Hoop, vanwege het verbond

‘Hoe moet het verder met onze kerk?’ Deze vraag stond op 24 mei op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond centraal. In twee afleveringen plaatsen we de inleiding die daar gehouden werd.

Ondanks de aandacht voor pionieren en kliederkerken klinkt er voortdurend dat traditionele vormen van kerkzijn door moeten gaan. Los van het feit dat ik liever over klassiek dan over traditioneel spreek, ontdekken we vandaag in de kerk dat er niet alleen inzake de boodschap van de kerk grote tegenstellingen zijn, maar ook vanwege de vormen. En hoe verhouden de generaties zich tot die tegenstellingen, in vormen en inhoud? 

Dwaasheid van de prediking

Ik ga als eerste niet te rade bij Petrus, naar wie het nieuwe magazine van de Protestantse Kerk heet, maar bij Paulus, die me altijd weer helpt. Hij leert ons dat we als gemeenten rijk zijn, ‘naarmate het getuigenis van Christus bevestigd is onder u’. (1 Kor. 1:6) In Hem komt in de kerk alles samen. Dan hebben we het over het woord van het kruis, dwaasheid voor wie er niet van weten wil, een kracht van God voor degenen die behouden worden.

God heeft het behaagd door de dwaasheid van de prediking zalig te maken die geloven. Dat is Zijn wijsheid! Dat is geen identiteitskenmerk voor de Gereformeerde Bond en allen die in 2018 traditioneel kerk willen zijn, dat is niet een andere weg om God te leren kennen naast dansend en timmerend en…, nee, dat is Gods route voor verloren zondaars naar Zijn hart.

Het liefste zou ik nu heel 1 Korinthe 2 en 3 citeren, over onze zwakke woorden en bevende houding die God omvormt tot een krachtige prediking, die vol is van Christus. Als we in die weg gaan, zijn we dienaren van Christus en beheerders van de geheimenissen van God. Zo willen we niet alleen de kerk dienen, zo willen we niet onze inbreng in de kerk hebben, zo vragen we de kerk zichzelf te verstaan.

Huwelijk

Dan horen 1 Korinthe 2, 3 en 4 bij 1 Korinthe 5 en bij 6, over de ethiek in de gemeente, over de waardering voor het huwelijk in de gemeente, over de verschillende roeping die de Heere aan gehuwden en ongehuwden geven kan. Nog maar ruim een halve eeuw geleden gaf onze Hervormde Kerk een herderlijk schrijven over het huwelijk uit. Wat lezen we hierin? ‘Het onderscheid van man en vrouw berust op de scheppingswil van God. Het huwelijk is een groot geheim, omdat het een afglans is van een nog groter geheim van de liefde van Christus tot Zijn gemeente. De huwelijksverbondenheid is zo diep dat het tot het wezen van het huwelijk behoort, dat het onontbindbaar is en de eenheid die man en vrouw beleven alle levensuitingen omvat.’

Leg deze uitspraken nu eens naast de bezinning in de synode die dit jaar gehouden is over huwelijk en seksualiteit, over relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht. Als er in maart jl. een nieuwe preses gekozen wordt, is het eerste wat ds. Van Meggelen (bevraagd door de media) geacht wordt inhoudelijk te zeggen het feit is dat ze voorstander is van het zegenen van homorelaties. Gelukkig zegt ze ook ‘de volle breedte van de kerk serieus te willen nemen’. En ik voeg eraan toe: ‘Laten we samen lezen in wat de Bijbel ons aanreikt als richtlijnen voor het leven. Laten we de grondslag van de kerk serieus nemen.’ 

Inclusiviteit

Ik wees op de bezinning die de synode hield en wijs op de woorden van ouderling P. Goudkamp uit Abcoude. Hij pleit ervoor ‘inclusiviteit tot norm te nemen’, dat wil zeggen insluiting van alle groepen op basis van gelijkwaardige rechten en plichten. Gemeenten die het huwelijk willen reserveren voor m/v moeten de uitzondering gaan vormen, naar het voorstel van deze ambtsdrager. Wie protesteert hier?

We constateren een toenemende spanning in de kerk, waarbij degenen die op het klassieke standpunt van de kerk der eeuwen staan, als een groep bezwaarden gezien gaat worden, voor wie een oplossing moet komen. En je denkt dan: zou de kerk de samenleving hierin slechts een aantal jaren volgen? Als in het jaar 2000 de wet die het homohuwelijk mogelijk maakt, behandeld wordt, belooft de toenmalige staatssecretaris Job Cohen dat er ruimte zal blijven voor mensen met gewetens­bezwaren. GroenLinksfractievoorzitter Halsema heeft het bij de aanvaarding van het homohuwelijk overigens over ‘een feest van emancipatie’ en stelt dat de politiek ‘de genadeslag heeft toegebracht aan het traditionele huwelijk als onderdrukkend en uitsluitend instituut’. Laten we de ogen niet sluiten voor de achtergrond van allerlei gelijkheidsdenken. 

Tolerantie

In 2013 behandelde de Tweede Kamer namelijk een initiatiefwet die breekt met een eeuwenlange traditie van tolerantie in ons land, een wet waarin verwoord is dat gemeenten geen nieuwe trouwambtenaren in dienst mogen nemen die gewetensbezwaren hebben tegen het sluiten van zogeheten homo­huwelijken. Laten we de ogen niet sluiten voor het dominante denken in onze westerse cultuur.

Denk aan de woorden van de Zweedse premier, Stefan Löfven, die nog geen jaar geleden als zijn mening gaf dat alle dominees in de lutherse kerk homohuwelijken moeten sluiten. Gewetensbe­zwaren wil hij niet meer honoreren. Aan al deze feiten en uitspraken denken we, als er nu in onze synode klinkt dat gemeenten tot de bezwaarde uitzonderingen mogen horen, als ze vasthouden aan het huwelijk als een instelling voor man en vrouw. 

Gezag van Christus

Mogen we onze kerk in deze en in andere thema’s vragen om leiding vanuit het Woord van God, in gehoorzaamheid aan Jezus Christus, Die meer dan iemand anders bewogen is met zoekers en tobbers, beschadigde en gekwetste mensen? ‘Als visitator heb ik gemerkt dat de Gereformeerde Bond me nooit heeft gewogen, omdat ik een vrouw ben. Men keek naar kwaliteiten,’ aldus ds. Van Meggelen op de dag van haar verkiezing. Kijken we naar kwaliteiten? Nee, al zijn die wel nodig. We kijken – als eerste voor onszelf, maar ook voor de kerk als geheel – naar het gezag van Christus in de kerk, omdat de brief aan Korinthe ons leert dat ‘we elke gedachte gevangen moeten nemen om die te brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus’.

Overigens, laten we dat niet versmallen tot de thematiek van huwelijk en relaties. Laten we de vraag tot de onze maken die Jesaja 8 stelt: ‘Moet een volk zijn God niet raadplegen?’ De profeet geeft zelf het antwoord: ‘Terug naar de wet en het getuigenis! Als zij niet overeenkomstig dit woord spreken, zal er voor hen geen dageraad zijn.’ 

Confessionele beweging

Ik vind het overigens opvallend dat onze waarneming ten aanzien van het welzijn van de kerk niet alleen verschilt van die van dr. De Reuver, de scriba, maar ook van de waarneming van de Confessionele Vereniging, onze zustervereniging. In het jaarverslag schreef secretaris ds. N. de Boo onlangs dat de activiteit van het Confessioneel Gereformeerd Beraad in relatie tot die van de CV mogelijk sterk verminderd zijn vanwege het meer belijdende karakter van de Protestantse Kerk in Nederland sinds 2004, een waarneming die niet beargumenteerd wordt. Het enkele feit dat de vorige en de huidige scriba zich rekenen tot de confessionele beweging, zegt in elk geval niet alles voor het beleid. 

Liefde tot de kerk

Zijn de woorden in deze bijdrage scherp, gericht tégen de kerk? Nee, ten principale niet. Ze komen op uit liefde tot de kerk, ze worden uitgesproken omdat we vóór de kerk zijn, zoals bij ons honderdjarig bestaan bewust opnieuw uitgesproken. Omdat de kerk ons aan het hart gaat. Die hartstocht voor de kerk hebben we ook van Paulus, leren we ook uit de belijdenis van de Reformatie die we waar mogelijk voor het voetlicht brengen.

Daarom roepen we haar en onszelf op getuige te blijven van de Waarheid, gestalte te zijn van de apostolische kerk van de eeuwen, die gebouwd is op het getuigenis van profeten en apostelen. In die tijd, van de apostelen, kende de kerk de bisschop, die de kerk diende te bewaren bij de waarheid van het Evangelie. Wat zijn we gezegend als na 1 september elf classispredikanten zo hun werk opvatten. 

Hoop voor de kerk

Eén vraag blijft over, de vraag naar de toekomst, de vraag naar de verwachting, naar de hoop voor de kerk, naar het fundament van onze hoop, naar het kompas voor ons werk. Ja, ook in die vraag heeft de Heere voorzien, lang geleden, vanwege Zijn verbond.

Hij toont Zacharia, de profeet, een stilleven. Op de tafel staat een kandelaar van goud, een olievaatje aan de bovenkant ervan en daarbovenop zeven bijbehorende lampen met zeven toevoerbuisjes aan de lampen, met tot slot aan beide kanten van het olievaatje een olijfboom. De soberheid, de rust én de rijkdom van dit visioen illustreren de inhoud en de rijkdom van Gods werk, dat hoe dan ook voortgaat. Zonder dat er een priester of een andere ambtsdrager aan te pas komt, blijft de kandelaar branden.

Zacharia begrijpt het direct: de brandende kandelaar als beeld van de Geest van God. In het huis van God werkt de Geest, in het huis van God werpt de kandelaar licht op het altaar, licht over het bloed, over het offer, over de priester. Alles staat in het licht van Christus. Sterk is dat licht, al hoor je het niet. En dag aan dag brandt de lamp, om Israël en de kerk één ding te leren: ‘Niet door kracht en niet door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de Heere van de legermachten, zal het geschieden.’ 

Zeven Geesten van God

Niets hangt er van ons af, van een vereniging als de Gereformeerde Bond in de kerk, van een synode, van een classispredikant. Ons werk is ontoereikend. En tegelijk, werkeloos maakt de Geest ons niet, integendeel. Hij leert te werken in Zijn kracht. En Openbaring 5 vertelt ons dat de zeven Geesten van God uitgezonden zijn over heel de aarde. Niets ontgaat Hem. Pinksteren is geweest en het laatste woord zal zijn aan de Geest van de God der legermachten. Dat geloven we vast. Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid.

P.J. Vergunst