Geroepen dominees

Gebed om arbeiders in de oogst is voor de Protestantse Kerk urgent

Wat is er mooier dan ‘geroepen dominee’ te zijn? Populaire leraar, bedreven politicus, kundige automonteur…? Ik kies voor de dominee, als hij tenminste geroepen is. Onze tijd en onze kerk vráágt erom.

Het gebed om arbeiders in de oogst, klonk het zondag jl. in de erediensten die we bijwoonden? Om diverse redenen is dat een belangrijke vraag. Het meeste omdat de Heere Jezus ons tot dit gebed gedrongen heeft. Ooit zei Hij tegen Zijn discipelen: ‘De oogst is wel groot, maar er zijn weinig arbeiders. Bid daarom tot de Heere van de oogst dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitzendt.’ (Matt. 9:38)

Jezus’ verlangen

Het verlangen naar arbeiders is niet van gisteren of vandaag. Jezus Zelf ervoer het tekort aan werkers in de wijngaard al. Daarmee mogen we niet doen alsof de overmacht van de oogst ten opzichte van de arbeiders een oude kwestie is die ons niet meer raakt. Het verlangen van Jezus naar arbeiders was er immers niet om de werkdruk onder de twaalf discipelen te verlichten, om taken beter te kunnen verdelen. Nee, Hij zag zovele mensen – een menigte – die vermoeid en verstrooid waren, die als schapen zonder herder dwalen en dolen. Diep vanbinnen was Hij bewogen, nadat Hij het Evangelie van het Koninkrijk gepreekt had. Er staat in Mattheüs 9 trouwens niet dat Hij verlangde naar ‘meer’ arbeiders, alsof we er zijn als er een bepaald aantal bijkomt.

Jezus verlangde naar evangelisten, onbepaald en onbeperkt.

Niet zonder herder

Hoe meer de kerk in Nederland krimpt, hoe meer arbeiders er nodig zijn, ook als het aantal predikantsplaatsen blijft afnemen. Dat lijkt niet logisch, maar is het wel. Want, niet alleen in de christelijke gemeente is onderwijs van grote waarde, ook in de samenleving kunnen menigten van mensen – al dan niet hoogopgeleid – niet zonder herder, niet zonder iemand die luistert, zorgt, de weg wijst, vooropgaat. Vergeving en vernieuwing, elk mens heeft die nodig, christen of niet. We moeten weten van het Woord, van de Heilige Geest.

Overigens, in bijbelse tijden behoorde je als herder tot het mindere volk. Als je nergens voor deugde, kon je altijd nog herder worden… Ondertussen had de man wel hárt voor zijn schapen. Altijd weer begint het bij ontferming met de naasten. Bij de huurling ontbreekt die bewogenheid.

Jezus verlangt naar herders, mensen met een hart voor de ander, onbepaald en onbeperkt. Opdat ‘door de prediking van het Evangelie mensen in Gods schaapskooi gebracht worden’, zoals Calvijn verwoordt.

In plaats van engelen

Waar de Heere Jezus bekendgemaakt wordt als de Messias, als Redder van de wereld en Verzoener van de zonden, komt de oogst in beeld. Tussen nu en de dag van de voleinding van de wereld wordt die binnengehaald. We lezen dat ‘de oogst de voleinding van de wereld is en de maaiers zijn engelen.’ Als Jezus de discipelen uitzendt, mogen zij de plaats van de engelen innemen.

Voor de verkondiging van het Evangelie is het verlangen ertoe cruciaal. De zeventiende-eeuwse Utrechtse hoogleraar Gisbertus Voetius noemde dit verlangen als eerste kenmerk van een roeping tot het ambt, naast de concrete bekwaamheden die hiertoe nodig zijn. Ook Wilhelmus à Brakel is met zijn Redelijke Godsdienst een waardevolle stem uit de kerk der eeuwen, als hij spreekt over ‘een gedurige lust om het Woord te willen onderzoeken’, ‘een gedurige prikkeling om zich aan de Heere op te offeren’.

Het is belangrijk te beseffen dat die roeping geen ‘stem uit de hemel’ is, maar een verlangen dat de Heilige Geest werkt in je hart. Toen een student theologie me vorig jaar zei niet zeker te weten of hij de roeping tot het ambt had, maar dat hij wel verlangde om het Woord te verkondigen, was dit aanleiding om over bovenstaande te spreken.

Meer dan zestig

Kijk ik naar de concrete situatie in de Protestantse Kerk, dan is het gebed om nieuwe dienaars van het Woord bijzonder nodig. Het nieuwste adresboekje van de Gereformeerde Bond telt meer dan zestig vacatures als het om gemeentepredikanten gaat, terwijl diverse dominees hun emeritaat naderen. Tevens zie je als trend dat predikanten buiten de gemeente diverse taken en functies gaan verrichten (onder meer als interim-predikant en sinds kort ook als ambulant predikant), wellicht omdat het werk in de gemeente als intensief ervaren wordt.

Daarbij komt dat het aantal advertenties voor kerkelijk werkers – zij het in parttime functies – de voorbije maanden opvallend groot was. Vele emeritus predikanten zetten zich gelukkig nog altijd in als consulent, voor de belijdeniscatechese of op andere wijze. Hun kerkelijke ervaring is van grote betekenis.

Voordat iemand het woord ‘kandidatenoverschot’ ter sprake brengt – een woord dat in de kring van de Gereformeerde Bond ooit klonk, maar dat we gezien Jezus’ woorden uit Mattheüs 9 niet moeten gebruiken – , van véle proponenten die wachten op een beroep is vandaag geen sprake. Dorpsgemeenten die vanouds een proponent beroepen, moeten tegenwoordig echt op zoek naar de man die de gemeente met stichting kan dienen.

Meelevend gezin

Ds. K. Dijkstra, sinds vorig jaar predikant voor het beroepingswerk in de Protestantse Kerk, heeft in zijn advisering aan de gemeente voor het geheel van de kerk ook de ervaring dat er vele werkers in de wijngaard nodig zijn – al zijn er tegelijk veel predikanten die graag eens zouden verkassen, maar dat is een ander thema. Laten we daarom thuis op de zaterdag, als we toeleven naar de verkondiging van het Evangelie, en in de erediensten op de zondag aanhoudend bidden om arbeiders ‘in Zijn oogst’.

Het is een appèl dat onze gezinnen ook raakt. Vaak heb ik dominees ontmoet die middellijkerwijs dankzij hun biddende moeder de kansel beklommen. Rijk is het als dit van een komende generatie ook geldt, de vaders niet uitgezonderd. Het was 1992 toen dr. A. van Brummelen in ons blad schreef: ‘Het valt ons vaak op in hoeveel gevallen een hartelijk meelevend gezin de voedingsbodem is voor de roeping tot het ambt. In dat gezin wordt met respect over de kerk gesproken; het ambt staat er hoog. En wat te denken van een biddende moeder, grootmoeder, oom of tante?’

De roeping voorop

Nu verzakelijking van het klimaat in de kerk een bekend verschijnsel is, mogen we er temeer alert op zijn dat ‘ambt en roeping’ heel dicht bijeengehouden worden. Ja, de synode van de Protestantse Kerk sprak ten aanzien van dominees over loopbaanontwikkeling, aantrekkelijkheid van het ambt, functiedifferentiatie, maar als roeping niet voorop blijft gaan, zaag je als kerk aan de poten van de stoel waarop je zit.

Die roeping is allereerst onmisbaar voor de predikant zelf. Waar blijf je anders in tijden van aanvechting, bij Wie vind je anders steun dan bij Hem, Die roept én getrouw is? Die aanvechting kan gelden als je ziet op een periode van droogte in je eigen geestelijke leven. Altijd weer moeten we dan terug naar Hem, Die een goed werk in ons begonnen is.

Die aanvechting kan gelden in tijden van spanning in de gemeente, weerstand tegen een verkondiging die álles van Christus en daarmee niets van onszelf verwacht. Te weten dat jijzelf niet solliciteerde om pastoriebewoner te worden, kan dan betekenisvol worden. Als we persoonlijk en als gemeente kleine kracht hebben, vinden we houvast in het bewaren van Zijn Woord.

Die aanvechting kan er evenzeer zijn als we kijken naar een krimpende kerk, een gemarginaliseerd geloof, een seculier levensklimaat. In dit kader nog één keer ds. Van Brummelen, die 27 jaar geleden al schreef: ‘Vooral tegenwoordig, nu onze gemeenten grote ontkersteningsverschijnselen vertonen, is de persoonlijke overtuiging door God geroepen te zijn en voor Zijn aangezicht te staan, een dragende ondergrond bij het wondere ambt.’

De gemeente

Ten tweede heeft de geméénte hard een predikant nodig die weet van roeping, hoe aangevochten ook. Hoe kun je immers zondag aan zondag luisteren naar de uitleg en de toepassing van het Woord door iemand die niet van harte betrokken is bij het Evangelie, die vreemd is aan de vreugde en de ernst van zijn boodschap? Dan lijkt er nauwelijks een zwaardere taak te bestaan, dan wordt preken tot ploeteren, dan is luisteren een opgave.

Het gebed om nieuwe werkers in het Koninkrijk, om veel jonge dominees voor de Protestantse Kerk – bij wie vindt dit weerklank? ‘Aangezien niemand ooit uit zichzelf een oprecht en bekwaam dienaar van God worden zal’, zegt Calvijn, ‘en ook niemand het leraarsambt recht bedienen kan dan die de Heere ertoe roept en met de gaven van Zijn Geest begiftigt, moeten wij zo vaak wij bemerken dat er een gebrek aan goede leraars is, onze ogen tot Hem opheffen met de bede dat Hij ons helpt.’