Geroepen tot belijden

Huisgodsdienst is in de christelijke gemeente van cruciale betekenis

Is de toekomst van de kerk in gevaar als het aantal belijdende leden klein wordt? Ja! Er is geen enkele reden om de neergang van de kerk te relativeren. Laten we de pijn erover niet wegmasseren.

Beter is ons te oefenen in het geloof dat in Gods Naam onze hoop verankerd is én de middelen te gebruiken.

Achttien jaar geleden sprak dr. W. Verboom op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond over het thema ‘Catechese in de crisis’. In 2002 deed hij dat overigens niet voor het eerst. We spreken dus over een langjarig aandachtspunt, maar doen dat niet om het probleem klein te maken. De vinger legde hij toen al bij de motivatie van de catecheet, de wisseling van catechisanten in de gemeente, het gebrek aan motivatie bij hen én hun ouders, ordeproblemen, drukbezette agenda’s van de catechisanten. Gelukkig bleef onze oud-hoogleraar nooit in de diagnose steken, maar hield hij het elan om wegen te wijzen.

Dat laatste willen we vandaag ook, als we een themanummer aanreiken waarin we allereerst signaleren dat de sterke afname van het aantal belijdeniscatechisanten niet zonder gevolgen kan blijven voor het functioneren van de gemeenten. Tegelijk willen we bevorderen dat de betekenis van de openbare geloofsbelijdenis leeft in de gemeente. We blijven niet hangen in de negatieve spiraal van cijfers, maar focussen op onze roeping, onze roeping om in het kleine trouw te blijven, onze roeping om de gemeente te bouwen, onze roeping tot gebed en inzet, onze roeping de lofzang te blijven zingen.

Belijden voor de mensen

Als de predikantsplaats weer bezet is, kan de kerkenraad denken dat de continuïteit van de gemeente even minder aandacht behoeft. Schijn is dat echter, gevaarlijke schijn. Want als de nieuwe dominee – zoals ik recent in een gemeente vernam – in drie jaar één belijdeniscatechisant begeleidde tot de openbare geloofsbelijdenis, dan rekent een kind uit dat op termijn het aantal belijdende leden onvoldoende is om de gemeente voort te zetten.

Belijdeniscatechese en geloofsbelijdenis, we mogen er jongeren en ouderen gericht toe stimuleren. In de kern gaat het daarbij om het belijden van Jezus Christus als de Zoon van God, het aanvaarden en erkennen van Hem als je Zaligmaker, als de Verzoener van je schuld voor God. Jezus nodigt Zijn leerlingen daartoe uit: ‘U, wie zegt u dat Ik ben?’ Zalig noemt de Heiland Petrus, nadat deze geantwoord heeft: ‘U bent de Christus, de Zoon van de levende God.’

Maar, ons belijden moet in een bredere kring openbaar worden, niet alleen in de kring van de gemeente, ook in ons dagelijkse leven. ‘Ieder die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.’ Beslissend voor onze eeuwige toekomst, dit tussentreden van de Zoon voor ons bij de Vader.

Huisgodsdienst

Om te weten Wie je belijdt en wat je over God belijdt, is in de christelijke gemeente onderwijs nodig. Het gaat (in het voetspoor van Calvijn) om kennis van de leer van de Heilige Schrift, kennis die het hele leven raakt. De basis voor dat onderwijs ligt… in het gezin! Of noemen we ons gezin geen kerkje in de kerk meer? Ook zonder de coronacrisis is de huisgodsdienst van cruciale betekenis. In de tijd van Calvijn kwamen de dienaars van de kerk jaarlijks thuis examineren, om de ouders te controleren op het naleven van hun doopbelofte. Dat zal niet meer gaan. En tegelijk, als mijn kind jaarlijks in twintig keer drie kwartier catechese (als er tenminste nooit verzuimd wordt) zich de kennis van de leer van de Heilige Schrift eigen moet maken, zal het ook niet meer gaan.

Op de vraag hoe een gemeente het doen van geloofsbelijdenis kan stimuleren, is de aandacht voor de huisgodsdienst daarom het eerste antwoord. Een enkele oproep in het kerkblad om je te melden voor de belijdeniscatechese is geloofwaardig als die oproep verankerd is in bredere beleidsmatige aandacht voor de geloofsopvoeding. Hier hoort zeker bij dat de kerkenraad vanuit zijn ambtelijke verantwoordelijkheid zich bezint op het functioneren van de christelijke school, zich optimaal inzet dat in de klas het Woord van God gehoord en bezongen wordt. Uiteraard laat geen ouder zich een schoolkeuze voorschrijven (terecht, want die verantwoordelijkheid draagt elke ouder zelf), maar dat betekent niet dat de kerk zich niet betrokken heeft te weten op het dagelijkse onderwijs aan de kinderen van de gemeente.

Doordenking van de catechese

In een tijd waarin ervaringen en meningen leidend kunnen zijn, is kennis van de leer van de Heilige Schrift extra belangrijk. Die kennis raakt hoofd en hart en handen. Tegelijk gaat het om meer, om het de jongeren van de gemeente leren leven voor Gods aangezicht. Onderwijs over gebed en gebod staan in dit perspectief.

Als we het aantal belijdeniscatechisanten zien teruglopen, zullen we de catechese dan op positieve wijze de plaats geven die ze behoort te hebben? In de bezinning op het functioneren van de catechese hebben diverse hervormd-gereformeerde theologen (wetenschappelijk én praktisch) hun steentje bijgedragen. De leeftijd van velen van hen begint nu echter met het cijfer 7. Is er naast de methoden vanuit de HGJB en de bezinning vanuit ‘Just Read It’ alleen aan de CHE (drs. L. Snoek) en de Driestar (prof. dr. M.J. Kater en dr. A.J. Kunz) nog doordenking van de (praktijk van de) catechese?

Bij die doordenking hoort sowieso dat elke predikant de catechese als zijn belangrijkste taak na de prediking gaat of blijft zien. Voor de opbouw van de gemeente is zijn betrokkenheid cruciaal, onverlet de gaven die andere gemeenteleden op dit terrein hebben. Laat de betrokkenheid van de dominee bij de catechese en bij het functioneren van de gezinnen zo concreet mogelijk zijn. Gezin, school en kerk vormden vanouds een ‘catechetische driehoek’ – en waar de gemeente geen formele zeggenschap over de school heeft, zal ze zich temeer richten op kerk en gezin. 

Indonesië

Wérkelijke belangstelling voor de catechese, daar zal het op aankomen. De vrijblijvendheid voorbij, de gemakkelijkheid een halt toeroepen. Deze zomer had ik contact met ds. L.J. Vogelaar, die sinds 2018 in Indonesië zijn krachten geeft aan de opbouw van de Gereja Protestan Indonesia Luwu, een kerk die haar identiteit versterken wil en de Heidelbergse Catechismus aanvaard heeft als bron voor het geloofsonderricht. Daar zet hij zich vol overtuiging in voor het maken van preekschetsen, het ontwikkelen van trainingsmateriaal, het op basis van de Heidelbergse Catechismus toerusten van kerkleiders die soms slechts per vliegtuig te bereiken zijn.

Zoals zo vaak is de zending een spiegel voor ons, bij wie het materiaal voorhanden is maar bij wie de toewijding ontbreken kan. Zomaar kan de catecheet blij zijn als het seizoen voorbij is, zomaar kan de ouder prioriteit aan andere dingen geven dan het kerkelijke onderwijs. Zending stelt de vraag naar het verlangen van óns hart.

Prediking verstaan

In de Nadere Reformatie (een bloeitijd voor de kerk óf juist een periode waarin in het dagelijkse leven veel mis ging?) diende de catechese ertoe om de prediking te leren verstaan. Een andere weg is dit dan dat de lat in de prediking verlaagd zou moeten worden. De catechese was er om de dwaalleer te onderkennen, een motief dat in de brieven van de apostelen al te vinden is. Niet minder belangrijk was het motief voor de catechese om te troosten en de zaligheid te leren – denk aan de inzet van de catechismus.

Heilzaam zou het zijn als we binnen de kerkenraad elkaar beloven de standaard van het Woord van God vast te houden, het Woord dat spreekt over het vertellen van de daden van God, Zijn kracht en Zijn wonderen, aan de volgende generaties. Dit Woord leert dat de beloften van het verbond via de middellijke weg ontdekt en toegeëigend worden, dit Woord laat de betekenis van een biddende Hanna en een sprekende grootmoeder als Loïs zien.

Nood van de kerk

Leggen we de lat lager als er minder belijdeniscatechisanten komen, als de vervulling van de ambten op termijn heel kwetsbaar wordt? De nood van de kerk kan immers ook tot andere besluiten leiden, waarbij ik denk aan ordinantie 9-5-4 van de kerkorde van de Protestantse Kerk. Deze bepaling verwoordt dat ook doopleden tot ambtsdrager verkozen kunnen worden, omdat ze met de aanvaarding van hun verkiezing als het ware het geloof belijden. Het hiermee loslaten van de reformatorische lijn doop-catechese-belijdenis-avondmaal lijkt me voor de opbouw van de gemeente en haar ambtelijke functioneren niet verantwoord.

De nood van de kerk, we ontkennen haar daarmee niet. Komen we haar te boven als we ons voor alles als een missionaire kerk verstaan waarbij het reguliere huisbezoek en de reguliere catechese kwijnen? Omdat we die vraag ontkennend beantwoorden, nodigen we uit om dit nummer verder te lezen, te overdenken, te bespreken. En om met Psalm 80 te bidden: ‘Herder van Israël, neem ter ore (…), breng ons terug (…), keer toch terug, kijk neer uit de hemel en zie.’

P.J. Vergunst