De kerk: invloedrijk en dienstbaar

Terwijl in de media nogal eens de zondige kant van de kerk als verdeeldheid of machtsmisbruik belicht wordt, haalden de Anglicanen nu met de vervulling van hun roeping het nieuws: de Engelse kerk bood meer hulp dan ooit sinds 1945 aan mensen in nood.

Tot in ons land en in onze dagen blijkt het woord van de Heere Jezus waar: ‘Want de armen hebt u altijd bij u en wanneer u wilt, kunt u hen weldoen, maar Mij hebt u niet altijd.’ (Mark.14:7) De Heiland spreekt deze woorden in het huis van Simon de melaatse, waar een vrouw Hem zalft met kostbare narduszalf. Met het oog op Zijn naderende sterven is deze actie een profetische daad, die maakt dat ‘overal waar dit Evangelie gepredikt zal worden in heel de wereld, ook tot haar gedachtenis gesproken worden zal over wat ze gedaan heeft’. 

Priesterlijk bewogen

De profetische daad, die vooruitwees naar Zijn aanstaande begrafenis, komt echter niet in mindering op de priesterlijke bewogenheid waartoe de armen van deze wereld ons nopen. Als Jezus de vrouw prijst, verwijst Hij naar het boek Deuteronomium, waarin voor Israël de wetgeving uitgewerkt wordt: ‘Als u de stem van de Heere, uw God, nauwgezet gehoorzaamt, hoeft er onder u geen arme te zijn, want de Heere zal u overvloedig zegenen…’ Mocht er toch een arme zijn, dan ‘moet u uw hand wijd voor hem opendoen en hem overvloedig lenen, genoeg voor wat hem ontbreekt’ (Deut.15).

Onze hand wijd opendoen, voor je broeder, voor de arme en de onderdrukte – dat is het refrein van de leefregels die God aan Zijn volk voorhoudt. 

Zondaar en bedelaar

Uit het eerste totaaloverzicht dat de Anglicaanse Kerk in Engeland van haar sociale activiteiten gaf, blijkt dat ze betrokken is bij zo’n 33.000 projecten, vooral om de armoede te bestrijden. Bij de voedselbank is ze te vinden, onderdak voor de nacht biedt ze aan, mensen met schulden staat ze terzijde. Daarmee toont de kerk het gelaat van God Zelf.

In deze weken van Advent zingen we immers met Zacharias dat de Zoon van God ook gekomen is om barmhartigheid te bewijzen. In het Evangelie horen de verticale lijn (Gods bewogenheid met verloren zondaars) en de horizontale lijn (onze roeping om lief te hebben wie onze naaste is) bij elkaar. ‘Het gaat om het heil voor de zondaar en de bedelaar,’ zei dr. O. Noordmans. 

Ziel en lichaam

Het is nog niet zo gemakkelijk om bijeen te houden wat God samenvoegt, het totale heil voor ziel en lichaam. Van dr. A. Noordegraaf zijn de woorden dat ‘diaconaat lamgelegd wordt als we het heil tot de zondaren beperken en alleen de vragen van bekering en verzoening in het oog houden. Maar diaconaat wordt eveneens lamgelegd als we het evangelie versmallen tot medemenselijkheid en sociale actie jegens de misdeelden.’

Gemakkelijk kan in de identiteit en het beleid van de gemeente het ene aspect zoveel nadruk krijgen dat het andere aspect ondersneeuwt. Het is de Bijbel die spreekt over de straf voor hem die de Zoon van God vertrapt heeft, het bloed van het verbond onrein geacht heeft en de Geest van de genade gesmaad heeft (Hebr.10). Onze zonden moeten verzoend worden.

In hetzelfde oordeel zal de Zoon des mensen tegen de rechtvaardigen echter ook zeggen: ‘Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht.’ (Matt.25) Wat immers gedaan is voor een van Zijn geringste broeders, dat is gedaan voor Hem. 

Dienstbaarheid

Tijdens het recente symposium voor predikanten over het lijden van Gods kerk in deze wereld sprak ds. A.Th. van Olst. In zijn tekst raakten me deze woorden: ‘De invloed die christenen mogen uitoefenen in de samenleving, moet een invloed van dienstbaarheid zijn.’ Dat is treffend gezegd. Deze woorden leren ons als door de ogen van Christus naar de werkelijkheid kijken. Ze maken ons eerlijk, als we erkennen dat we als mens betekenisvol of beslissend willen zijn door ons ambt, onze positie, onze populariteit, door wat we bereikt hebben met ons geld of ons verstand.

Mensen die een dienstbaar leven leiden, associëren we niet direct met invloedrijk. Die oude moeder ís het echter wel vanwege haar gebeden en haar vriendelijkheid. Die stille man in de gemeente is het ook, omdat zijn ogen en handen altijd op de ander gericht zijn. Na drie jaar omgaan met Zijn discipelen moest de Heere Jezus het hen nog leren dat wie de belangrijkste onder hen wilde zijn, als een kind moest worden en wie leidinggeeft als iemand die dient. 

Jemen en Londen

Het dagelijkse leven in Jemen raakt ons. Ruim twee jaar geleden sprak het Rode Kruis al over extreme honger in het door een burgeroorlog verscheurde land, het armste van het Midden-Oosten. Een jaar geleden noemde ZOA de situatie ‘erg kritiek’ – en sindsdien is de situatie slechts heftig verslechtert. Je kunt er niet met droge ogen kennis van nemen én je mag in bewogenheid handelen.

Blijkbaar zijn we ook in het rijke Westen onvoldoende in staat om te delen. De Anglicaanse Kerk vertelt ons namelijk dat er in Londen in één jaar een toename van voedselhulp van 23 procent was. Voor wie ben ik een naaste? Het is een vraag die een christen niet ontwijken kan, kijkend naar andere landen in deze wereld, lettend op de zieke in onze straat. ‘Laten wij dus, terwijl wij gelegenheid hebben, goed doen aan allen…’ (Gal.6:10a). 

Verhuizen naar de hemel

Wie investeert in de doelen die de Heere met Zijn schepping heeft, die het Koninkrijk centraal stelt met zijn tijd en zijn financiën, die verzamelt schatten in de hemel. Dat is bezit waar dieven en inbrekers nooit bij kunnen komen, onderwijst Jezus in de Bergrede. Augustinus heeft ooit gezegd dat we ons bezit naar de hemel moeten laten verhuizen en hij voegde toe: ‘Wees erg druk met verhuizen.’ Tot afgod geworden aards bezit leidt immers af van het Koninkrijk der hemelen. Daarmee klinkt er overigens geen negatief woord over rijkdom zelf, zolang die geen beheersing over ons krijgt.

Als we de woorden uit Galaten 6 en uit de Bergrede serieus nemen, zou het zomaar kunnen dat een fors deel van de kerkenraadsvergadering gewijd is aan het werk van de diakenen. Dat is wat anders dan tegen de klok van tien uur vragen of er vanuit de diaconie nog iets bijzonders te melden is... 

Op weg naar het Kerstfeest herdenken we de komst van de Zoon van God, Die als Eén die dient in ons midden verkeerde. Zijn ogen zochten degenen die zwak en hulpeloos, arm en verloren waren. Voor alles kwam Hij om de schuld van mensen te verzoenen en de relatie met God te herstellen. Echter, nooit zag Hij daarbij voorbij aan de aardse nood, aan bitter verdriet. 

Bevrijding

Het gebed tot God de Zoon – ‘maak ons Uw beeld gelijk’ – is daarom niet vrijblijvend. Als Zijn beeld in mijn leven zichtbaar wordt, hoor ik bij Gods gunstgenoten – zoals Psalm 145 hen noemt. Zij raken betrokken in Gods werk in deze wereld, gericht op hen die vielen en gebogen door het leven gaan. Zij ontdekken de vreugde van het dienen.

De Bergrede tekent het geven van aalmoezen, van materiële hulp aan de armen, als het doen van gerechtigheid. Deze notie mag ons geven motiveren. Gerechtigheid en barmhartigheid gaan samen in het onderwijs van de Heere Jezus, Die in de synagoge van Nazareth sprak over de vervulling van Jesaja’s profetie: bevrijding voor de armen, vrijheid voor verslagenen. Omdat de Geest van de Heere op deze Gezalfde was.

Meer nog dan de Anglicaanse Kerk houdt de Zoon van God ons een spiegel voor, de spiegel van de wet.

P.J. Vergunst