Opnieuw zeventig jaar

Opnieuw zeventig jaar
Zeventig, in de Bijbel is het een bijzonder getal. Getallen hebben in het Woord van God vaak een diepere betekenis, die soms verborgen is. Nu bestaat de staat Israël zeventig jaar, precies de periode dat het volk in ballingschap verbleef, in Babel.

Op de recente geschiedenis van het Joodse volk én op haar bijzondere plaats in Gods omzien naar Zijn wereld, gaat ds. H. Liefting vandaag in, in de themabrochure die bij ons blad gevoegd is. Op deze plaats geven we slechts aandacht aan de lengte van Israëls verblijf in Palestina, zeventig jaar. Voor het oog is vijftig jaar – de verjaardag van de Raad van Kerken, over tien dagen – een mooier jubileum, of het eeuwfeest van de SGP. Juist zeventig is in de Bijbel echter een getal dat opvalt. De Heere rekent anders dan mensen… 

Loofhuttenfeest

In Genesis 10, kort na de zondvloed, lezen we hoe zeventig volken van de wereld van de drie zonen van Noach afstammen. Zeventig, het is het getal van de volkeren van de aarde. Het is tien keer het getal van de volheid: zeven, het getal dat wel vijfhonderd keer in de Bijbel voorkomt. In Genesis 10 zien we in de zeventig namen symbolisch de volkeren genoemd, die zich verspreiden over verschillende regio’s op aarde.

Om die reden worden tijdens het Loofhuttenfeest tien keer zeven stieren geslacht, voor alle volken één. Het is het pelgrimsfeest, waarin herdacht wordt hoe Israël als volk van God onderweg was door de woestijn, waarin herdacht wordt dat we voor ons levensonderhoud en onze bescherming totaal aangewezen zijn op de Heere. Later (Deut.32) zal Mozes schrijven: ‘Toen de Allerhoogste aan de volken het erfelijk bezit uitdeelde, toen Hij Adams kinderen van elkaar scheidde, heeft Hij het grondgebied van de volken vastgesteld overeenkomstig het aantal Israëlieten.’ 

Persoonlijk eigendom

Gelijk voegt Mozes hieraan toe dat ‘het deel van de Heere Zijn volk is’, het volk waarnaar Zijn bijzondere genegenheid uitgaat. Altijd zien we in de Schrift twee lijnen, namelijk dat heel de aarde van de Heere is én Israël anders is dan elk ander volk. Neem wat God kort voor het uitspreken van de Tien geboden zegt: ‘Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij.’ (Ex.19:5)

Al zeventig jaar mag het Joodse volk opnieuw in Palestina wonen, om geen andere reden dan om te ontdekken en ermee te leven dat de Heere zijn erfelijk bezit is.

*** 

Mensenleven

Het getal zeventig zegt niet alleen iets over de volken, maar ook over een mensenleven. Terwijl in ons land de gemiddelde leeftijd stijgt, terwijl in ontwikkelingslanden de gemiddelde levensverwachting veel lager is, leren we uit het gebed van Mozes (Psalm 90) dat een mens zijn jaren als een gedachte doorbrengt. ‘De dagen van onze jaren: daarin zijn zeventig jaren, of, als wij zeer sterk zijn, tachtig jaren…’, jaren die grotendeels gevuld zijn met verdriet en moeite.

Deze aanduiding tekent onze kleinheid ten aanzien van God, voor Wie duizend jaar als één dag is, Die er was voordat Hij de aarde en de wereld voortbracht. Daartegen staan zeventig jaar als een geheel mensenleven, tien keer zeven, het getal van de volheid. Wie tien jaar langer leeft en tachtig mag worden, ontvangt die periode als een extra geschenk van God. 

Naar Babel

Waar Israël sinds 1948 zeventig jaar thuis woont, werd het volk in de zesde eeuw voor Christus voor dezelfde tijd naar Babel gevoerd. Ondanks de belofte uit Deuteronomium 28 dat de Heere ervoor zorgen zal dat de vijanden verslagen worden (een belofte die echter gelinkt was aan het leven bij Zijn geboden) werden de Joden naar Babel gevoerd. Hoelang verblijven ze daar? Zeventig jaar. Jeremia had het reeds voorzegd: ‘Want zo zegt de Heere: Voorzeker, pas wanneer zeventig jaren in Babel voorbij zijn, zal Ik naar u omzien en over u Mijn goede woord gestand doen, door u terug te brengen naar deze plaats.’

Na die zeventig jaar wekte de Heere (Ezra 1) de geest van de Perzische koning Kores op, zodat de belofte van Jeremia in vervulling gaan zou. Politiek is die terugkeer uiterst bijzonder, evenzeer als de Joodse emigratie naar Palestina na de Tweede Wereldoorlog. De genadige hand van God is erin op te merken. Dat lezen we concreet in de Bijbel: ‘Toen stonden de familiehoofden van Juda en Benjamin, de priesters en de levieten op, allen bij wie God de geest had opgewekt om op te trekken om het huis van de Heere te bouwen, Die in Jeruzalem woont.’ Tegelijk zien we de hand van Hem in de algehele geschiedenis van de wereld, waarbij Hij voortdurend over Israël waakt, waarbij Hij (Ps.2) lacht over het rumoer van de volkeren. 

Wereldwijd

Het was Mozes die van de Heere zeventig oudsten bijeenbrengen moest, om met hem de leidinggevende last te dragen. Zij ontvangen een deel van de Geest van God om voor enige tijd te profeteren. Het aantal leden van het Sanhedrin, het Joodse gerechtshof, was naast de hogepriester zeventig. Dit aantal symboliseert dat de Heere Jezus veroordeeld is door de volkeren van de aarde.

Als we dit lezen, begrijpen we de legende die verhaalt hoe de vertaling van de Hebreeuwse Bijbel in het Grieks plaatshad door zeventig geleerden in zeventig dagen. Als we dit alles lezen, zijn we vooral geraakt door de uitzending van de zeventig (Luk.10) door de Heiland! Het getal van volheid laat ons hier zien dat de verkondiging van het Koninkrijk van God in een wereldwijd perspectief staat. Deze verwijzing naar Genesis 10 maakt duidelijk dat de Heere alle volken op het oog heeft, juist ook in Zijn verkiezing van Israël. 

Mozes’ afscheid

Wat zegt het ons dat er vorig jaar januari in Parijs zeventig landen in een conferentie bijeenkwamen om de vrede tussen Israël en de Palestijnen te bevorderen? Premier Netanyahu van Israël was er niet bij, omdat hij geen zin had ‘een dictaat door anderen opgelegd te krijgen’. Onderstrepen deze zeventig naties het geheel van de mensheid, waardoor bevestigd wordt met welke woorden Mozes van het volk afscheid nam, namelijk dat ‘Israël alleen zal wonen, en veilig’?

Het blijft waar wat Mozes sprak voordat hij de berg Nebo beklom: ‘U bent een volk dat door de Heere verlost is. Hij is een schild en een hulp voor u, Hij is uw majesteitelijke zwaard…’ 

Steen voor de volken

Wie de doorgaande lijn van Gods werk in deze wereld volgt, zal naar Israël blijven kijken, ook als de Joodse staat haar zeventigste verjaardag herdenkt. Speculeren, daar wordt niemand wijzer van. Op welke wijze de wereldgeschiedenis verder ontrold wordt, we weten het niet. Slechts is waar dat de Heere geen van Zijn beloften ter aarde vallen laat.

Er zal daarom een dag komen dat Hij Jeruzalem maken zal ‘tot een steen die moeilijk te tillen is voor al de volken’. Wie die steen optillen wil, zal zichzelf diepe sneden toebrengen (Zach.12:3). En ooit zal Jeruzalem rouwen over Hem Die zij doorstoken hebben, zoals men bitter rouwklaagt over een eerstgeborene. ‘Zie, er komt een dag…’ – woorden die we bij de profeten lezen. 

Wederkomst

Als gemeente van Christus worden we geroepen tot waken en bidden. Immers, voordat Jezus terugkomt, ‘zal het hart van de mensen bezwijken van vrees en verwachting van de dingen die de wereld overkomen zullen, want de krachten van de hemel zullen heftig bewogen worden.’ En ‘Hij Die van deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig’.

P.J. Vergunst