Alleengaand in de kerk

Het andere accent van het Nieuwe Testament

Is de positie van alleengaanden niet slechts een andere dan die van de getrouwde - niet meer en ook niet minder? In de kerk zal niet iedereen dit zomaar beamen, al doet de Bijbel dit wel. Dát is apart.

Onlangs mailde ik even met een vrouw die een nieuw evenwicht in haar leven moet vinden, nu ze gescheiden is. Haar man ging met een andere partner verder. Wat schreef ze? ‘Ik merk dat onze gemeente heel erg gezinsgericht en daarna ouden van dagen gericht is. Misschien is dat wel de reden dat veel gescheiden mensen na verloop van de tijd de gemeente/kerk verlaten, zoals mijn indruk is.'

Aan het woord is iemand die vijftien jaar een gezin had, zich koesterde in de aandacht die er in de gemeente voor jonge ouders is. Gesprekje bij de kinderoppas, contact met gemeenteleden op het schoolplein, dankbaar voor de opvoedkring - en blijkbaar gaan de ogen pas open als je zelf alleen komt te staan.

 

Standaard

Ondertussen wordt hier wel een punt van aandacht aangereikt. Is de christelijke gemeente anno 2012 er vooral voor de standaardburger, wie dat dan ook wezen mag? Gaan we in onze kerkelijke gedachten uit van mensen met een redelijk inkomen, van gezinnen met x-aantal kinderen?

Als hier sprake van is, mogen we om de beurt voor een kennismakingsweek naar de kerk in de stad, waar hoog- en laagopgeleide mensen, wellicht ook yuppen én daklozen samen leren van het Evangelie te leven.

 

Taalgebruik

Het is mooi om dit nummer van <i>De Waarheidsvriend<p> te wijden aan de positie van alleengaanden in de gemeente. Tegelijk is het een signaal dat het blijkbaar nodig is. Hoe kijken we in de kerk naar die 43-jarige man die alleen in de bank voor ons zit, of die 28-jarige vrouw die als laatste binnenkomt en meestal snel weer weg is?

Ons taalgebruik verraadt in dit opzicht veel. We distantiëren ons niet van het woord ‘overschieten', dat in de samenleving gebruikt wordt voor degenen die niet tot een vaste relatie, een huwelijk komen. Veelzeggender nog is dat er in de voorbede in de eredienst soms in één lange zin aandacht besteed wordt aan zieken, gehandicapten, aan hen die alleen door het leven gaan. Zo mag het niet.

 

Staphorst

De opbouw van de bevolking in Nederland maakt sowieso dat de kerk er heel goed aan doet niet alleen op het gezin te focussen - hoe nodig dat overigens ook is. Daar heeft immers allereerst de geloofsoverdracht plaats, wordt het geweten gevormd, is er zorg voor elkaar. Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek vertellen dat in de steden momenteel veertig procent van de inwoners alleengaand is. Verwacht wordt dat het aantal alleengaanden de komende jaren met enkele honderdduizenden zal toenemen, tot 3,3 miljoen in 2025.

Die groep alleengaanden is heel divers. Als mensen gemiddeld ouder worden, komen er meer weduwen en weduwnaars. Relatieproblematiek, ook het onvermogen bij jonge mensen om tot een intieme relatie te komen, maakt dat tegenwoordig ‘dertig jaar en weer alleen' niet uitzonderlijk is.

Die toename zal ook buiten de grote steden plaatshebben. In 2025 zal Nederland naar verwachting nog één gemeente tellen waar minder dan een kwart van de bevolking alleengaand is: Staphorst. Die naam geeft aan dat gezinnen in orthodox-christelijke kring oververtegenwoordigd zijn, wat niet mag leiden tot geringere aandacht voor de alleengaanden.

 

Goed - niet goed

De waardering van het leven van alleengaanden heeft alles te maken met het idealiseren van het huwelijk, met onze kijk op het leven hier, op ons zicht op de eeuwigheid. De Bijbel spreekt ervan dat we tot onze bestemming moeten komen.

Het is opvallend dat Oude en Nieuwe Testament hierin een eigen accent leggen. Al in het paradijs - waar het refrein na elke dag klinkt dat God ziet dat het goed is - zegt de Heere: ‘Het is niet goed dat de mens alleen is.' (Gen.2:18) Deze tekst wijst in de eerste plaats naar het huwelijk, al wordt dat woord zelf niet gebruikt. Dat is de samenlevingsvorm die God aan de mens gegeven heeft, Zijn antwoord op de realiteit van de schepping dat de mens die gemaakt is om niet alleen te zijn. Daar wijst ook de geslachtelijkheid op: de mens is man of vrouw, die lichamelijk en psychisch aangelegd is op een intieme relatie met iemand van het andere geslacht.

Overigens wijst Genesis 2:18 wel vooral, maar niet alleen naar het huwelijk. In het Oude Testament is het huwelijk de norm, waarvan de vreugde niet alleen bezongen wordt in het Hooglied, maar bij voorbeeld ook in Spreuken 5: ‘Verblijd je over de vrouw van je jeugd, een zeer lieflijke hinde.' Dit accent op het huwelijk maakt dat het Oude Testament weinig aandacht aan de alleengaande geeft.

 

Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament legt een heel ander accent dan de opdracht vruchtbaar te zijn en te vermenigvuldigen. Waar in het Jodendom de gedachte leefde dat eeuwig leven te maken heeft met het krijgen van zonen om de familienaam in stand te houden, stelt Jezus het Koninkrijk van God centraal. Hij leert dat het huwelijk voor het leven op aarde is, niet noodzakelijk voor het Koninkrijk der hemelen. Jezus schept een nieuwe familie van hen die de wil van Zijn Vader doen.

Zijn boodschap van dat Koninkrijk is zo radicaal dat we in Lukas 17 lezen: ‘Ik zeg u: In die nacht zullen er twee op één bed zijn. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden.' Waar de gerichtheid op de bruiloft van het Lam centraal staat, benadrukt het Nieuwe Testament het voorlopige karakter van het huwelijk.

 

Mattheüs 19

Niet alleen het huwelijk wordt in het Nieuwe Testament gerelativeerd - al houdt het tegelijk als afschaduwing van de verhouding van Christus tot Zijn gemeente grote waarde -, maar er gebeurt nog iets. Jezus bevestigt dat de ongehuwde positie van de alleengaande niet betekent dat hij of zij als mens niet compleet is. In Mattheüs handhaaft Jezus het hoge ideaal van het huwelijk én relativeert Hij het huwelijk vanwege het gekomen Koninkrijk. Omdat niet iedereen dit begrijpt, sluit Hij af met: ‘Wie dit vatten kan, laat die het vatten' (19:1-12).  

In dat hoofdstuk wijst de Heiland op mensen die ongehuwd blijven omdat ze vanwege een aangeboren handicap niet kunnen trouwen, die volgens het Joodse huwelijksrecht na een ‘ontmanning' (tegenwoordig zeggen we gecastreerd, als dat om medische redenen voorkomt) niet mogen trouwen of die vanwege het Koninkrijk der hemelen niet willen trouwen.

 

Levensbestemming

Het ongehuwd-zijn is in de Bijbel een vooruitwijzing naar onze uiteindelijke levensbestemming, zodat het nu reeds een roeping is om je volledig aan de dienst van God te wijden. We mogen daarom nooit zeggen dat een ongehuwde niet tot zijn of haar bestemming gekomen is, ook al is dit het denken in vele culturen.

Het feit dat Jezus Zelf ongehuwd bleef, laat al zien dat je als alleengaande volledig tot je bestemming als mens komen kunt. Velen die van grote betekenis geweest zijn in het Koninkrijk van God, zijn Hem daarin gevolgd: de vorig jaar overleden Anglicaanse leider John Stott was ervan overtuigd dat het Gods bedoeling was dat hij ongehuwd bleef. ‘Ik zou nooit zoveel hebben kunnen reizen en schrijven wanneer ik de verantwoordelijkheid zou hebben gehad voor een vrouw en een gezin.' Ook Bonhoeffer bleef ongetrouwd, al verloofde hij zich in de oorlog. Een kerkenraad die in het beroepingswerk een sterke voorkeur heeft voor een getrouwde predikant, zal dit beleid op grond van de Bijbel niet kunnen onderbouwen.

 

1 Korinthe 7

Richtinggevend voor alleengaanden is ook 1 Korinthe 7, waar Paulus schrijft dat ‘het goed is voor een mens om geen vrouw aan te raken'. De apostel noemt zowel het getrouwd zijn als het ongehuwd-zijn een genadegave. Onze levenssituatie is Gods speciale genadegave aan ons. In dit onderwijs was de apostel, net als Jezus, revolutionair, omdat hun ongehuwde levens een voorbeeld waren voor christenen die niet eerder een ongetrouwde godsdienstige leider ontmoet hadden.

Ongehuwd zijn en getrouwd zijn, beide feitelijke levenssituaties zijn een gave van God, waarin er geen sprake is van meer of minder. Dat betekent dat een alleengaande zich niet hoeft af te vragen of hij of zij de kracht heeft om het ongehuwd zijn aan te kunnen, net zomin als een gehuwde zich dat hoeft af te vragen. Zo geeft de Bijbel ruimte om op een gezonde manier als vrijgezel te leven. Voor Gods aangezicht.

Totdat de gedaante van deze wereld voorbij zal zijn. Dat richt ieder binnen de christelijke gemeente op de dag van Jezus Christus.

P.J. Vergunst