Geref. Bond kiest als jaarthema ‘Heilig Evangelie, heilig gebod’

Het is opvallend dat het woordje ‘heilig’ de voorbije jaren nogal eens voorkwam in het jaarthema van de Gereformeerde Bond, onder andere in ‘Leidinggeven aan heiliging’ (2012) en ‘Heilig is de HEERE’ (2018).

Nu, voor 2019, is gekozen voor ‘Heilig Evangelie, heilig gebod’.

Op aarde blijft heiligheid aangevochten. De bekende puriteinse theoloog John Owen zei ooit: ‘Heiligheid bereikt haar volmaaktheid in de hemel, maar begint zonder uitzondering in deze wereld.’ In de brief over de volharding (Hebreeën) lezen we: ‘Jaag de vrede na met allen, en de heiliging, zonder welke niemand de Heere zal zien,’ woorden die het gelijk van Owen aangeven.

Waar heiligheid de allesomvattende eigenschap van de God van Israël is, is Zijn gemeente vandaag geroepen om heilig te leven. ‘Heilig moet u zijn,’ zei God tegen Israël – en de apostel Petrus citeert in zijn brief deze woorden uit het Oude Testament: ‘Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is, word zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel.’ Als we ontdekken dat ‘heilig’ de kern raakt van ons belijden van God én van het wezen van de gemeente, verbaast het niet dat dit woord in verschillende jaarthema’s terugkeert. Ondertussen, in mijn leven blijft heiligheid aangevochten. 

Heilsleer

Wat God vraagt, hoeft een mens niet zelf te realiseren. Wij reiken niet naar de hemel, maar de hemel scheurt opent ‘en het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond’ (Joh.1). Kerst heeft ons dit opnieuw geleerd. Christus Jezus ‘is voor ons geworden is tot wijsheid van God en gerechtigheid, heiliging en verlossing’.

Deze heilsleer heeft de Heere ontvouwd in de Bijbel. In dat Woord van God hebben we als kerk véél ontvangen. Aan Timotheüs schrijft Paulus dat ‘de heilige Schriften u wijs kunnen maken tot zaligheid’. Die Schriften zijn heilig, omdat ze van Christus getuigen, van Zijn werk, omdat de Heere Zelf ze heilig noemt. Ze richten ons op een rijk dat niet opgaat in brood en spelen, maar op een Koninkrijk van vrede, liefde, gerechtigheid, dat van een andere orde is dan ons zondige bestaan.

In de studeerkamer van een van onze predikanten zag ik ooit de woorden uit Johannes 20 aan de muur opgeplakt: ‘Maar deze (tekenen van Jezus) zijn beschreven, opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven, het leven zult hebben in Zijn Naam.’ In het Woord vinden we de heilsleer, vinden we het leven. Het Woord dat zaligmaakt, is heilig én spoort ons aan heilig te leven. 

Met Gods vinger

De belijdenis van de kerk verwoordt dat de Bijbel niet uit ons menselijke brein voortkomt: ‘Daarna heeft God, door een bijzondere zorg die Hij voor ons en onze zaligheid draagt, de profeten en apostelen geboden Zijn geopenbaarde Woord op schrift te stellen; en Hijzelf heeft met Zijn vinger de twee tafels van de wet geschreven. Hierom noemen wij zulke geschriften: heilige en Goddelijke Schriften.’ (Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 3)

Het zou zo moeten zijn dat het geloof van de kerk, gestoeld op dit fundament, helder en krachtig was, ook in de Protestantse Kerk. Zij immers belijdt in haar grondslag ‘in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift’ als enige bron en norm van de kerkelijke verkondiging en dienst de drie-enige God. Echter, ons verstand is verduisterd én Gods tegenstander zit niet stil. Het is de duivel die ooit aan Eva vroeg: ‘Is het echt zo dat God gezegd heeft…?’ Het is de eeuwen door gebleven: de verdachtmaking van Gods stem, de aanranding van Zijn Woord, de relativering van Zijn gebod. Ja, ook ín de gemeente wortelt de dwaling.

Dichtbij huis

Juist in een cultuur waarin heiligheid teloorgaat, hopen we het komende jaar samen te ontdekken wat de heiligheid van het Evangelie betekent én hoe we met de woorden van God om mogen en moeten gaan. Dat is een opdracht dichtbij huis, dat is misschien wel de hand in eigen boezem. Immers, in onze tijd is onder christenen die het gezag van de Bijbel erkennen, een andere omgang met het Woord van God zichtbaar.

Gereformeerde christenen leggen ‘lastige’ teksten hier en daar anders uit dan voorheen in het orthodox-gereformeerde denken gangbaar was. We komen dan al snel bij ethische thema’s als de plaats van de vrouw in de gemeente, bij ons spreken over huwelijk, seksualiteit en relaties – thema’s waarbij er vanuit de samenleving in toenemende mate druk ervaren wordt om het klassieke denken en belijden los te laten.

Verscherpt debat?

Als je goed luistert, ontdek je dat hier en daar de centrale boodschap van de Bijbel (liefde, vergeving, verzoening) beslissend geacht wordt voor de toepassing op andere thema’s. Bij de uitleg van de Bijbel wordt daarbij het verschil in cultuur tussen vroeger en vandaag sterk benadrukt. Het gevolg kan zijn dat de Heilige Schrift gemakkelijk tandeloos gemaakt wordt, niet meer haaks staat wat op in een samenleving of zelfs in een kerkelijke gemeenschap redelijk geacht wordt. In de kerk kan dit leiden tot een verscherpt debat, zoals de Christelijke Gereformeerde Kerken dit gesprek opnieuw moeten voeren over vrouw en ambt, zoals dit wereldwijd in vele kerken gevoerd wordt over homoseksuele relaties. Daarom telt de vraag wat we bedoelen wat we zeggen dat de Schriften heilig zijn. 

De geboden vervuld

Een toenemend spanningsveld is zichtbaar tussen cultuur, verdraagzaamheid en ethiek. In het geheel van de Protestantse Kerk klinkt meer en meer het verwijt van discriminatie in de richting van hen die een orthodoxe positie innemen. Tijdens de najaarsvergadering van de synode gaf een van de predikanten in het debat over het gelijkstellen van huwelijk en andere samenlevingsvormen aan ‘er in toenemende mate moeite mee te hebben dat in onze kerk tienduizenden vrouwen niet in het ambt kunnen’.

In dit spanningsveld stellen we de vraag hoe we leven uit de Heilige Schrift als hoogste norm, hoe we ons denken brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus? Ja, Hij is de norm. Omdat Christus geleden heeft, omdat Hij volkomen gehoorzaam was aan de geboden van Zijn Vader en in die weg de zaligheid verworven heeft, is Hij onze hoogste autoriteit.

De Bergrede (Matt.5) maakt duidelijk dat de Heere Jezus die geboden niet afschafte, maar vervulde. ‘Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen.’ Geen ‘jota van de wet’ zal voorbijgaan, totdat de hemel en de aarde voorbijgaan. Wie die geboden wel afschaft, wordt de geringste in het Koninkrijk genoemd. 

In de liefde gedrenkt

De brieven van de apostelen, gedrenkt in liefde tot de Meester en tot Zijn geboden, geven de kerk onderwijs dat tot de jongste dag actueel is. Dit onderwijs toont dat de leer van Christus zowel de reikwijdte van kruis en opstanding bevat alsook de geboden van Zijn Vader. Het heilig Evangelie en het heilig gebod – we mogen wat God samenvoegt, niet scheiden.

In dit verband is de waarschuwing van Petrus (2 Petr.2:21) veelzeggend: ‘Het zou immers beter voor hen geweest zijn dat zij de weg van de gerechtigheid niet gekend hadden dan dat zij, nadat zij die hebben leren kennen, zich afkeren van het heilige gebod dat hun overgeleverd was.’ 

In het Evangelie nodigt Jezus Christus vermoeiden en belasten tot Hem te komen. ‘En Ik zal u rust geven.’ Wie komt, mag met Hem de weg van Zijn geboden wandelen. Dat is een lichte last, dat is een zacht juk – zelfs als het leven ons pijn doet. Daarom bidden we: ‘Laat mij van Uw geboden niet afdwalen.’

P.J. Vergunst