Integer besturen

Interne onrust past niet bij de SGP

Tegenwind is er deze maand voor de SGP, misschien wel een zware storm. Zo mag je het vertrek van de partijvoorzitter Ún twee ervaren bestuursleden immers noemen.

Dat is opvallend voor een partij die waakt over het functioneren van de democratie.

Anderhalf jaar geleden herdacht de SGP haar honderdjarig bestaan. In haar felicitatie complimenteerde Tweede-Kamervoorzitter Khadija Arib de staatkundig-gereformeerden om hun kennis van het staatsrecht en verwoordde ze dat de partij ‘van uitzonderlijke waarde is voor het functioneren van onze democratie’. Hoe kan het dan dat juist het bestuur van deze partij een slecht voorbeeld toonde? 

Moreel dubieus

Partijvoorzitter drs. P.A. (Peter) Zevenbergen is de man om wie het draaide. Na zijn vertrek als wethouder van Alblasserdam in 2006 ontving hij een wachtgeld, terwijl hij tegelijk locatiedirecteur op een middelbare school in Rotterdam was. Sinds dit feit bij zijn aantreden als voorzitter aan het licht kwam (voorjaar 2018), speelde de kwestie voortdurend op, onder meer omdat de kiesvereniging in Alblasserdam vond dat Zevenbergen beter kon opstappen.

Een recente reportage in het Nederlands Dagblad, waarin de hoogte van het ontvangen wachtgeld bekendgemaakt werd, was voor Zevenbergen het begin van het einde als partijvoorzitter. Met name zijn antwoord op de vraag of het niet moreel dubieus is om boven op een goede baan publiek geld te incasseren, viel verkeerd: ‘Tja, moraal… Dat is voor iedereen iets anders, daar kan ik niet zoveel mee.’ 

Integer als Samuël

Deze bijdrage is niet bedoeld om zout in de wond van de oud-partijleider te strooien. Naar mijn inschatting is hij met name naïef en argeloos geweest. Immers, vorig jaar nog schreef hij een bijdrage over Samuël als integere leider in het boekje Vooral dienen. Gedachten over christelijk leiderschap en noemt hij ‘integriteit onlosmakelijk verbonden met het dragen van verantwoordelijkheden’.

In deze bijdrage wordt Zevenbergen zelfs concreet: ‘Een integer persoon is eerlijk, oprecht, niet gevoelig voor geschenken en is intrinsiek betrouwbaar. Hij kent geen verborgen of dubbele agenda. (…) Hebzucht corrumpeert. (…) De dienaar Samuël zoekt geen eigen voordeel, maar op een integere wijze in dienst van zijn Koning het voordeel van het volk.’ Dit kun je níet opschrijven als je ondertussen zelf bewust regels overtreden zou hebben, daar gaan we met elkaar in christelijk Nederland van uit. Maar…, argeloos was het wel.

‘Dieperliggend probleem’

Kwalijker én schadelijker voor de SGP en de christelijke politiek vind ik de houding van de bestuursleden mr. P.J. den Boef en ds. A. Vlietstra, die twee dagen na de partijvoorzitter zelf aftraden, om via de pers te gaan communiceren. Ze legden de vinger bij een ‘dieperliggend moreel probleem’ bij de partij, zonder concreet te worden. Dat kan natuurlijk niet: lang als bestuurslid verantwoordelijk zijn (in het geval van Den Boef zelfs langer dan de eigen statuten voorschrijven), dan opstappen en het bestuur hekelen waarvan je zelf lid was. ‘Er speelt veel meer dan de kwestie-Zevenbergen’ volgens het duo. Die uiting is suggestief.

Deze gang van zaken bij een christelijke politieke partij kan morgen in een gereformeerde zorginstelling voorkomen, op een reformatorische school of een kerkelijke vereniging. Want christenen staan nergens buiten de zuigkracht van verleiding, buiten de zone waarin de boze actief is. In die zin is wat over het gedrag van enkele SGP’ers nu het NOS-journaal haalde, een spiegel voor iedereen die gevoelig is voor geld, voor invloed of zelfs macht, voor aanzien. Zo bevat de kwestie lessen voor allen die verantwoordelijkheid dragen voor anderen en is het legitiem hierover hardop na te denken. 

Nederigheid

In het bekende bijbels dagboekje van de GZB, Een handvol koren, schreef ds. L. Wüllschleger de eerste novemberweken dagelijks over nederigheid. Wie deze indringende bijdragen overdenkt, ziet dat het hier om een sleutelwoord in het christenleven gaat. Levenslessen te over als we deze bijbelse notie gaan toepassen, zoals deze: ‘Probeer goed te doen zonder iets terug te verwachten. Blijf onbekend. Neem gerust de laagste plaats in. Zó zul je tot zegen zijn. En je zult een verrassende afloop meemaken bij de opstanding van de rechtvaardigen.’

Het geheim komt uit Mattheüs 11, waar de Heere Jezus zegt van Hem te leren ‘dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart’. Zo is Zijn karakter, zo is er de roeping voor ieder die verlangt aan Zijn beeld gelijk te worden. Verantwoordelijkheid in het publieke leven – in de samenleving of de kerk – sluit dit niet uit, maar in. En wie dit spreken over nederigheid herkent, die zegt dit allereerst tegen zichzelf. 

Als gezaghebbend

Die nederigheid is niet altijd verbonden met formele macht, maar zeker wel met gezag. In de Persoon van Jezus Christus komt nederigheid en gezag in de diepste zin samen, omdat ‘Hij onderwees als gezaghebbende’ (Matt.7:29) op een manier die de menigte mensen verbaasde. Niet alleen was Zijn gezag afgeleid van de Vader, maar dit gezag was in het uitleggen en toepassen van de geboden eveneens in Zijn eigen Persoon gegrond. Hij toonde eveneens voorbeeldgedrag: We kennen de geschiedenis wellicht te goed om erdoor ontroerd te worden, als we zien dat Jezus de voeten van de discipelen wast, het nederigste werk.

Gezag is voor leidinggevenden in onze tijd en cultuur vooral een relationeel begrip. Dat gezag wordt nergens gefrustreerd of belemmerd voor bestuurders of ambtsdragers die nederigheid praktiseren. Integendeel, je geloofwaardigheid wint. 

Integriteit

Ondertussen blijft integer besturen en integer handelen een opdracht, niet het minst voor christelijke organisaties. Omdat onze cultuur overal instrumenten voor moet hebben, kennen we in Nederland een ‘integriteitsmonitor’. Juist twee weken geleden viel dit woord in de Tweede Kamer, toen gesproken werd over de kwetsbaarheid van politici, over het melden van persoonlijke geschenken. Prof. Leo Huberts pleitte voor een gedragscode van kamerleden én het strikt naleven ervan. En dr. Kars Veling, ooit partijleider van de ChristenUnie, benadrukte dat integriteit een democratische deugd moet zijn die elke politicus moet bezitten. Voor hem is dit het laten prevaleren van het algemeen belang boven het eigen belang. Als die deugd ontbreekt, ‘maakt zich hebzucht meester van de mens’, aldus Veling. 

Innerlijke rust

Voor leidinggevenden in christelijk Nederland kan het een belangrijke gedachte zijn te weten niet zelf ergens voor gekozen te hebben. Dat geldt allereerst voor het ambt: ‘En niemand neemt die eer voor zichzelf, maar wordt er door God toe geroepen.’ (Hebr.5:4) In de samenleving zijn er evenzeer posities waarvoor je gevraagd moet worden, waarvoor je jezelf niet kwalificeert. De positieve uitkomst op een biddend verstuurde sollicitatie kan daarom ook als leiding van God gezien worden.

Leidinggeven in de overtuiging dat je ergens zelf niet voor gekozen hebt, dat Hij deze taak voor jou goed achtte, dat maakt dat je van geld niet gelukkig wordt. Zo simpel is het. Gods bemoeienis met jouw leven is meer waard. Het geeft ook innerlijke rust, bewaart voor onnodige spanning of kramp, omdat je weet op Wie je terugvallen kan. Voor een christenpoliticus geldt dit evenzeer als voor een ambtsdrager. De tekst uit 1 Thessalonicenzen is voor velen al tot een ankerpunt geworden: ‘Hij Die roept, is getrouw.’ 

Rekenschap

Ook degenen die besturen en (ambtelijk) leidinggeven, moeten voor die taak eens rekenschap afleggen. Niet voor de aandeelhouders, op een jaarvergadering, aan de raad van toezicht, maar voor de Levende. Als Paulus dit de gemeente in Rome voorhoudt (Rom.14:12,13), voegt hij gelijk een oproep toe: ‘Zo zal dan nu ieder van ons voor zichzelf rekenschap geven aan God. Laten wij dan niet langer elkaar oordelen, maar oordeel liever dit: de broeder geen aanstoot of oorzaak tot struikelen geven.’ Als we dit beseffen, zullen we met Zondag 49 van de Heidelbergse Catechismus ernaar staan om ‘ons ambt en beroep zo gewillig en getrouw te verrichten als de engelen in de hemel doen’. 

Geld?

Om over leidinggevenden en geld te schrijven ontbreekt hier de ruimte. Gezegd zij dat het inzake dit thema in de kerk en in christelijk Nederland niet altijd goed gaat. Hebben we hierin allen niet steeds bekering nodig? Omdat financiën en sparen, harder werken om een mooier huis en een grotere auto een mens in het bloed zit, brengt de Heere Jezus in gelijkenissen en gesprekken met mensen geld opvallend vaak ter sprake. Altijd weer is dit de rode draad: ‘Wees op je hoede voor het vergaren van aardse schatten, want die bieden niet de echte zekerheid.’ Wie integer bestuurt, zal ermee rekenen. 

Op weg naar de eerste adventszondag onderlijnen we de troost voor nederigen, over wie Maria zingt: ‘Hij heeft machtigen van de troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd.’ Het is geen woord voor een enkele politieke partij, maar een aansporing voor elke christen.

P.J. Vergunst

Klik hier om een los nummer te bestellen, en hier om een abonnement op De Waarheidsvriend te nemen.