Hongarije wil na veelbewogen geschiedenis niet onder Brussels juk terechtkomen

Geplaatst op 21-07-2020
Hongarije wil na veelbewogen geschiedenis niet onder Brussels juk terechtkomen
In 2004 werd Hongarije lid van de Europese Unie. De laatste jaren ligt premier Victor Orbán met zijn regering echter onder vuur: het land is nationalistisch. Klopt dit en zo ja, hoe christelijk is dat dan? vraagt dr. ir. J. van der Graaf.

De geschiedenis verklaart in dit geval veel. Het was 4 juni honderd jaar geleden dat het verdrag van Trianon werd gesloten tussen de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog en Hongarije. Dat gebeurde in Versailles, in het paleis met de naam Grand Trianon. Er viel niets te onderhandelen. De geallieerde vredesvoorwaarden moesten onvoorwaardelijk worden geaccepteerd.

Het land werd gereduceerd tot nog slechts 29 procent van zijn oorspronkelijke grondgebied. Ongeveer 3,3 miljoen Hongaren kwamen buiten Hongarije te wonen, in het huidige Roemenië, in Slowakije, in Servië en in Oekraïne.

Het verdrag van Trianon heeft een diep trauma nagelaten onder de Hongaarse bevolking. Afgezien van materiële belangen was er vooral het leed van families die van elkaar werden gescheiden. De Hongaarse delegatie voor Trianon werd geleid door graaf Albert Apponyi. Die heeft uitgeroepen: ‘Nem, nem soha!’, ‘Neen, nee, nooit!’. Maar nooit werd voorgoed.

Lees de volledige tekst van dit artikel in De Waarheidsvriend van donderdag 23 juli 2020.

Bestel een los nummer, of neem een abonnement op De Waarheidsvriend.