Homohuwelijk en de gebrokenheid van het leven

Hoog gingen in 2002 de golven in de toenmalige SoW-kerken, toen de synode besloot ruimte te bieden aan de zegening van relaties van mensen van hetzelfde geslacht.

Tegen die achtergrond was de geringe aandacht voor de recente oproep om als Protestantse Kerk het homohuwelijk te gaan inzegenen opvallend. Eén vraag telt: Gaat het om gehoorzaamheid aan Christus, die de Waarheid is? Geen thema verdeelt de Protestantse Kerk zo als de visie op huwelijk, seksualiteit en relaties. Waar de synodeleden met elkaar in gesprek gaan over de vereisten voor de opleiding tot predikant, over de ruimte om als leden van de kerk je doop te vernieuwen, over brandpunten in de prediking, zelfs over het manifest van de atheïstische dominee Klaas Hendrikse – nooit is er in de synode zo’n geladen sfeer als wanneer gesproken wordt over huwelijk en seksualiteit, over de visie op homoseksuele relaties.

Geen spanning

En toch, dat gesprek moet wel gevoerd blijven worden. Niet het te gelde maken van ‘mijn standpunten’ zal daarbij voor elk recht- of vrijzinnig kerklid mogen domineren, maar twee andere zaken. Allereerst het gegeven dat de identiteit van de kerk gegeven is met haar horig zijn aan het Woord van God. Op zoveel plaatsen in de Bijbel komen we het tegen dat er voor Israël, het volk van God, geen licht zal schijnen als het zijn God niet raadpleegt. Neem Jesaja 8, waarin we lezen dat er ‘geen dageraad’ zal zijn als het volk zich niet houdt aan de wet van God, aan Zijn getuigenis.

In feite moet dit elke spanning wegnemen, wil de kerk de Naam van Christus dragen. Het zoeken van Zijn wil is geen kwestie van ‘kerkpolitiek gesprek’ – sowieso een activiteit waar we onze energie niet aan moeten besteden –, is geen zaak van afstemmen of onderhandelen met de verschillende modaliteiten in de Protestantse Kerk. Als de Bijbel opengaat, mogen we élke gedachte gevangen nemen, om die te brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus. Daar hoeft geen spanning bij te zitten, slechts de bereidheid tot overgave en gehoorzaamheid, tot het kruisigen van onze wil.

Gebrokenheid

Er is een tweede aspect in ons spreken en besluiten over huwelijk en seksualiteit, namelijk het oog hebben voor de gebrokenheid in de samenleving, die in de christelijke gemeente vaak pijnlijk zichtbaar is. Bij de Heere Jezus zien we niet het ‘toepassen van regels’, maar bewogenheid met (de nood van) elk mens. Juist binnen de veiligheid van de kerk mag verdriet vanwege eenzaamheid ín het huwelijk benoemd worden, het gevoel terzijde geschoven te zijn na een echtscheiding, ook de worsteling van velen met hun homoseksuele gerichtheid.

In onze verwarring laat Jezus zien wat ontferming is, innerlijke bewogenheid. Dat is een blijvende les voor ons, zoals het vervolg van Zijn handelen ons mag leren. Immers, vanuit die ontferming geeft Hij onderwijs over de orde van Gods Koninkrijk. Een andere heilzame weg is er voor mensen niet, ook niet in de 21e eeuw.

Nog moeite

Waarom dit hier verwoord? Wel, de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten (VVP), de predikantenvereniging Op Goed Gerucht en het Landelijk KoördinatiePunt groepen kerk en homoseksualiteit roepen hun achterban op om de inzegening van het homohuwelijk via kerkenraden en regionale vergaderingen te agenderen voor de landelijke synode. Zij steunen daarmee het initiatief van ds. K. Douwes uit Apeldoorn (nog niet zo lang geleden student aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven), wiens vrijzinnige kerkenraad dit voorstel op de agenda van de plaatselijke classis heeft gezet.

De Protestantse Kerk heeft bewust niet gekozen voor het homohuwelijk. In de kerkorde is op weg naar 1 mei 2004 het huwelijk voorbehouden aan een unieke verbintenis van één man en één vrouw. Wel is het mogelijk om na beraad in de gemeente over te gaan tot de zegening van relaties van mensen van gelijk geslacht. Nu willen de drie organisaties dat homoseksuele relaties ook ingezegend kunnen worden, opdat er ‘gelijkwaardigheid van de huwelijksvormen’ zal zijn. Op haar website meldt de VVP dat binnen de Protestantse Kerk ‘het homohuwelijk een lastig onderwerp blijft, omdat bepaalde delen van de kerk hier nog moeite mee hebben’. Let op het woordje ‘nog’…

Gods zegen

Het is de overheid die elk huwelijk voltrekt, waarna een bruidspaar in de kerk Gods zegen vraagt en ontvangt, zowel een gebed als een belofte. Dan gaat het om de bijbelse invulling van het huwelijk. In het smeken om Gods zegen (immers, nooit gaat het om iets wat je automatisch ‘ophaalt’) erkennen man en vrouw de gave van het huwelijk, waarin ze elkaar ontvangen mogen.

In zijn boekje over de betekenis van de zegen, Een hand boven je hoofd, schrijft ds. J. Westland kort over de mogelijkheid die de Protestantse Kerk biedt om een zegen over homoseksuele relaties te ontvangen. ‘Ik kan dat alleen maar met verdriet constateren.’ (…) ‘Hoe kan dat voor relaties die door God in Zijn Woord worden afgewezen?’

Herderlijk schrijven

Dat deze laatste woorden geen snelle conclusie zijn, blijkt onder meer uit de studie Homoseksualiteit tussen Bijbel en actualiteit, waarmee dr. A.A.A. Prosman op verzoek van de Gereformeerde Bond de kerk heeft willen dienen. Als we de kerk vragen deze studie serieus te nemen, dan vragen we niet te veel, juist omdat de auteur niet wegloopt voor de dilemma’s van vandaag.

In 1952 al verwoordde de hervormde synode in een herderlijk schrijven dat de kerk niet kan volstaan met een herhaling van het meest waardevolle dat in vorige tijden over het huwelijksleven werd geformuleerd. De kerk mag zoeken naar wegen en middelen ‘die de nood van deze tijd op het terrein van het huwelijksleven trachten te lenigen’. En, ‘zij heeft de Boodschap die haar is toevertrouwd door te geven op een wijze die duidelijk laat zien dat de kerk begrip heeft van wat er aan vragen leeft in de harten, ook wanneer zij opnieuw de normen aanwijst’. Laat eerlijk gezegd zijn als de crux zit bij het woordje ‘normen’, als de pijn ervaren wordt in het buigen voor de normen die goed zijn in de ogen van een Ander.

Beslissende vraag

We kunnen er niet omheen dat wat dominant is geworden in de Nederlandse cultuur, conflicteert met de geboden van God. Waar actualiteit en Bijbel lijken te botsen, moet in de kerk het Woord van God Zichzelf blijven uitleggen. Niemand zal ontkennen dat dit tot spanning kan leiden in pastorale relaties. En toch, is er een andere weg voor de kerk? En, wíl de kerk een andere weg, als ze zichzelf als gemeente van Christus ziet?

Dat is de beslissende vraag. Van een veel lagere orde zijn onze menselijke overwegingen, al hoeven we die niet geheel terzijde te schuiven. De gedachte is reëel dat – in het kader van de vraag hoe het verder moet met de inrichting van de kerk (Kerk 2025) – de acceptatie van het homohuwelijk tot verdere vervreemding van elkaar en voor sommigen wellicht tot afscheid van elkaar zal leiden. In de aan dr. J. Hoek aangeboden vriendenbundel, Jan Hoek tussen preekstoel en leerstoel, schrijft dr. T.A. Boer hoe de uitkomst van het beraad over homoseksuelen en avondmaal ten tijde van de Nederlandse Hervormde Kerk voor velen al een groot pijnpunt was.

Christus

Laat de kerk oog houden voor die gemeenten die zich verweesd weten vanwege beleid dat niet strookt met het bijbelse getuigenis. Laat de kerk veel investeren in het uitdragen hoe fundamenteel het christelijke huwelijk voor families, voor de kerk zelf, voor de samenleving is. Laat de kerk hart en oog houden voor de verwarring en gebrokenheid bij hen wier leven uit de rails van Gods geboden en beloften gelopen is. En, komt dit alles niet samen in het leven van Jezus Christus?

Hij heeft niet Zichzelf behaagd, maar zelfopofferende liefde getoond. Hij verliet geijkte paden door het gesprek te zoeken met prostituées en tollenaars, altijd weer om mensen zicht te geven op hun Schepper, om hen terug te brengen op de weg van de vrede. Op die weg geven de Tien Woorden blijvend de richting aan.

P.J. Vergunst