Syrisch-Armeense christenen komen thuis, maar niet echt

Geplaatst op 16-09-2013
Syrisch-Armeense christenen komen thuis, maar niet echt
Onder de SyriŽrs die de oorlog ontvluchten, bevinden zich duizenden christelijke ArmeniŽrs. Ze kunnen probleemloos terecht in ArmeniŽ als broeders en zusters van hetzelfde huis. Het is thuiskomen, maar niet echt, schrijft Marie Verheij.

Drie volle dagen trek ik in Armenië van Syrisch-Armeense familie naar Syrisch-Armeense familie om te horen wat zij hebben ervaren en hoe ze een nieuwe toekomst willen opbouwen. Ik ga op pad met ds. Asatur Nahapetyan, secretaris-generaal van de Armeens-evangelische baptistenunie. Via baptistengemeenten, ondersteund door de Nederlandse hulporganisatie Kom over en help, ontvangen de vluchtelingen eten, stookmateriaal of kleding.

De meesten zijn hier al een tijdje. Ze kwamen midden in de winter, de periode van grote kou in Armenië. Volgens het Armeense ministerie van Diaspora zouden er ongeveer 6000 tot 8000 Syrische Armeniërs in het land zijn. Anderen stellen dat er al 20.000 tot 25.000 via Armenië zijn uitgeweken naar elders. ‘Armenië erkent ons als Armeniërs', zegt de Syrisch-Armeense vluchteling Antranik. ‘Armenië is ons moederland. Hier zijn we veilig.' Andere Syrische Armeniërs vliegen via Damascus naar Beiroet en Jerevan. Ook zijn er die de rit over land maken, via Turkije en Georgië. Sommigen rijden door Irak en Iran naar Armenië.

De tocht door Turkije boezemt angst in. Armeense vluchtelingen uit Syrië wantrouwen Turkije uit de grond van hun hart. Dat heeft te maken met de tragedie in 1915 die uitmondde in volkerenmoord op ongeveer 1,5 miljoen Armeniërs in het Ottomaanse Rijk.

De vluchtelingen wonen niet in tentenkampen zoals je zou verwachten, maar met velen bij elkaar in appartementen die ter beschikking zijn gesteld door familie of vrienden. Zo ook het gezin van Antranik en Talinn, op drie hoog. Ga zitten, zegt Talinn gastvrij en ze wijst naar de bank, twee stoelen en een tafel. In de hoek ligt een stapel matrassen onder een kleed.
Talinn (40) serveert koekjes en Syrische koffie. Antranik (48) laat de familiebijbel zien. Ze woonden met hun drie zoons, Arsin (15), Garabid (12) en Alex (10), in Kamishli aan de Syrisch-Turkse grens, een stad met een mix van etnische groeperingen van voornamelijk Koerden, Syriërs en Arabieren. Christenen in Kamishli zijn vooral Syrisch- en Armeens-orthodoxen.
De situatie in ons land werd onhoudbaar toen de Arabische ‘lente' er neerdaalde, vertelt Antranik. ‘Jihadisten uit Afghanistan, Jemen, Qatar, Saudi-Arabië' - Antranik noemt nog meer landen op - ‘werden steeds actiever in Syrië', zegt hij. ‘Ze zaaien haat en verderf. Ontvoeringen zijn schering en inslag. We durfden onze kinderen niet meer naar school te sturen.' De ‘bevrijders' van Syrië zijn volgens hem soennieten, salafisten en extremisten van buitenaf. ‘Ze zijn geronseld om te vechten tegen Assad en het Syrische leger. Sommigen komen uit Afrika, anderen uit Europa, zelfs uit Nederland.'