Begraven en de kerk

Op vakantie in een ander deel van het land en zeker over de grens loop ik nogal eens over het kerkhof. De plaats van rust, stilte en bezinning leert je hoe families en een samenleving als geheel zich haar doden herinneren.

 Omgaan met de dood en de kijk op het leven horen bijeen.

Het was op de middag van Hemelvaartsdag, buiten op het terras van een restaurant in het Gelderse. Vijftigers en zestigers genoten op het tafeltje naast ons van een gezellige middag. Plots deelde een van hen tamelijk luidruchtig wat de wensen voor zijn eigen uitvaart waren: ‘Over mij hoeft niemand te janken. Ik heb gewoon een mooi leven gehad. Niks geen ingetogenheid als ik er niet meer ben. Laat er vooral gelachen worden, met veel bier.’ 

Jezus is bewogen

In verschillende varianten hoor of lees je uitspraken als deze. Verbaasd hoef je over deze keuzen niet te zijn, want we weten dat Nederland het minst religieuze land van West-Europa is. En toch, altijd weer komt lacherig spreken over de dood bij je binnen, omdat de Bijbel er haaks op staat: De dood als loon van de zonde (Rom.6), alle mensen die verschijnen moeten voor de rechterstoel van Christus (2 Kor.5), eeuwig leven als genadegave voor degene die gelooft (Rom.6), Jezus Die huilt en ‘heftig bewogen is in Zichzelf’ als Lazarus in het graf ligt (Joh.11). Stoere taal over je eigen einde – er zijn niet zoveel dingen die meer schokken.

Want als de dood voorbijgaat, dan stap je van je fiets om de rouwstoet te laten passeren. Zo leerde je het als kind. 

Geen eiland

Onze samenleving gaat anders om met de dood. Als God en hemel uit het vizier raken – en al helemaal de bijbelse toekomstverwachting, over de Zoon des mensen voor Wiens troon de volken bijeengebracht worden –, dan wordt alles aards, vlak, vergankelijk. Dan vieren we zelfs lucht en leegte.

Al word je meer dan honderd jaar

toch ben je hier, heel even maar.

Pluk daarom de dag, met een lach. 

*** 

De christelijke gemeente verkeert niet op een eiland en haar leden ademen dagelijks in wat leeft in de lucht. Het kan niet anders dan dat ook in de kerk een rouwsamenkomst van karakter verandert, dat gemeenteleden anders vormgeven aan de wijze waarop ze iemand de laatste eer bewijzen (overigens, is ‘de laatste liefde bewijzen’ niet een mooiere uitdrukking?).

Dankdienst

Uitvaarten in hervormde gemeenten laten je als eerste zien dat het woord ‘rouwdienst’ minder gebruikt wordt, dat veel mensen kiezen voor een ‘dankdienst voor iemands leven’. Tegelijk krijgt een dienst of samenkomst in weinige jaren meer en meer een sterk persoonlijk karakter, is het vooral een herdenkingsbijeenkomst geworden van wie de overledene was, met soms informatie uit het intieme leven. Een ‘In memoriam’ door de kinderen of kleinkinderen, vooraf of tijdens de bijeenkomst, maakt plaats voor een laten zien wat iemand deed, voor het draaien van zijn muziek. Zelfs het je richten tot de overledene is geen uitzondering meer: ‘Mama, wat zal ik je missen,’ ‘Opa, wat hebben we samen toch mooie wandelingen gemaakt. Hopelijk word je zelf ook blij als je eraan denkt.’

Psalm 116

Ten aanzien van de zondagse eredienst bepaalt de kerkenraad de inrichting. Voor de rouwsamenkomst doen de wensen van de familie mee. De samenkomst die aan een uitvaart voorafgaat, staat daarom veel sterker onder invloed van de cultuur, waarin de mens als unieke persoon en waarin onze beleving centraal zijn komen te staan. Hier en daar zijn er predikanten die nog aarzelen als de familie vraagt of Psalm 116 aan de orde mag komen, want ‘dat was de lievelingspsalm van oma’. Waarom ze aarzelen? Omdat het Woord van de andere kant komt, het Woord dat zij namens hun Zender verkondigen willen. Hier hoeft echter geen tegenstelling te liggen. Een van onze emeritus predikanten zei ooit: ‘Zolang men niet voorschrijft wát ik over Psalm 116 moet zeggen, heb ik hiermee geen enkele moeite.’

Lastiger wordt het als een meer randkerkelijke familie graag de dominee wil laten spreken én Marco Borsato ten gehore laat brengen. Elke gemeente kent in dit opzicht dilemma’s. Worden die groter als ook meelevende families meer dan ooit de persoon van vader of oma willen herdenken, wie hij was en wat zij deed? En doen we al dan niet terecht concessies om het Evangelie te kunnen verkondigen, om de familie bij de kerk te bewaren? Voor het formuleren van een antwoord heb je de zachtmoedige wijsheid uit Jakobus 3 nodig.

Geschiedenis

Helpend in overwegingen die in plaatselijke kerkenraden aan de orde zijn, is kennis van de geschiedenis, van het karakter van een rouwsamenkomst. Weinig mensen weten meer dat in de gereformeerde traditie het houden van een kerkdienst bij een begrafenis geen oude papieren heeft. We zijn verbaasd als we ontdekken dat in de lijn van de Reformatie en de puriteinen uitgedragen is dat ‘bidden en lezen bij het graf krachtig moet worden afgewezen, omdat ze op geen enkele wijze nuttig zijn voor de doden en op velerlei wijzen schadelijk voor de levenden’. Ongetwijfeld heeft het te maken met weerstand tegen de uitgebreide begrafenisliturgie uit de rooms-katholieke traditie.

Waar in de hervormde kerkorde het leiden van een begrafenis niet genoemd werd bij de taken van een predikant, spreekt de kerkorde van de Protestantse Kerk wel over ‘het leiden van diensten van rouwdragen en gedenken’, als het om de taak van de predikant gaat. Lange tijd hadden de gemeente en haar ambtsdragers geen taak bij een begrafenis van een van haar leden, wat een verwereldlijking van de begrafenisgebruiken tot gevolg had. Begraven werd overgelaten aan de gemeenschap waarbinnen iemand geleefd had: familie, buren.

Gerelativeerde dood

In een hoofdstuk in de bundel Als wij samenkomen legt prof. M.J.G. van der Velden uit waarom de zorg voor de uitvaart in de Reformatie betrekkelijke aandacht kreeg. ‘Sterven en begraven kregen minder accent, omdat de beslissingen elders gevallen zijn: in de verkondiging van de dood en opstanding van Jezus Christus, in de doop als teken en zegel van vernieuwing en de toekomstige opstanding, in de rechtvaardiging van de goddeloze, in het avondmaal als bevestiging en verzegeling van de vaste beloften van de komende bruiloft van het Lam. Men zou kunnen spreken van een gerelativeerde dood. In het hele leven moet plaats zijn voor de overdenking van het toekomstige leven.’

Deze woorden moeten we lezen tegen de achtergrond van een levensbesef waarbij de dood aanwezig was.

Midden in het leven

zijn we door de dood omgeven,

luidt de vertaling uit een lied van Luther.

Soberheid en rust

Nu leven we in 2019, een tijd van beleving en individu, een tijd van ontkerkelijking, van soms geen boodschap hebben aan de kerkelijke traditie, ook een tijd van toenemend besef van onze roeping het Evangelie te delen met degenen die hiervan vervreemd zijn. Als de familie voor een samenkomst kiest, moeten we helder hebben dat de begrafenisbedienaar de bijeenkomst leidt. De predikant is voor niet meer gevraagd dan om het Woord te openen en toe te passen. Door de kracht van de Heilige Geest mogen we hiervoor dankbaar zijn. ‘De Heere geneest de gebrokenen van hart, Hij verbindt hen in hun leed.’ (Ps.147)

Is er een samenkomst onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad, dan zal de liturgie van de gemeente bepalend zijn en is er overleg over de wensen van een familie. Dan staat de gemeente om de bedroefde familie heen, in gebed en lied. Soberheid en rust doen er dan toe. En het kunnen honoreren van wensen van een familie zal zich bewegen tussen ruimte en grenzen. 

Gemis ervaren

Juist in de spanning tussen cultuur en Evangelie mag het bijbelse onderwijs over dood en leven in de gemeente zelf plaatshebben. Mij lijkt de keuze voor ‘dankdienst voor iemands leven’ dan op z’n minst wat eenzijdig. Ook als dankzij Christus’ opstanding en het geloof in Hem er de gegronde hoop op het eeuwige leven is, is er een tijd om te rouwen, om gemis te ervaren, in het besef van de scheiding tussen mensen die elkaar van harte liefgehad hebben.

‘Jezus weende’, toen Zijn vriend Lazarus in het graf lag. De Heiland staat niet alleen naast de bedroefden, de macht van de dood raakt Hem innerlijk. En Hizkia verwoordt dat ‘het graf U niet zal loven, de dood U niet prijzen; wie in de kuil neerdalen, zullen op Uw waarheid niet hopen.’ Verdriet over het sterven – het is geen tegenstelling met het Evangelie als blijde boodschap dat de dood op Golgotha verslonden is. 

Bijbels onderwijs

Onlangs maakte ik het mee dat een kleinkind tot haar overleden oma sprak. De predikant ontving de woorden om er goed mee om te gaan door hierbij aan te sluiten voor hij bidden ging: ‘Oma hoort ons niet meer, maar we gaan in ons gebed spreken tot God, Die altijd hoort.’ Dat is geen formele correctie, maar zachtmoedige wijsheid.

In prediking en catechese ontvangen we veel ruimte om de gemeente in een veranderende cultuur te leren ten aanzien van dood en leven. Daar en dan richten de evangelielampen zich op Jezus Christus, Die Zijn kerk troost: ‘Ik ben de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid.’

P.J. Vergunst