De Bijbel in het leven

‘Ik voel een soort dankbaarheid en stevigheid die ik lang niet meer voelde.’ Het waren de woorden van een Vlaamse docent na onze gesprekken over de Bijbel, deze zomer op de camping.

Ook in 2018 mogen we in het gewone leven die Bijbel ter sprake brengen. 

Bij de afwas was het begonnen, ons gesprek over geloof en leven, over houvast en overgave, over rooms-katholiek of protestant. Op de camping gebeurt dat, als mensen enige dagen of weken zich in de mini-gemeenschap voegen, als je buiten leeft, als je vér van huis intieme dingen tegen een ander deelt die je thuis nauwelijks aan je vrienden vertellen durft.

Tom was leraar Levensbeschouwing en religie, ergens in de buurt van Antwerpen. Over godsdienstige thema’s sprak hij met jonge mensen, zonder zelf een vast ijkpunt te kennen. Zo raakten we aan de praat, tijdens de afwas. De gedachte dat God Zich laat kennen aan een man die biddend de Bijbel leest, was nieuw voor hem. Zo ver weg kan Hij in onze samenleving raken voor een docent in het bijzonder onderwijs. Juist daarom was het mooi om na de vakantie van hem te horen: ‘Ik voel een soort dankbaarheid en stevigheid die ik lang niet meer voelde.’ 

Onder ons gewoond

De Bijbel is onder ons. We mogen de Bijbel niet opsluiten in onze kerkelijke wereld, haar alleen verbinden met stille tijd en catechese, met kerkdienst en kringwerk. In deze adventsweken lezen we Johannes 1: ‘En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.’ Het woord ‘vlees’ duidt onze kwetsbaarheid, onze broosheid aan. Zo is het Woord neergelegd in het midden van ons leven, toen God Zich in de komst van de Zoon helemaal heeft uitgesproken.

In het laatste interview dat prof. C. Graafland in het jaar van zijn overlijden gaf, ging het over de Bijbel. Kort daarvoor had iemand van GroenLinks in een discussie in de gemeenteraad van Gouda tegen een christenpoliticus gezegd: ‘Jij denkt dat de Bijbel alleen van jou is. Waarom mogen wij hem niet lezen zoals wij denken dat het moet?’ Voor prof. Graafland was dit een eyeopener: ‘De Bijbel is niet meer beschut binnen de veilige muren van de kerk en van het orthodoxe schriftgeloof. De Bijbel is gewoon te grabbel gegooid. Ieder kan ermee doen wat hij wil.’ 

Heilige boeken

Ja, dat is waar. De Bijbel wordt belachelijk gemaakt, verkeerd geciteerd, uit zijn verband gerukt. In de media, door romanschrijvers, soms ook in de kerk. De kerk van de Reformatie heeft ons – na de breuk met de kerk van Rome – de autoriteit van het Woord van God weer geleerd: ‘Al deze bijbelboeken alleen ontvangen wij voor heilig en canoniek (door de kerk erkend), om ons geloof daarnaar te reguleren, daarop te gronden en daarmee te bevestigen.’

Die belijdende positie is echter aangevochten, ook in de kerk die deze woorden in haar grondslag heeft. Prof. Graafland onderschreef de woorden uit de belijdenis van harte en pleitte voor een gelovige, eerbiedige omgang met het Woord. Tegelijk leefde hij met ontspanning. ‘Ik heb zoveel fiducie in de Bijbel als Woord van God, zodat ik denk dat dit boek toch zijn werk zal doen, ook in kaders waarbinnen het misschien wel erg verminkt wordt.’ 

Overwegingen uit ons hart

Daarom, niet alleen binnen de kerk, maar in alle contacten die bij ons leven horen, mogen we de Bijbel ter sprake brengen, ook tijdens een gesprek op de camping dat je als een geschenk ervaart, een ontmoeting in het winkelcentrum, een reis in de trein. ‘Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard…’ (Hebr.4:12) Het Woord is levend, zoals de Heere Zelf levend is, en spreekt – een notie die in vrijwel elk hoofdstuk van de Hebreeënbrief benoemd wordt.

Het Woord van de Heere werkt in ieder die gelooft. Simeon heeft in de tempel gezegd dat door de Heere Jezus als het vleesgeworden Woord ‘de overwegingen uit veel harten openbaar worden’. Hij ontmaskert wat mensen verborgen houden, Hij brengt aan het licht wat er omgaat in ons hart. Deze kracht van dat Woord geeft ons veel motivatie om de Bijbel ter sprake te brengen in ontmoetingen met velen die vervreemd zijn van het Evangelie. Dat we dit doen mogen met wijsheid, dat was in de dagen van Paulus al aan de orde: ‘Wandel met wijsheid bij hen die buiten zijn, en buit de geschikte tijd uit.’ (Kol.4:15) 

Kinder- en gespreksbijbel

Waarom dit juist vandaag verwoord? Omdat in de laatste week van november twee bijzondere producten verschenen die het Woord in ons leven een plaats willen geven, in het leven van de kinderen van de gemeente: de Kinderbijbel bij de herziene Statenvertaling, geschreven vanuit het verlangen dat onze kinderen op God hun hoop zullen stellen. De uitgave richt zich op vier- tot achtjarigen en volgt door middel van 150 bijbelverhalen de hele lijn van de geschiedenis van God met Zijn volk.

Gelijktijdig verscheen de Gespreksbijbel, gericht op acht- tot twaalfjarigen. Naast de volledige HSV-tekst, kleurenillustraties en foto’s bevat elk hoofdstuk een leesprikkel, een gespreksonderwerp en een stukje uitleg om in het gezin over te praten. Bijbelse kernwoorden worden uitgelegd. 

Alle levensfasen

Zestien jaar na de start van het werk aan de herziening van de Statenvertaling is er nu een verantwoorde reeks uitgaven beschikbaar, die de levensfasen omvat. Immers, de Jongerenbijbel (2013) en de Studiebijbel (2014) waren er al. Wat is er meer te zeggen dan dat deze gezamenlijke inspanning van theologen en neerlandici, van jongerenwerkers en onderwijsadviseurs, van hervormden en leden van veel andere kerkgenootschappen rijk gezegend is? Daar mag in de gemeenten en in de gezinnen voor gedankt worden.

De uitgaven zijn er – betrouwbaar én verstaanbaar. Dat Woord is voor de wereld, voor mensen die zonder de Zoon van God dwalen als schapen zonder herder. Hoewel, ook in de kerk moet de Bijbel onze weerstand om voor haar te buigen overwinnen. Juist als ik dit opschrijf, meldt een onderwijsadviseur van Driestar Educatief dat taalverruwing de reformatorische scholen niet voorbijgaat. ‘Ik kan met zekerheid zeggen dat leerlingen de afgelopen twintig jaar grover in de mond zijn geworden. In klassen is minder schroom om bastaardvloeken te gebruiken of zelfs Gods Naam te misbruiken.’ 

Onleesbare brieven

Meer dan een enkel signaal over een deel van christelijk Nederland is dit niet. En toch, als leerlingen van een christelijke school onleesbare brieven van Christus zijn, is dit tot schade voor het Koninkrijk, tot oneer van de Heere. In het vraaggesprek met prof. Graafland vertelt hij over zíjn tijd als scholier: ‘Ik was zestien jaar toen ik tot bekering kwam. Een preek – over ‘dat gij bekeerd zijt van de afgoden, om de levende God te dienen’ – raakte mij. Zo werd een bijbelwoord voertuig van de Geest.’

Deze ervaring mag vandaag voor jongeren actueel zijn die als scholier de Heere leren kennen, voor wie uitgaven als de Gespreksbijbel en de Jongerenbijbel en het geheel van de geestelijke opvoeding gezegend worden. Laat in de gezinnen en in de christelijke gemeente de diepe overtuiging leven dat de Heere niet alleen ons gebed hoort, maar dat Hij door Zijn Woord antwoordt – soms heel concreet – en dat Hij spreekt tot elk die voor Hem leeft.

Bijbellezen

Zestien procent van de Nederlandse bevolking leest af en toe tot regelmatig in het Oude en Nieuwe Testament, zo concludeerde het Nederlands Bijbelgenootschap vorig jaar uit onderzoek. Twintig jaar eerder was dit nog 33 procent, terwijl onder christenen een groeiende groep mensen de relevantie van de Bijbel niet ervaart.

Waar God doodgezwegen wordt, mogen mensen die Zijn Naam dragen Hem ter sprake brengen, in het geloof dat we in de Bijbel Zijn stem horen. Vreugdevol om te doen is dat.

P.J. Vergunst