‘Genade die ontspant’

Synode aanvaardt ‘Van U is de toekomst’ als visienota

Al waren er slechts vijf tegenstemmers, zonder slag of stoot ging de aanvaarding van de derde visienota van de Protestantse Kerk niet. Betekent de focus op ‘genade’ dat gerechtigheid er minder toe doet?

Betekent de gemeenschap van Woord en tafel dat Jezus in de wereld niet te vinden is? Om die vragen ging het.

In de visienota verwoordt de synode waar de kerk zich in onze tijd en situatie toe geroepen weet. ‘Van U is de toekomst’ is daarmee een inhoudelijke plaatsbepaling, die de richting toont voor de komende jaren. Die richting geldt de kerk als geheel, het beleid van de dienstenorganisatie én de plaatselijke gemeenten.

In zijn inleiding op de synode, vrijdag 19 juni, zei scriba dr. R. de Reuver dat de visienota antwoord geeft op de vraag waar de kerk in onze tijd en context van Godswege toe geroepen is. Wat die tijd en situatie kenmerkt? Wel, in onze samenleving zijn we klagend gelukkig, onzeker vanwege de gebrekkige grip op het leven, zoekend naar zin, terwijl de kerk lijkt te verkruimelen, mensen overstresst zijn en de maatschappij van polarisatie weet.

Dat is niet best – zo’n foto, als je woont in een van de meest welvarende landen ter wereld, overigens ook het meest atheïstische land van West-Europa genoemd. Het is moedig dat de kerk dan niet nadenkt over hoe ze het tij kan keren, maar die grote vraag stelt: ‘Waartoe zijn we geroepen, van Gódswege?’ Als elke kerkenraad over die vraag nadenkt, is dat geen verloren tijd. Die vraag kan alleen biddend en lezend in het Woord beantwoord worden. 

Nooit goedkoop

De ondertitel van de nota luidt ‘Ontvankelijk en waakzaam leven van genade’. Genade – het is een sleutelwoord in de nota, en wie zou dit niet met instemming opmerken? Veel synodeleden deden dat ook. Deze bijbelse notie onderstreept dat we als kerk aangewezen zijn op Gods omzien naar ons. Als ikzelf synodelid zou zijn, zou in het gesprek met elkaar daar mijn accent liggen: Op genáde ben je aangewezen als je zelf geen uitkomst ziet, geen toekomst hebt. Genade zegt daarom iets (veel!) over God, genade zegt ook iets over ons, over mij.

Psalm 116 bezingt dat de Heere genadig en rechtvaardig is, een in dit verband opvallende combinatie, omdat veel synodeleden benoemden dat de kerk rechtvaardigheid moet zoeken. Als deze psalm bezingt dat Hij een Ontfermer is, lezen we ook dat banden van de dood de dichter omvangen hadden, dat angsten van het graf hem getroffen hadden. Tegen die achtergrond krijgt genade kleur en diepte. Genade is nooit goedkoop. Niet omdat genade ons direct tot allerlei actie dringt, maar omdat het Christus Zijn leven kostte, omdat Hij leed en stierf.

Leidt genade daarmee tot aandacht voor de doorwerking van het Evangelie in de samenleving, tot het verheffen van je stem in de discussie over klimaat, migratie, levenseinde? Ja, dat zeker, want de heiliging van het leven staat nooit los van de genade van God. Het is Calvijns om Christus geheel nodig te hebben voor de vergeving van je zonden (dat is immers genade ten volle), maar ook voor de bestrijding van de zonden, in mijn eigen leven en in deze wereld, om me in te zetten voor de doorwerking van de geboden van God. 

Verwondering

Bij genade hoort verwondering, een woordje dat op pagina 8 van de visienota zijdelings langskomt, maar dat een breder accent zou mogen krijgen. Wie krijgt wat hij niet verdient, is immers als eerste stil en diep verrast, overrompeld van vreugde, vervolgens verlangend om anderen te doen delen in het leven uit genade.

In de visienota van de kerk lezen we vijf aspecten: genade die bevrijdt, die corrigeert, die volstaat, die motiveert en die in een situatie van kerkelijke krimp vooral ontspant. Juist omdat genoemd is dat de nota niet pretendeert volledig te zijn, voeg ik voor de bezinning in de gemeenten toe dat genade onmisbaar is, in de omgang met God gezocht moet worden, omdat mijn leven zonder genade verloren is. Inderdaad, onze enige hoop is de Goddelijke Redder, zoals de nota een koraalgezang van Jean Racine citeert. 

Belijdenis

Om genade te ontvangen kiest de visienota allereerst voor een wending naar de kerk, naar de gemeenschap van Woord en tafel. ‘Gelovig leven’ wordt in onze cultuur en samenleving immers niet meer gevoed, zodat die wending naar de kerk nodig is, om toegerust te worden. Verdieping van de verkondiging, dat verlangen spreekt de nota uit, in een veelheid van vormen, op allerlei plekken. Ik denk hierbij aan haar eigen belijdenis, die daaraan dienstbaar kan zijn, die op geconcentreerde wijze de kernmomenten van het christelijk geloof verwoordt, zoals de Heidelbergse Catechismus ons meeneemt in de toepassing van de geboden van God, voor mij, voor Gods schepping.

In het leven uit genade zoekt de kerk op basis van haar visienota contact met anderen, wetend ‘dat de naam van de kerk er voor de jongere generatie nauwelijks nog toe doet’. Zeker is het belangrijk dat we de ander daarin opzoeken én tegelijk de jongeren leren verantwoordelijkheid voor hun gemeente te gaan dragen. 

Eerbiedig leven

De visienota focust voorts op ‘eerbiedig leven, op een gebedsgemeenschap, op een vernieuwde cultuur van gebed’. Hierbij hoort een ‘kwalitatief hoogstaande en brede muziek- en liedcultuur’. Bidden en zingen, je wordt blij als hier aandacht voor komt of blijft. Minder vergaderen, meer bidden en zingen – laten het voornemens zijn die samenbinden en de gemeente bouwen.

Een punt van bezinning vind ik dat de visienota voortdurend de breedte opzoekt, wat iets vermoeiends kan krijgen. Het gebed kan ‘in allerlei vormen tot uiting komen’, onze liedcultuur heeft ‘een enorme verbreding ondergaan’, de ‘creatieve aanwezigheid van de Geest in de wereld leidt tot een diversiteit aan kerkvormen’ – het is allemaal waar, maar een zekere concentratie in vormen en uitingen geeft ook herkenning en rust, zonder dat de veelkleurigheid van het leven met God ontkend wordt. 

Zonder herder

Dat brede geldt ook deze zinsnede: ‘Het is de roeping van de kerk om daar te zijn waar de Geest haar leidt en Jezus zich laat vinden.’ Waar ís Jezus? Het is een relevante vraag, ook voor het gesprek in de kerkenraad. Als Zijn ouders Hem zoeken, klinkt het: ‘Wist u niet dat Ik moet zijn in de dingen van Mijn Vader?’ Het was de Heiland Die de menigte mensen die waren als schapen zonder herder – alsof het om het huidige Nederland gaat – onderwijs gaf in de geboden van Zijn Vader (Mark.6:34). Ja, barmhartigheid en rechtvaardigheid vallen daar onder. 

*** 

Wat prikkelt u het meest in de visienota? Vanuit vier locaties konden de synodeleden op deze vraag reageren.

Oud. M. van Heijningen, Dorkwerd, krijgt hoop door het horen over genade, een notie om in de wereld te verkondigen.

Oud. A. Verbeek, Amsterdam, ziet in de nota te weinig terug dat we in de kerk ook onze verschillen vieren.

Ds. M.G. Pettinga, Monnickendam, noemde genade een kernwoord, als racisme een actueel thema is: ‘Krijgen we gerechtigheid en barmhartigheid niet op ons kerkelijke bord?’

Ds. R.J. Wilschut, Hoogvliet, vindt dat het spreken over genade uitnodigt tot stilzitten. ‘Het spreken in vertrouwde taal zet niet tot beweging aan.’

In een reactie op alle meningen gaf dr. R. de Reuver aan dat vanuit de genade de gerechtigheid juist openvalt, ‘omdat de lijdende mens mijn geloofsverstaan verdiept’. Met vijf stemmen tegen werd de visienota aanvaard, nadat toegezegd was dat de nota samen met audiovisuele ondersteuning aan de gemeenten aangereikt wordt en dat scherper verwoord zal worden dat de kerk rond twee altaren staat, zowel in de kerk als midden in de samenleving. 

Predikantentekort?

De synode sprak zich ook uit over de inzetbaarheid van zogenoemde tijdelijke hulpdiensten in de gemeenten. Begin dit jaar was er discussie over de beperkende maatregelen (max. twee jaar) die zouden gaan gelden voor proponenten of emeritus predikanten die hulpdiensten zouden willen verlenen aan (vacante) gemeenten. De Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer en de Bond van Nederlandse Predikanten hadden gepleit voor meer ruimte voor hulpdiensten door emeriti, zoals dit in De Waarheidsvriend eveneens gebeurde.

Uit een berekening van het landelijk dienstencentrum blijkt dat er tot 2028 geen sprake is van een predikantentekort binnen de kerk, aldus scriba dr. R. de Reuver. ‘Eerder van een relatief klein overschot, van tussen de vijftig en tachtig predikanten.’ Of deze uitspraak klopt, kan ik niet beoordelen. Wel zie ik dat in de kring van de Gereformeerde Bond er sinds decennia niet zoveel vacatures en zo weinig proponenten zijn. Gelukkig biedt het voorstel dat besproken werd, meer ruimte voor emeritus predikanten om pastorale bijstand te leveren dan in het oorspronkelijke voorstel het geval was. 

Werkzaam vermogen

De synode besprak als laatste het rapport ‘Werkzaam vermogen’, waarin staat dat de gemeenten in de Protestantse Kerk samen zo’n 600 miljoen euro aan kerkrentmeesterlijk vermogen hebben en zo’n 400 miljoen euro aan diaconaal geld; beide vrij beschikbaar. Dit rapport pleit voor de oprichting van een platform dat vraag en aanbod gaat koppelen, waarbij de modaliteiten gerespecteerd worden, zodat – in mijn woorden – een vrijzinnige euro niet ingezet zal worden voor de gereformeerde prediking. Dr. R. de Reuver benoemde dat onze tijd ernaar is om dit vermogen in te zetten voor de Woordverkondiging en de dienst aan de samenleving.

Ds. M. de Jager, Delfzijl, noemde het plan te ambitieus: ‘Schrijf liever aan de gemeenten een pastorale brief over het omgaan met haar vermogen.’ Ds. D.C. Groenendijk, Zuid-Beijerland, wees erop dat legaten gegeven zijn voor één specifieke gemeente. Ds. P. Vroegindeweij, Lexmond, gaf aan dat als er een continuïteitsreserve van drie in plaats van één jaar gehanteerd wordt, het kerkrentmeesterlijke vermogen van 600 miljoen euro naar nul gaat.

In november hoopt de synode verder over dit thema te spreken.

P.J. Vergunst