De tijdgeest en relaties

ĎDe kans dat een Brits kind van acht een televisie op zijn kamer heeft, is groter dan de kans dat zijn vader bij hem thuis woont.í Soms kan een citaat je treffen, kan het denken en leven in een maatschappij scherp op je netvlies komen.

Wat voor Groot-Brittannië geldt, zal in Nederland niet anders zijn. De geest van de tijd stopt niet bij de Noordzee of de Kanaaltunnel. Om die reden mogen ook wij ons bovengenoemde woorden van de Britse arts en schrijver Theodore Dalrymple aantrekken.

In 1984 al schreef Alexander van der Does de Willebois Het vaderloze tijdperk, waarin hij betoogde dat ‘de mannelijke autoriteit’ afgeschaft is. Deze rooms-katholieke psychiater schreef dat een vaderloze maatschappij tot een maatschappij zonder oriëntatiepunten leidt, een samenleving waarvan de leden jaar na jaar moeilijker hun plek zullen kunnen vinden. Ruim dertig jaar later is dit een belangrijke waarneming voor ieder die voor zijn kind van harte vader wil zijn, die niet allermeest druk is met zichzelf.

Ontwrichting

Woorden van deze twee auteurs haal ik hier slechts aan om te onderstrepen dat de ontwrichting van de samenleving niet zonder gevolgen blijft. Die ontwrichting gaat voort, neemt soms heel bizarre vormen aan. Uit Twente kwam onlangs het volgende nieuwsbericht: ‘Een homostel moet een baby na twee weken afstaan aan de draagmoeder, nadat duidelijk was geworden dat de baby van haar eigen man was en niet van een van de twee homo’s.’ Zinnen als deze moet je twee of drie keer lezen om de plot goed te begrijpen. Het zijn levensechte situaties die een ervaren romanschrijver bijna niet verzinnen kan…

Waar gaat het om? Een homostel had een vrouw als draagmoeder uitgekozen, een vrouw die in september zwanger werd ‘na een inseminatiehandeling met zaad van het homostel’. In die periode zou ze ‘met haar eigen man veilige seks hebben’. Op 8 mei jl. werd de baby geboren; de twee ‘vaders’ waren bij de bevalling aanwezig – zelfs een bevalling is in ons land blijkbaar geen privé gebeurtenis meer – én namen na twee dagen hun dochter mee naar huis. Maar… uit een DNA-test is nu gebleken dat een van de twee homo’s niet de vader is, maar dat de echtgenoot van de draagmoeder dit is. De biologische ouders willen hun kind daarom zelf houden, wat hen door de rechter toegewezen is. In het Algemeen Dagblad reageert het homostel: ‘Wat er gebeurd is, is bizar. Als homo-ouders heb je feitelijk helemaal geen rechten.’ De eerste van deze twee zinnen is in elk geval waar.

Overheid

Het is vier jaar geleden dat SGP-leider Kees van der Staaij, samen met zijn CU-collega Joël Voordewind, aan het kabinet vragen stelde over ‘Second love’, een datingsite die mensen helpt om vreemd te gaan en die 300.000 geregistreerde Nederlanders schijnt te tellen. De motivatie voor veel mensen? Het geeft je huwelijk een impuls om af en toe het bed met een ander te delen.

Wat vroegen SGP en CU onder meer aan de regering? ‘Onderkent u dat het voor de vitaliteit en draagkracht van de samenleving van cruciaal belang is dat burgers werken aan sterke relaties en gezinnen? Welke initiateven onderneemt u om het versterken van relaties juist te bevorderen? Wat is uw visie op het feit dat ‘Second love’ door middel van reclames een bom legt onder relaties, zelfs wanneer het goede huwelijken betreft?’

Privédomein

Mede namens zijn collega van Onderwijs antwoordde staatssecretaris Martin van Rijn (van Volksgezondheid!): ‘Het oordeel dat ‘Second love’ een bom legt onder relaties laat ik voor uw rekening. Relaties en relatievorming maken naar het oordeel van het kabinet deel uit van het privédomein van individuele burgers. Het nemen van verantwoordelijkheid hiervoor kan door de overheid niet worden ‘opgelegd’.’

Slaapkamer

Als minister van jeugd en gezin kreeg André Rouvoet (CU) in 2008 felle reacties (‘De overheid komt in mijn slaapkamer’; ‘hij wil zieltjes winnen voor de kerk’), toen hij opmerkte dat ‘we in Nederland de interessante discussie over het lage aantal kinderen moeten gaan voeren’. Onze samenleving accepteert het niet dat politici vanuit hun levensovertuiging op voorzichtige wijze iets zeggen wat aan gezinsvorming en relaties raakt.

Opvallend is tegen deze achtergrond wel dat minister Schippers van Volksgezondheid vorige maand de oproep deed ­– hier mag de overheid blijkbaar wel een privéterrein betreden – aan ‘anonieme zaaddonoren van voor 2004 om zich bekend te maken’. Omdat tot dit jaartal de donoren van sperma, eicellen en embryo’s niet landelijk geregistreerd werden, bleven donoren anoniem. Veel donorkinderen zijn naar hun vader op zoek, zo blijkt alleen al uit het bestaan van een organisatie als Donor Detectives.

Familierecht

Het leven in Nederland ten aanzien van huwelijk, relaties en seksualiteit is als een labyrint geworden, een complexe doolhof. Niet voor niets heeft het huidige kabinet zich ingespannen om het familierecht te moderniseren. De in 2014 ingestelde Staatscommissie kwam enkele maanden geleden in haar rapport ‘Kind en ouders in de 21e eeuw’ met het voorstel om meerouderschap en meeroudergezag mogelijk te maken, om een regeling voor draagmoederschap in te stellen en het recht van een kind vast te leggen om te weten waar het vandaan komt.

De inzet bij het recht van ieder mens, van ieder kind maakt dat de ontwrichting op dit terrein voortgaat en de woorden van Alexander van der Does over een maatschappij zonder oriëntatiepunten elke week meer in vervulling lijken te gaan. Is nog bekend dat we vrij recent spraken over het gezin als hoeksteen van de samenleving?

Zoeken naar identiteit

Wie uitgaat van de rechten van de individuele mens, zal moeilijk een grens kunnen trekken. Dan ben je niet meer verbaasd van het nieuws dat een notaris in Colombia drie weken geleden voor het eerst een partnerschap tussen drie mannen vastgelegd heeft, dat het eigenlijk om een ‘huwelijk’ van vier mensen zou gaan, maar dat de vierde man recent gestorven is.

Kunnen we in 2017, in deze context, iets met de richtlijnen van God, onze Schepper, richtlijnen die opgetekend zijn in Zijn Woord? Ja! Vorig jaar werd de Bijbel (!) gekozen als belangrijkste boek in Nederland. ‘Mooi’, hoorde ik een commentator voor de radio zeggen, ‘dat het een boek is met verhalen die niet echt gebeurd zijn.’ Trouw-journalist Stijn Fens zei toen echter iets anders: ‘De Bijbel werd weggezet als een soort sprookjesboek, maar misschien hebben we er ook wat aan als samenleving, terwijl we wanhopig zoeken naar identiteit.’ Ik vind het bijzonder dat in dezelfde zin de woorden ‘Bijbel, identiteit, wanhopig, samenleving’ klinken, woorden die met elkaar in verband staan.

Huiver voor godsdienst

Een terugkeer naar de goede richtlijnen van God wordt in ons land bemoeilijkt door huiver voor een bewuste godsdienstige overtuiging. De Amsterdamse wethouder voor de SP, Arjan Vliegenthart, wees er vorige maand op dat de gemeenteraad in onze hoofdstad ouders laat kiezen waaraan ze geld besteden dat ze als ondersteuning krijgen, tenzij die steun aan godsdienstlessen besteed wordt. In dit verband vielen woorden als onbegrip en ongemak ten aanzien van godsdienst.

In deze context mag het leven van christenen een groot accent krijgen. Zij leggen met hun dagelijkse denken en doen de Bijbel uit, zij laten in hun leven zien dat je hechten aan de geboden van God radicaal anders is. Sinds ze in ontferming aangenomen zijn (1 Pet.2), leven ze als een koninklijk priesterschap en een heilig volk. ‘Houd uw levenswandel onder de heidenen goed’, zegt Petrus, ondanks dat dit je op laster kan komen te staan, omdat jouw leven het geweten voor anderen is.

De wet verlaten

Het is de wet van God die onderscheid teweegbrengt. In Spreuken 28 zegt Salomo dat ‘wie de wet verlaten, de goddelozen prijzen’. Zonder de goede geboden van de Heere ben je aanhanger van degenen die zonder God leven, een spreuk die we in het politieke leven waarheid zien worden.

Als voor de inrichting van onze samenleving het christelijk geloof steeds minder relevant geacht wordt, kan ons dat verlammen. Dan is het goed te luisteren naar de theoloog dr. Ph.J. Hoedemaker: ‘Het herstel van de staat begint bij het herstel van de kerk. En het herstel van de kerk begint bij persoonlijke bekering.’ Wat een appèl doen deze woorden op elke ambtsdrager, op elke christen.

Daarom gaat het verhaal van het homopaar uit Twente en zijn draagmoederbaby ook over mij. In mijn leven als christen moet zichtbaar worden dat ik Gods geboden niet slechts aanvaard voor zover ze in mijn leven en denken passen, moet zichtbaar worden dat heiligheid de wezenstrek is van de God van Israël. Juist ten aanzien van het leven als christenminderheid in een omgeving die God niet kent en dient, klinkt het appèl (1 Pet.1:15): ‘Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is, word zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel.’

‘Schenk mij uw wet’

In die weg gaan we alleen als de Heilige Geest ons leidt, als Hij in een weg van bekering ons hart richt op God. ‘Laat de weg van de leugen van mij wijken, schenk mij genadig Uw wet’, bidt de dichter van Psalm 119. Omdat Gods geboden waarachtig zijn, is ‘Uw wet mijn bron van blijdschap’. Hoe bevorderen we dat elke christen hierop ‘amen’ zegt?

P.J. Vergunst

 

 

[EV1]niet slechts aanvaard