positief zijn. Met je geestelijke leven moet het goed gaan, en als dat niet zo is, vind je daar weinig oor voor en ontstaat er eenzaamheid. Maar in de psalmen worden ook gevoelens van verlatenheid, van ontreddering verwoord. Daarom houd ik zo van de psalmen: de rauwe werkelijkheid komen we erin tegen. In tijden van beproeving zijn er geen gepolijste antwoorden. We leven in een gebroken wereld waardoor we moeilijke dingen meemaken. Het hoeft niet altijd zo te zijn dat God ons beproeft of ons iets wil leren. Er zijn vragen waar we misschien nooit een antwoord op zullen ontvangen.’

Wat is uw verlangen met deze uitgave?

‘Graag wil ik mensen aanmoedigen om te zoeken naar Gods aanwezigheid, naar de sporen die Hij achterlaat. Zoals een tuinman sporen achterlaat in de tuin of dieren in het bos, zo laat God ook sporen achter. God laat Zijn sporen achter in de natuur, maar ook in ontmoetingen met mensen, een bezoek, een kaartje, een opmerking die je maakt en die blijft haken. Op die sporen moet je door anderen gewezen worden en ik hoop dat mijn boek daarbij van betekenis kan zijn. Ik voel mee met mensen die worstelen met de notie van Gods aanwezigheid. Ik hoop dat ze een blik kunnen ontwikkelen voor het opmerken van Gods sporen, maar vooral dat zij Gods aanwezigheid zoeken in Zijn Woord.’

Gradaties

‘Naar mijn mening zijn er gradaties in de ervaring van Gods aanwezigheid. In de dagelijkse omgang met onze medemensen ervaren we dat net zo: de ene keer is er sprake van een vluchtige ontmoeting, de andere keer van een diepgaand gesprek. Dat kan met één en dezelfde persoon. In de omgang met de Heere God is dat evenmin altijd hetzelfde. Ik hoop dat we gaan verlangen naar de directe aanwezigheid van God, zowel in de dagelijkse omgang met Hem als in de eredienst. Gaan we naar de kerk met de verwachting dat God daar aanwezig is? Dan bedoel ik niet dat we een bepaald sfeertje moeten opwekken, maar dat we verlangend uitzien naar de ontmoeting met God door Zijn woord, door de liederen en gebeden.’

U bent zes jaar lang voor de GZB in Chili werkzaam geweest. Gaan christenen in Chili anders om met de ervaring van Gods aanwezigheid dan christenen in West-Europa?

‘In Latijns-Amerika gaat men zonder meer uit van Gods aanwezigheid. Er is aanvaarding van Gods leiding. Een vrouw die een kind van anderhalf verloor, accepteerde dat zonder meer als de wil van God. De West-Europese mens is rationeel ingesteld en heeft een gesloten wereldbeeld; dikwijls vinden we het naïef om God erbij te halen. Zo kun je Gods hand ook niet opmerken.’

Heeft u in Hij is niet ver iets van uw eigen geloofsleven laten zien?

‘Niet direct. Ik heb geen persoonlijke verhalen van mijzelf opgenomen, maar het gaat ook niet buiten mezelf om. De momenten van Gods afwezigheid en van Zijn verborgen aanwezigheid zijn eveneens mijn ervaring. Bij de presentatie van de tweede druk in mijn eigen gemeente heb ik in een persoonlijk verhaal een toelichting gegeven, en ik merkte nog meer dan ik me daarvoor bewust was, hoezeer de thematiek van dit boekje me raakt. Het is verweven met mijn eigen geloofsbiografie.’

Hoe zit het nu bij een dominee, die elke dag met de Bijbel bezig is? Ervaart u dan meer van Gods aanwezigheid?

‘Het is een voorrecht om elke dag met de Bijbel bezig te zijn, met mensen te bidden en de Bijbel te lezen. Als ik een week geen preek hoef voor te bereiden, mis ik dat. In de studeerkamer merk ik de aanwezigheid van God, het werk van de Heilige Geest. Op de preekstoel merk ik bij momenten die aanwezigheid nadrukkelijk – ik spreek niet elke zin uit precies zoals ik hem heb opgeschreven. Er gebeurt iets op de kansel, er is sprake van interactie.

Maar het heilige kan wennen. Onwillekeurig kun je gaan denken – omdat je zoveel met het Woord bezig bent – het zit wel goed met mij. Vreemd genoeg kun je de omgang met de Heere gaan verwaarlozen.’

Hebt u zelf tijden gekend dat God ver weg leek?

‘Op mijn zestiende ben ik me de vraag gaan stellen: Waar is God? Hoe kan ik God leren kennen en vinden? Het was voor mij een ontdekking dat God komt waar ik mij bevond. Ik heb leren vertrouwen op Zijn belofte, dat Hij er is, ook op al die momenten dat ik niets van Hem ervaar.

We hebben moeilijke tijden gehad. De eerste zwangerschap van mijn vrouw liet jaren op zich wachten. Toen ze eindelijk in verwachting was, eindigde de zwangerschap na zeventien weken met een miskraam. Wij voelden verbijstering en ontgoocheling. Ziet U ons wel, Heere God? Ziet U ons staan? Daarna zijn er nog weleens tijden geweest dat God verborgen leek, bijvoorbeeld in Chili, als het gezin het moeilijk had, maar nooit zo heftig als toen. Ik heb ervaren dat God aanwezig kan zijn in afwezigheid – Hij kan er zijn ‘in de hunkering van ons hart naar Zijn nabijheid.’ Psalm 42 verwoordt dat zo prachtig:

Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen,

zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!

Mijn ziel dorst naar God,

naar de levende God.

Wanneer zal ik binnengaan

om voor Gods aangezicht te verschijnen?

Maar in die psalm is er geen sprake van totale verlatenheid. De dichter eindigt met de woorden:

Hoop op God, want ik zal Hem weer loven;

Hij is de volkomen verlossing van mijn aangezicht en mijn God.’

Esther Visser