De Heilige Geest verheerlijkt Christus

Wat is het belangrijkste werk van de Heilige Geest? Anders gezegd: wat is Zijn liefste werk? Dat is de verheerlijking van de Heere Jezus Christus.

Zoals Jezus in Johannes 16:14 het Zelf zegt: ‘Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit
het Mijne nemen en het u verkondigen.’

Er bestaat dus een nauwe verbinding tussen de Geest en Christus. Deze nauwe verbinding gaat terug op God als de Drie-ene. De geloofsbelijdenis van Nicea verwoordt het zo: ‘De Geest, Die van de Vader en de Zoon uitgaat.’

Dit zien we terug in Gods werken. Nadat de Vader door Zijn Zoon de wereld heeft geschapen, zweeft de Geest boven het water om de aarde leven te geven. Vervolgens krijgt Adam de levensadem ingeblazen om met zijn God te wandelen. Als echter de zonde komt, verdwijnt dit geestelijke leven en trekt de Geest Zich terug. Maar de HEERE belooft een nieuwe schepping met een nieuw Hoofd: de tweede Adam, Jezus Christus. 

Geestdrager

In het Nieuwe Testament is de nauwe verbinding tussen Christus en de Geest een allesbepalend thema. We zien hierbij twee lijnen. De evangeliën tekenen de eerste lijn, die loopt van de Heilige Geest naar Jezus. Zo beschrijft Lukas 1 dat Gods Geest de menselijke natuur van Jezus schept in Maria, zodat haar Kind zonder zonde is. Bij Zijn doop wordt Jezus met de Heilige Geest gezalfd en zo de grote Geestdrager. Deze zalving wijst erop dat Hij de beloofde Messias is, in Wie de heilstijd aanbreekt: de ware en volmaakte Profeet, Priester en Koning.

De Geest verheerlijkt Jezus als de tweede Adam, Die in de woestijn niet toegeeft aan satanische verleidingen en Zijn Vader volledig gehoorzaam is. Alleen als Geestdrager kan Jezus daarna met gezag preken en krachtige tekenen doen. Alleen zo kan Hij lijden, sterven en opstaan uit de doden. Gods Geest werkt dus eerst in het Hoofd van de nieuwe schepping, voordat Hij in mensen komt wonen. 

Uitdeler

Op Pinksteren zien we de tweede lijn: de Geestdrager Christus wordt de Uitdeler van de Geest. Er is nu sprake van een omgekeerde volgorde. In zijn pinksterpreek verkondigt Petrus namelijk dat Christus na Zijn hemelvaart de Geest van de Vader heeft gekregen en Hem vervolgens heeft uitgestort (Hand.2:33). De reden van de omgekeerde volgorde is dat Christus’ dood en opstanding voor een nieuwe schepping hebben gezorgd, waarin zonde, duivel en dood de heerschappij zijn kwijtgeraakt.

Vanaf Pinksteren zorgt Gods Geest op twee manieren voor de verheerlijking van Christus. Ten eerste door de apostelen te vervullen, zodat ze in het spoor van hun Meester de grote werken van God verkondigen. Ze zien nu helder dat Christus de verhoogde Heere en Koning is. Ten tweede door de verdiensten van Christus uit te delen, waardoor zondige mensen rechtvaardiging en vernieuwing ontvangen (2 Kor.5:14-19). Dit doet de Geest in steeds grotere kringen, want het Evangelie gaat van Jeruzalem naar Rome.

Prediking

De prediking is het belangrijkste middel waardoor de Geest Christus verheerlijkt. Op de pinksterdag getuigen Petrus en de andere apostelen vrijmoedig van Gods grote werken in Christus. Vervolgens komen we deze verkondiging in Handelingen doorlopend tegen: bij Stefanus, bij Paulus, maar ook bij allerlei gelovigen die van het heil in Christus getuigen.

De Geest verheerlijkt Christus ook door vrucht te geven op deze boodschap. Dit gebeurt in de weg van confrontatie en ontdekking. Het einde van Petrus’ pinksterpreek confronteert de hoorders met hun verwerping van Christus (Hand.2:36). Eerder vertelde Jezus Zijn discipelen al dat de Geest zou overtuigen van de hoofdzonde van ongeloof, om hoorders zo tot inkeer, bekering en geloof in het Evangelie te brengen (Joh.16:8). We kunnen deze vrucht ook wedergeboorte noemen, waarbij we denken aan het gesprek tussen Jezus en Nicodemus (Joh.3). Het verborgen werk van de Geest geeft de mens deel aan Gods nieuwe schepping en staat in nauwe verbinding met het geloof in de gekruisigde Christus (vs.14-15).

We vinden deze aandacht voor de toe-eigening van Christus terug in onze traditie. Calvijn schrijft in boek III van zijn Institutie dat de Geest aan Christus verbindt en daarbij twee hoofdgaven schenkt: rechtvaardiging en vernieuwing. De gereformeerde traditie na hem leert dat de Heilige Geest het heil in verschillende samenhangende hoofdmomenten toepast: roeping, geloof, rechtvaardiging, heiliging en verheerlijking. Het centrum van deze heilsorde is de geloofsgemeenschap met Christus. 

In het geloofsleven

Gods Geest richt zich ook in het geloofsleven op de verheerlijking van Christus. Jezus spreekt dit uit in het hogepriesterlijke gebed met het oog op Zijn discipelen: ‘Ik ben in hen verheerlijkt.’ (Joh.17:10) Deze woorden wijzen op de geestelijke gemeenschap tussen Christus en de Zijnen. We zien dit treffend in het beeld van de Wijnstok en de ranken (Joh.15). Daarmee wijst Jezus Zichzelf aan als de geestelijke voedingsbron en benadrukt Hij het grote belang van het blijven in Hem.

Dit betekent een luisterend en gehoorzaam leven, want Hij spreekt over ‘blijven in Mijn woorden’ en ‘Mijn geboden in acht nemen’. Hiervoor is de prediking van Christus’ persoon en werk opnieuw uiterst belangrijk, maar ook spelen de dagelijkse omgang met de Bijbel en het zingen een grote rol. Verder hangt de onderlinge gemeenschap tussen christenen hiermee nauw samen (Joh.14:31-35, 16:12).

Afzonderlijk noemen we de verheerlijking van Christus in het gebed. De uitdrukking ‘bidden in of door de Geest’ laat zien dat oprecht en hartelijk bidden onder leiding staat van de Heilige Geest (Ef.2:18, 6:18). Daarbij valt het licht op Christus, want alleen Zijn offer geeft vrijmoedigheid om tot de troon van Gods genade te naderen en verhoring te verwachten (Joh.14:13-14, Hebr.4:14-14, 10:19-24). Tegelijk leert de Geest in navolging van de Zoon ‘Abba Vader’ roepen (Rom.8:15), waardoor het gebed de sfeer ademt van vertrouwelijke omgang met de hemelse Vader. 

Op Christus lijken

De Heilige Geest verheerlijkt Christus ook in en door gelovigen. Paulus noemt als het grote doel van de verlossing dat gelovigen aan het beeld van Gods Zoon gelijkvormig worden gemaakt (Rom.8:15,29). Als christen begin je dus op Christus te lijken. Wat houdt dit in? We stippen hierbij enkele dingen aan: vrucht dragen, dienen, getuigen, lijden en de toekomstige heerlijkheid.

Het leven door de Geest is een vruchtdragend bestaan. In de veelkleurige vrucht van liefde, vrede, blijdschap, geduld, vriendelijkheid en goedheid ontdekken we de trekken van Christus’ karakter (Gal.5:22). Zijn beeld is ook richtinggevend voor het dienen van God. Christus ging hierin namelijk voorop door de voeten van Zijn discipelen te wassen en daarmee een voorbeeld van nederige dienst na te laten. Alleen in de weg van deze dienende liefde zijn de gaven van elke gelovige tot opbouw van de gemeente.

Verheerlijking van Christus vindt eveneens plaats als gelovigen Zijn Naam belijden. In Johannes 15 verbindt Jezus de genoemde levensgemeenschap tussen Hem en de Zijnen met de belofte van Zijn Geest, Die door hen heen getuigt (vs.25-26). In Handelingen lezen we regelmatig dat de vervulling met de Geest leidt tot het vrijmoedig getuigen van Christus (Hand.2:4, 4:8-12, 7:55-56). Het is niet vreemd als dit getuigenis lijden meebrengt, want daarop wees Jezus Zijn discipelen Zelf toen Hij hen opwekte tot navolging, zelfverloochening en kruisdragen. En Paulus spreekt erover dat gelijkvormig worden aan Christus inhoudt dat christenen met Hem lijden (Rom.8:17). 

Toekomst

Gelijkvormigheid aan het beeld van de Zoon zal in de toekomst volmaakt zijn (Rom.8:17). Daarom stuwt de Heilige Geest de geschiedenis toe naar de tijd dat Christus en de Zijnen voor eeuwig samen zullen zijn in een volmaakte schepping, zoals Christus dat Zelf ook verlangt (Joh.17:24). Tegelijk vervult Hij gelovigen met verlangen naar deze toekomst. Hierop wijst Openbaring 22:17, waar de bruid haar verlangen uitspreekt naar de Bruidegom Christus. Dit verlangen komt echter op uit de Geest, Die in de tekst vooropgaat: ‘En de Geest en de bruid zeggen: Kom!’ Gods Geest zal pas tot rust komen als alle gelovigen Christus en Zijn Vader voor eeuwig zullen aanbidden en dienen. 

Les

Het liefste werk van de Heilige Geest brengt ons bij een belangrijke les. Het geloof en de geloofsbeleving worden beslissend anders als de gekruisigde en opgestane Christus uit het centrum verdwijnt. In plaats van beleefde omgang met Hem is er afstandelijkheid: Jezus is slechts een inspirerend persoon uit een ver verleden of ver weg in de hemel. Verder krijgen op de spirituele markt van onze tijd mensgerichte noties als zelfbevestiging, positief denken en zinvol leven alle aandacht.

Laat Pinksteren ons echter herinneren aan de Heilige Geest als de Geest van God. Dit ontdekken we in Zijn belangrijkste én liefste werk: de verheerlijking van Christus. We mogen Zijn kracht verwachten en ontdekken als het om deze gekruisigde en opgestane Verlosser gaat: in de prediking, het gemeenteleven en in het getuigenis van gelovigen in de wereld. 

Dr. R.W. de Koeijer