Gedompeld in de Geest

Voor het veelkleurige werk van de Heilige Geest gebruiken evangelisten en apostelen veelzeggende uitdrukkingen. Een van die uitdrukkingen is de doop met de Heilige Geest.

Zo kondigt de verhoogde Heiland het naderende pinksterwonder aan bij Zijn discipelen (Hand.1:5). 

Daarbij grijpt Hij terug op de prediking van Johannes de Doper. Deze had bij de Jordaan uitgeroepen dat hij zelf slechts met water doopte, maar dat Hij Die na hem zou komen en meerder was dan Hij, zou dopen met de Heilige Geest en met vuur. 

Nieuwe bedeling

Het heeft ons veel te zeggen dat uitgerekend Johannes de Doper over de doop met de Heilige Geest begint. Johannes is immers de grensganger tussen het oude en nieuwe verbond. Zijn prediking markeert het aanbreken van de nieuwe bedeling, de bedeling van Christus.

Die nieuwe bedeling begint met de komst van Christus Zelf. Hij is dan ook de Eerste, principieel, Die bij de doop in de Jordaan de Heilige Geest ontvangt (Luk.3:22). Jezus van Nazareth is de Zoon van de Vader, in Wie heel de godheid lichamelijk woont (Kol.2:9). Hij deelt in alles wat van de Vader is, en de Vader is in Hem.

Is dat niet volstrekt nieuw sinds de zondeval en de roeping van Abram? Zo diep is de tegenwoordigheid van God niet eerder op aarde neergedaald, en zo hoog is de verloren wereld niet eerder opgeheven. 

Na de opstanding

Het moment waarop de discipelen met de Heilige Geest gedoopt worden, vindt eerst plaats ná de opstanding van Christus uit de doden. Dat is ook ná het vloeien van het verzoenende bloed. Wat eeuwig scheiding maakt tussen ons en de Heere, is door Zijn lijden en sterven tenietgedaan en weggedaan. Door onze zonden hebben wij ons de inwoning van de Heere in ons leven onwaardig gemaakt en Zijn Geest tegengestaan. Maar wanneer een Middelaar tussenbeide treedt en plaatsvervangend offert voor de zonde, komt de Heere weer genadig bij en in ons wonen.

Als dus na Goede Vrijdag het graf geopend wordt, breekt de heilstijd aan waarin de Heere als nooit tevoren bij en in de mensen komt wonen door Zijn Heilige Geest. Dát is het moment waarop Hij met Geest en vuur doopt, het moment waarop het volle heil van Christus uitgestort wordt, uitlopend op de belijdenis dat Jezus Christus de Heere is (1 Kor.12:3).

Oude verbond

Werkte de Heilige Geest onder het oude verbond dan niet? Als dat waar zou zijn, klopt het dat de kerk met Pinksteren gesticht is. Dan zien we vooral een tegenstelling tussen oude en nieuwe verbond. Maar dat is natuurlijk niet vol te houden. De Heilige Geest gaf onder het oude verbond ook deel aan de genade en het leven van Christus. Alleen: bedekt. Omdat Christus Zelf in het Oude Testament bedekt aanwezig is, is ook het leven uit Christus in het Oude Testament nog bedekt.

Dit alles komt tot volle openbaring en bloei in het Nieuwe Testament. Het viel me op dat zowel ds. G. Boer als ds. I. Kievit het onderscheid tussen beide verbonden benadrukt. Ds. Kievit gebruikt het beeld uit de Galatenbrief dat het volk van God onder het oude verbond een onmondig kind was, maar onder het nieuwe verbond tot volwassenheid komt. De doop met de Heilige Geest markeert het moment waarop de onmondige erfgenaam die onder de wet gesteld was, mondig verklaard wordt. Daarmee bedoelt hij dat wie door de Heilige Geest gedoopt wordt, innerlijk mondig en geschikt gemaakt wordt tot de volle gemeenschap met de Vader. 

Zekerheid

Centraal in deze doop met de Heilige Geest staat het vervuld worden met de kennis van de vernederde en verhoogde Christus. Hierdoor ontvangen de gelovigen een grote vrijmoedigheid en zekerheid. Me dunkt dat de krachtigste weerslag van het gedoopt zijn met de Heilige Geest te horen is in Romeinen 8. Dit hoofdstuk is vol verlangen, vol zekerheid, vol blijdschap, want vol van Christus.

Wanneer wij in het heil van Christus gedompeld worden, worden wij gedompeld met de Heilige Geest Die ons leert zingen en roemen van Hem. Dan drukt de Heilige Geest de heilsfeiten van Christus zo diep in ons hart, dat ze in de heilsorde hun beslag krijgen en wij mét Christus sterven om ook weer mét Christus op te staan.

Nu spaarzaam

Trekken we deze lijn door naar onze tijd, dan kunnen we onszelf ernstig afvragen of en waarom de hoge en diepe taal van Romeinen 8 zo spaarzaam in de gemeente klinkt. Wie leeft er op de hoogte van dit hoofdstuk (en dan niet alleen van het zegelied aan het slot)? Hoeveel horen wij onszelf of anderen spreken uit die diepgefundeerde vrijmoedigheid te midden van alles wat ons aanvecht en aanklaagt?

En blussen wij in onze dagen de Geest niet uit (1 Thess.5:19)? Hoe? Door met een veelheid van thema’s doende te zijn, maar hét grote thema van het Woord te veronachtzamen, namelijk Jezus Christus en Die gekruisigd. Ook thema’s als liturgie en discipelschap kunnen ons het zicht dat de Heilige Geest ons op Christus leert, danig ontnemen. En de échte Geestesdoop waarnaar we zo verlangen en die we juist wilden stimuleren, blijkt tot onze teleurstelling achteraf uitgebleven te zijn. Wij ontvangen de Heilige Geest alleen uit de doorboorde handen van Christus. Hij is het Die met de Heilige Geest en met vuur doopt.

In de gemeente

Er is in het Nieuwe Testament nog een tweede lijn als het over de doop met de Heilige Geest gaat. Het werk van de Heilige Geest is tweevoudig: Hij werkt op Christus aan, vervolgens werkt Hij op de kerk aan. Hij verbindt ons aan het Hoofd en Hij verbindt ons aan het lichaam, dat is Zijn gemeente. Een doop in Christus is daarom ook altijd een doop in Zijn gemeente (1 Kor.12:12).

Bij de doop met de Heilige Geest moeten we daarom niet alleen denken aan de persoonlijke vervulling met heil en de gaven van Christus, maar ook aan de inwoning van de Heilige Geest in de gemeente. Door de Heilige Geest Die de diepten van God doorzoekt, heeft de gemeente kennis van de dingen ‘die ons genadig door God geschonken zijn’ (1 Kor.2:12). Zij is door de Heilige Geest gedompeld in Gods heilgeheimen, zij belijdt en verkondigt die in deze wereld. De gemeente is door de Heilige Geest ook tot eenheid gedoopt. Omdat er maar één Geest is, is er ook maar één lichaam (Ef.4:4).

Acht ik een herleving van de kerk nodig? De vraag stellen is haar beantwoorden, zowel met het oog op de Protestantse Kerk als met het oog op de plaatselijke gemeenten en andere kerken. Een herleving van de kerk als lichaam van Christus is gave van de Heilige Geest op de levenwekkende prediking van Zijn kruis en opstanding, een prediking in betoon van Geest en kracht, een Geestdoorademde prediking van de werken van de Vader, en van de Zoon en van de Heilige Geest.

Wij zullen vervuld zijn van de Heilige Geest naar de mate dat wij vervuld zijn van Christus naar Wie onze waterdoop ons wijst. Daarbij kan het verrassend toegaan: naast Joden ontvangen ook heidenen de doop met de Heilige Geest (Hand.11:15,16). Ook dat hoort bij de nieuwe bedeling sinds Christus’ opstanding: Gods heil wordt wereldwijd uitgedeeld.

Dat de verhoogde Heere met de Heilige Geest en met vuur doopt, wekt dus grote verwachting en troost: er komen wateren op het dorstige (Jes.44:3). Het kan zo dorstig en droog niet zijn, in ons persoonlijk leven en dat van hele volken in deze wereld, of Hij weet er genadig raad mee.

A.J. Mensink