Enquête over de hel

Jezus sprak vaak over de laatste ernst

‘Is het vuur van de hel uitgedoofd?’ Deze vraag is de kop boven het artikel waarmee De Nieuwe Koers haar enquête over het denken aangaande de hel aankondigt. Over een beladen thema als dit kun je slechts met ingehouden adem spreken.

En tóch, juist de Heere Jezus bracht dit thema ter sprake.

Moet dat nu, opnieuw een enquête houden over de hel, zoals de voorloper van De Nieuwe Koers in 2004 ook deed? En mogen we dan concluderen dat het goed of juist minder goed is dat 38 procent van de 290 predikanten die reageerden, wel eens uitvoerig over de hel preekte? Is het gepast om ‘een mening’ over de hel te hebben? Het was mijn eerste reflex, toen ik over de enquête las. Nee, laten we liever samen de Bijbel openen en ontdekken wat Jezus en de apostelen ons leren over degenen die onrecht doen, die Zijn geboden níet bewaren, die Zijn Naam níet belijden maar verachten of negeren, die het Evangelie ongehoorzaam zijn. 

Grote vragen

Een beladen thema is tegelijk een belangrijk thema. Want het eeuwige leven is essentieel in het christelijk geloof: God of duivel, hemel of hel, gevonden of verloren, een geopende deur of een gesloten deur. Ons denken erover moet altijd weer gevoed worden door de Bijbel zelf, omdat de tijd die we meemaken grote vragen aan ons stelt: ‘Hoe zal het zijn met de miljoenen die het Evangelie nooit hoorden? Hoe zal het zijn met die vriendelijke mensen in mijn straat die op bed liggen als zondags de kerkklok luidt?’ En dichter op je huid, ‘hoe moet het met mijn kind dat God de rug toekeerde, met mijn kleinkind dat ‘andere wegen ging’?’ Je bent soms geneigd om die vragen niet toe te laten.

Onze tijd heeft ook de neiging de eeuwigheid te verdringen, omdat onze bezittingen onderhouden moeten worden, onze baan veel van ons eist, sociale media tijd slurpen, het geleefde leven zelf al zo intensief is dat de rust in je hoofd ontbreekt om de vraag van Robert Murray M’Cheyne te stellen: ‘Mijn ziele, doorziet gij uw lot, hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?’ Dan raakt de eeuwigheid zomaar uit het vizier.

Evangelische kring

Ook al is er terughoudendheid in het spreken over de hel, de enquête legt deze vragen nu op tafel: Wat is de hel? Voor wie is hij bestemd? Hoe preken we over de hel en móeten we wel over de hel spreken? Uit de antwoorden van 1500 Nederlandse christenen is te concluderen dat steeds minder predikanten en kerkgangers de hel tot een centraal dogma in het christelijk geloof rekenen. Met name leden van de Protestantse Kerk en van evangelische gemeenten horen bij de negen procent die denkt dat uiteindelijk iedereen in de hemel komt, hetzij direct, hetzij na een periode van straf in de hel.

Ten aanzien van evangelische gemeenten verraste me dit. In een commentaar gaf religie-antropoloog dr. Miranda Klaver aan dat ‘in evangelische kring de focus op de eeuwigheid plaatsgemaakt heeft voor het hier-en-nu’. En: ‘De hel was ooit een vast ingrediënt van de evangelische geloofsvisie. Je moest ‘gered’ zijn om naar de hemel te mogen. Maar vandaag moet je goed zoeken naar evangelische voorgangers die dit nog aan de orde stellen.’ Het lijkt me verhelderend dat deze constatering bekend is, ook voor het onderlinge geloofsgesprek tussen voorgangers in een plaats of regio, ook voor het gesprek met familieleden die betrokken zijn bij Mozaïek of andere evangelische gemeenten. 

GB-Protestantse Kerk

Aan het licht brengt De Nieuwe Koers eveneens dat de Gereformeerde Bond zich binnen de Protestantse Kerk in dit thema onderscheidt. De stelling ‘Ik preek niet over de hel, omdat ik vind dat je niet over de hel moet preken, maar over de genade’ kreeg van gereformeerdebonders negen procent, in het geheel van onze kerk 42 procent. Dertig procent van ‘de bonders’ denkt dat de Bijbel duidelijk is over wie er naar de hel gaan, zes procent van de leden van de Protestantse Kerk. Ook ten aanzien van de vraag of je over de hel moet spreken, lopen de bonders uit de kerkelijke pas: van de eerste spreekt 28 procent er niet over, in de kerk als geheel 68 procent, terwijl 44 resp. zeven procent meent dat je er juist indringend over spreken moet. Tot slot de vraag hoe essentieel de hel is voor het christelijk geloof, waarop nu 84 procent van de gereformeerdebonders positief reageerde, tegen 79 procent in 2004. Opvallend is eveneens dat jongeren over de hele linie nergens minder traditioneel (of progressiever) antwoorden dan ouderen. 

Vaak en indringend

Het kan niet anders dan dat deze uitkomsten ons raken, omdat het om zoveel meer gaat dan om een boeiend gesprek, zelfs om meer dan om verschuivingen in kerkelijk Nederland. Het is zoals ds. J. Belder het ‘Woord vooraf’ besluit van zijn boekje De laatste ernst. Over de plaats van hemel en hel in prediking en pastoraat: ‘Hemel en hel. Jezus heeft over beide vaak en vooral indringend gesproken. In een van beide zullen we straks zijn om onze verdere toekomst door te brengen.’

Is dat niet de bewogenheid van Jezus als Hij weent over de stad Jeruzalem, als Hij uitroept: ‘Hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen…, maar u hebt niet gewild!’ Hier raken we aan de diepe motivatie van vrouwen en mannen die hun leven gegeven hebben in de dienst van de zending, hier raken we aan de drive van degenen die zich vandaag inzetten in het missionaire werk. Hier raken we ook aan de essentie van de eredienst, als we met Paulus weten dat ‘wij allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden’, en hij daarom mensen beweegt tot het geloof.

Eerlijk naar de gemeente

Het is waar, in die verkondiging heeft de hel een bescheiden plaats. Onzin is daarom wat de hervormd-gereformeerde beweging betreft wat ik van tv-presentator Anita Witzier al diverse keren hoorde, namelijk dat ze in haar jeugd in hervormd Groot-Ammers ‘hel en verdoemenispreken’ hoorde. In bepaalde delen van de kerkgeschiedenis werd de hel wel concreter benoemd. Pak ik uit mijn kast een boekje van de puritein ds. Josef Alleine, dan vind je snel citaten als dit: ‘De bekeerde verlangt niet om de hemel, is niet voldaan met hetgeen hem van de hel kan bevrijden. Zijn begeerte gaat hoger!’

In onze tijd spreken we ingetogener – en daar zijn goede argumenten voor. Zondag jl. merkte de predikant die ik hoorde aan het einde van de appèllerende verkondiging op bij de voorbereiding gebeden te hebben ‘om eerlijk met de gemeente om te mogen gaan’, en ‘daarom zeg ik u ook dat wie geen vruchten voortbrengt, eeuwig zonder God zijn zal’. Als hoorder besef je dat de combinatie van bewogenheid, ernst en werkelijkheid maakt dat er op dit moment niet meer woorden nodig zijn. 

Neergedaald tot in de hel

In navolging van Calvijn en zijn Institutie mogen we het positieve van de zaligheid alle aandacht geven, waarbij hij opmerkt dat ons bevattingsvermogen de heerlijkheid van het leven bij God niet aan kan. ‘Wij gevoelen wel hoe een onmatige begeerte ons prikkelt om meer te weten dan behoorlijk is.’ Ook daarom ingetogenheid, het besef dat het om God gaat, om Zijn toekomst.

Als de kerk belijdt dat Christus nedergedaald is tot in de hel, dan vat zij dit niet letterlijk op. Ze bedoelt ermee te zeggen dat Zijn plaatsvervangende lijden en sterven ‘een hel’ was, de plaats waar God afwezig is, waar van Zijn genade geen vonkje gevonden wordt. De overdenking daarvan, juist in deze lijdensweken, maakt ons stil: Hij voor mij!?

De Amerikaanse theoloog R.C. Sproul schreef eens dat ‘het meeste wat wij over de hel weten, van de lippen van Jezus komt’. Dat is veelzeggend. De Heiland verhaalt over de rijke man die Lazarus negeerde en zijn ogen opsloeg in de hel. Hij onderwijst dat degenen die tegen Hem in opstand komen, het onuitblusbare vuur ontmoeten zullen, een woord waar veel Schriftplaatsen naar wijzen.

De inhoud van de prediking is dit niet, wel de achtergrond ervan. Juist dan gaat het Evangelie oplichten, komt er plaats voor het wónder dat God Zijn Zoon naar de aarde zond, dat Jezus kwam om te lijden, dat de Geest geduldig is en rusteloos werkt, omdat Hij niet wil dat enigen verloren gaan, maar dat állen tot bekering komen (2 Petr.3:9).

Zoek, kom, luister, strijd

De enquête van De Nieuwe Koers brengt mij niet tot de vragen hoe het na dit leven precies zal zijn, onderstreept wel het appèl dat een rode draad is in het Woord van God: ‘Zoek de HEERE en leef!’ (Amos 5), ‘Kom tot Mij, luister, en uw ziel zal leven’ (Jes.55), ‘Strijd om binnen te gaan…’ (Luk.13).

En we houden daarbij het oog gericht op Jezus, de Leidsman, de Voleinder van het geloof. Zo vervul ik als leerkracht mijn roeping op de christelijke school, zo ben ik moeder of vader in mijn gezin, zo vervul ik mijn ambt als diaken en bereid ik als dominee mijn preken voor. In de hoop eenmaal, met allen die aan mijn zorg toevertrouwd zijn, als een reine bruid voor Christus te staan.

P.J. Vergunst