Aanraking nodig

Lichamelijk contact was voor Jezus uiting van Zijn liefde voor mensen

De voorbije jaren spraken we wereldwijd over de MeToo-beweging. Terechte aandacht was er voor mensen die lichamelijk te dicht bij de ander kwamen. Psychotherapeuten constateren inmiddels het omgekeerde, ‘nood aan lichamelijk contact’.

Als in de studententijd mijn vrijgezelle hospita van iemand een zoen kreeg, was dit een uitzonderlijk moment, dat zo weinig plaatshad dat er altijd iets ongemakkelijks bijkwam. Het maakte dat ik erover nadacht: Hoe is het als je niet of nauwelijks een knuffel – het woord dat we vandaag gebruiken – krijgt? Zelden was het voor mijn hospita in die jaren zeker, het was in de tijd dat de gewoonte bij een begroeting drie keer te kussen nog niet uit Brabant en Limburg overgewaaid was naar heel ons land. 

Anderhalve meter

Inmiddels leven we al maanden op ten minste anderhalve meter afstand van elkaar. De eerste beleefdheidsvorm die je aan je kinderen leert (het geven van een hand en het noemen van je naam), blijft achterwege. We zijn het inmiddels zo gewend dat elke ontmoeting snel een ongemakkelijke start kan hebben. Immers, rituelen doen ertoe, drukken iets uit. Ja, dat laatste ook: de wijze waarop ik iemand begroet, toont de verbondenheid die je met iemand ervaart. Nu dat wegvalt, maakt dit de samenleving anders.

Artsen uiten hier en daar de zorg dat een samenleving op afstand meer slachtoffers maken kan dan het coronavirus zelf, een uitspraak die ons wel verbaast. En toch, ook psychiaters spreken over het verlangen van onze huid om aangeraakt te worden, wat niet altijd door een mens hoeft te gebeuren, wat ook kan door een dier, bij kinderen een knuffeldier. Wetenschappers geven aan dat aanraken op de juiste manier en de juiste tijd angst en stresshormonen kan verminderen en ons immuunsysteem kan versterken. ‘Huidcontact leidt tot emotionele zekerheid en ondersteuning van het vermogen tot communiceren.’ Voor de christelijke gemeente is deze constatering een punt van aandacht: mensen die minder aangeraakt worden, voelen zich sneller buitengesloten en hebben meer kans om ziek te worden. 

Pastoraat en diaconaat

Terwijl gelukkig weer aan de eredienst deel te nemen is – de kerkdienst in elk geval online te volgen is – komt het aan op pastoraat en diaconaat. Mij trof het recente voornemen van een jonge predikant om in zijn agenda te gaan schuiven om gezinnen op te zoeken die nog niet voor de eredienst intekenden. Dan zoek je als herder de schapen, dan haal je mensen erbij die zichzelf dreigen buiten te sluiten. In de onzekerheid over de inrichting van het kerkelijke werk voor het nieuwe winterseizoen tekent dit het herdershart.

Ook de diakenen mogen zich beraden op hun roeping in de situatie die we beleven. Ik las van een huisarts deze woorden: ‘Als we volharden in een bijna contactloze samenleving, dan worden mensen eerder ziek, dan ontstaan of verergeren psychische klachten, vereenzamen de ouderen. We moeten het elkaar ontlopen niet het nieuwe normaal, maar vreselijk abnormaal gaan vinden.’ Een pleidooi om buiten de RIVM-regels te wandelen is dit niet, beslist niet. Ook als er richtlijnen zijn, moet je echter blijven nadenken over het samen-leven met de ander. Het zijn de bekende Vlaamse psychiaters Dirk de Wachter en Damiaan Denys die ervoor pleiten te investeren in vriendschappen, gesprekken van hart tot hart. 

Voelbare nabijheid

De voorbije maanden hebben ons geleerd hoe gemankeerd het leven zonder lichamelijk contact kan zijn. Met de ouderling van dienst die bij de kansel op afstand de predikant toeknikt, kunnen we leven. Als je familie of goede vrienden op hoogtijdagen in het leven op de afgesproken afstand moet houden, schuurt dat met ons mens-zijn. Wanneer je met handschoenen aan, een mondkapje voor en een beslagen bril op je neus naast je stervende moeder zit, ervaar je het diepst hoe het coronavirus de menselijke band verstoort.

Voelbare nabijheid, als mens kunnen we er niet zonder. Het is de zonde die scheiding in de wereld maakte, scheiding tussen God en mens, scheiding tussen mensen onderling. Vanaf het begin was het anders, was het goed. De behoefte aan aanraking is ons mensen ingeschapen. Juist in de christelijke gemeente hebben we nu oog voor degenen die ervaren dat er niemand is die hen meer aanraakt. 

Cultuur

Beslist is er een groot cultureel aspect in aanraking tussen mensen. In Arabische landen is er altijd veel afstand tussen mannen en vrouwen, terwijl mensen van hetzelfde geslacht omhelsd worden. In Aziatische landen is een buiging de wijze van begroeten. Onze verseksualiseerde westerse omgeving maakt dat we goed beseffen dat ongewenste aanrakingen ingrijpend zijn, juist voor degenen die met misbruik, dwang, macht te maken kregen. Tegelijk blijft menselijke aanraking binnen de kaders waarin dit gepast is, een uiting van meeleven, verbondenheid, troost. Onderzoek wijst uit dat mensen met weinig zelfvertrouwen het meest behoefte hebben aan uitingen van genegenheid. 

*** 

Christelijke geloofsleer

Het is de Bijbel die ons voorgaat in een positieve visie op lichamelijkheid. De zonde wortelt in onze geest, onze opstand tegen God. De zonde wortelt niet in onze lichamelijkheid. Hiermee houdt verband dat het Woord van God nergens aanleiding geeft tot verachting van het lichaam, ook al is het onderworpen aan de vergankelijkheid. Een positieve waardering van ons lichaam hoort bij de christelijke geloofsleer, een gegeven dat ondergesneeuwd raakte in de tijd dat het Griekse denken over het lichaam als ‘tijdelijk stoffelijk omhulsel’ overheersend was. Als de wijsgeer Plato het lichaam een kerker van de ziel noemt, kunnen we hem niet volgen. De bemoeienis van de Heere met ons mensen raakt ons totale bestaan, niet alleen de geest.

Als gehele mens zijn we geschapen naar het beeld van God. Mens-zijn betekent levend in lichamelijkheid voor Gods aangezicht. In Psalm 84 lezen we over het verlangen naar het huis van de HEERE: ‘Mijn hart en mijn lichaam roepen uit tot de levende God.’ Het is ons lichaam dat ons mogelijkheid tot communicatie geeft. Paulus roept de gemeente van Rome ertoe op (Rom.6:12) ‘de zonde in hun sterfelijke lichaam niet te laten regeren’, maar (12:1) ‘uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig: dat is uw redelijke godsdienst’. Diepgaand is de uitspraak van de apostel dat ons lichaam een tempel van de Heilige Geest is. Wat kan er rijker over gezegd worden? 

Jezus’ rondgang

In deze maanden is het onterecht een tekort aan lichamelijke ontmoeting en contact te relativeren met de gedachte dat we kunnen beeldbellen of online vergaderen. Non-verbale communicatie doet in het gewone leven helemaal mee. Aanraking is wezenlijk in een ontmoeting, zodat Jezus na Zijn opstanding nadrukkelijk tegen Maria Magdalena moest zeggen: ‘Raak Mij niet aan.’ Dat was wel het ‘oude normaal’.

In Zijn rondgang op aarde heeft de Heiland vele mensen aangeraakt. In hun leven komt Hij uiterst dichtbij. In Bethsaïda neemt Hij de hand van een blinde, bij de zee van Galilea steekt Hij bij een dove Zijn vingers in de oren en raakt diens tong aan, in de sterfkamer van Jaïrus’ dochtertje pakt Hij haar hand. Dit had plaats in de tijd dat het aanraken van een dode een grote onreinheid was. 

Goed, vriendelijk, barmhartig

Het is een onzinnige vraag voor vandaag: ‘Hoe zou Hij in de anderhalvemetersamenleving Zijn weg gegaan zijn?’ Te allen tijde eerde en gehoorzaamde Jezus de overheid. Van Hem kunnen we wel leren dat Hij de ander in elke situatie als mens zíet, dat Hij volkomen gericht is op het leven van de ander. Zijn goedheid en vriendelijkheid maken dat ouders hun kinderen bij Hem brengen, kinderen die Hij omhelst. Zijn liefde en barmhartigheid gaan uit naar de ander, naar de meest kwetsbare, naar eenzamen, stervenden, rouwenden. Lichamelijk contact en menselijke aanrakingen als uitingen van Zijn liefdevol hart deden helemaal mee. 

Prediker: een bestemde tijd

Christelijke gezinnen en de christelijke gemeente zijn bij uitstek de plaatsen om in de navolging van Christus naastenliefde vorm te geven. Als menselijke aanraking in de gebruikelijke zin nog even niet kan, blijft er wel aandacht, toewijding, omzien naar de ander. De liefde is creatiever dan dat de beperkingen groot zijn. Meer dan dat vergaderen in deze tijd lastig is, meer dan dat er in onze werkomgeving beperkingen gelden, míssen we de handdruk, de hug, de omhelzing, de begroeting met een zoen – net wie je voor je hebt.

Het leven kent veel afwisseling, is een landschap vol tegenstellingen, heeft ons geleerd dat wij de omstandigheden niet naar de hand zetten, dat maakbaarheid niet aan de orde is. Heeft de schrijver van het bijbelboek Prediker dit gezien, toen hij aangaf dat er een tijd is om te omhelzen én een tijd om zich ver te houden van omhelzen? Nu het laatste werkelijkheid is, blijft staan dat de liefde niet vergaat, liefde die wegen zoekt naar het hart van de ander.

P.J. Vergunst