Wij-zij denken

Geplaatst op 21-01-2020
Wij-zij denken
Wie zich negatief uitlaat over bepaalde groepen in de samenleving, doet aan wij-zij denken. Dat is niet in de haak, vindt men. Met groepsdenken werk je mee aan onnodige polarisatie, vat ds. A.N. van der Wind samen.

Of is dit slechts taal van de elite, ook onder christenen?

Nathanaël zei: ‘Kan uit Nazareth iets goeds komen?’ (Joh.1:47) Deze Israëliet vormt zich een mening over Jezus op grond van Zijn herkomst. Zo vindt de eerste beoordeling van iemand plaats op basis van stereotypen. Daarvan zijn in de Bijbel vele voorbeelden te vinden. ‘Joden hebben geen omgang met Samaritanen’, zegt de vrouw uit Sichar (Joh.4:9). Christus gaat echter het gesprek met haar aan. Hiermee doorbreekt Hij het wij-zij denken. Doelbewust overbrugt Hij de afstand tussen Joden en Samaritanen. Toch deinst Hij er niet voor terug ook een tegenstelling te benoemen: ‘U aanbidt wat u niet weet; wij aanbidden wat wij weten, want de zaligheid is uit de Joden.’ (Joh.4:22) 

Kretenzen

Een sterk voorbeeld is de uitspraak van Paulus: ‘Kretenzen zijn altijd leugenaars, kwade beesten, luie buiken. Dit getuigenis is waar.’ (Tit.1:12b-13a) Mag je een hele bevolkingsgroep zo over één kam scheren?

Lees de volledige tekst van dit artikel in De Waarheidsvriend van donderdag 23 januari 2020.

Klik hier om een los nummer te bestellen, en hier om een abonnement op De Waarheidsvriend te nemen.