IsraŽlzondag niet gebaseerd op onze sympathie voor de Joden

Altijd weer ontmoet je de gedachte dat de IsraŽlzondag gebaseerd is op onze sympathie voor IsraŽl en dat de weerstand tegen IsraŽl voortkomt uit zijn politiek. Gods gedachten zijn echter zoveel hoger dan onze gedachten. DŠt is beslissend.

Het is genade dat de Heere Zijn gedachten bekendgemaakt heeft, in de Bijbel. Zal daar niet ons vertrekpunt liggen in het nadenken over een thema waarover zoveel stemmen klinken: de plaats van Israël in Gods handelen met de wereld? In een van de eerste boeken van de Bijbel, Deuteronomium, vinden we het al: ‘Het deel van de Heere is Zijn volk, (…) Hij omringde hem, Hij beschermde hem als Zijn oogappel.’ De oogappel is hier het beeld van het liefste wat iemand bezit, van de oogappel moet je afblijven. 

Israëls prestaties

Nergens komt deze liefde voort uit de prestaties en het gedrag van Israël zelf, integendeel. Ook dat is een rode lijn, met name in de woorden van Israëls profeten. Ezechiël zegt namens God: ‘Ik doe het niet om u, huis van Israël, maar om Mijn heilige Naam, die u ontheiligd hebt onder de heidenvolken waarheen u gegaan bent.’ Die woorden zijn ook in 2018 van kracht: als Israël zijn roeping niet volbrengt om ‘Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde’, dan ontheiligen ze, dan doen ze de Heere oneer aan.

*** 

Over drie dagen is het opnieuw Israëlzondag, worden we herinnerd aan de onopgeefbare verbondenheid met Israël, het volk van Gods verbond, waarbij de gemeente van het Nieuwe Testament ingelijfd is. Dat wonder (!) maant de kerk tot bescheidenheid, ook al is het waar dat (Rom. 11:15) de verwerping door de Joden van Christus verzoening voor de wereld betekent. De plaats van Israël heeft de kerk hiermee niet ingenomen. Blijkbaar hebben we het nodig dat Paulus de gemeente op haar plaats wijst: ‘Heb geen hoge dunk van uzelf, maar vrees.’ 

Ter discussie

Aan de vooravond van Israëlzondag 2018 wordt in de kerk waartoe we behoren, de positie van Israël opnieuw miskend. Samen met andere liberale theologen kwam ds. J. Offringa uit Wijk bij Duurstede half september met een manifest, waarin hij ervoor pleit dat de kerk de specifieke plaats voor Israël in haar theologische denken loslaat. Alsof het opschrift aan het kruis niet was ‘Jezus de Nazarener, de Koning van de Joden’.

Wat is het toch dat er in de kerk zelf zoveel ter discussie gesteld wordt? Dán pleiten veel synodeleden om het huwelijk niet langer te reserveren voor de unieke verbintenis van één man en één vrouw. Dán liggen de Dordtse Leerregels op tafel en wil de Amsterdamse predikant ds. Joost Röselaers dat de Protestantse Kerk erkent dat Arminius gelijk had, die zei dat de mens kan bijdragen aan zijn eigen behoud. ‘Ik zie geen enkele collega die denkt dat de mens geen vrije wil heeft,’ aldus ds. Röselaers. Dán komt ds. Offringa met zijn pleidooi om de Israëlzondag in te wisselen voor een zondag over de verhouding met de islam en het boeddhisme. Je zult als scriba van de kerk op alles moeten reageren… 

Uitverkoren volk

Ds. Offringa stelt de vraag of de onopgeefbare verbondenheid met Israël betekent dat je alles wat Israël doet, kritiekloos slikt. Nu, dat beweert niemand. Erger is zijn opmerking dat je niet mag zeggen ‘dat Joden meer recht hebben op dat stukje land, omdat het het uitverkoren volk is. Dat is het niet, er zijn geen uitverkoren volken, of we zijn het allemaal.’ Spreekt Romeinen 9 dan niet over de verkiezing van God, die stand zal houden en die leert dat de meerdere de mindere dienen zal? En lezen we twee hoofdstukken later dan niet dat Hij Zijn volk ‘volstrekt niet’ verstoten heeft?

Als je hier de vinger bij legt, hoor je volgens ds. Offringa bij ‘de hoek waarin je Israël verheerlijkt’? Dat lijkt me niet. Wie dat kleine land aan de Middellandse Zee in het vizier houdt, kijkt vooral naar de Gód van Israël en zal het denken over de plaats van Israël laten uitlopen op een loflied over de verkiezing: ‘O, diepte van wijsheid van God, hoe onnaspeurlijk zijn Zijn wegen! Uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen.’

Boeddhisme

Laten we zondag – en niet alleen dan – toch maar de Israëlzondag houden en geen zondag om de relatie met het boeddhisme te benoemen. Overigens, de dag na publicatie van het manifest van ds. Offringa werd in de Amsterdamse Nieuwe kerk de aftrap verricht van de expositie ‘Het leven van Boeddha, de weg naar nu’. De kerk waarin de inhuldiging van koning Willem-Alexander plaatshad én waar Abraham Kuyper zijn Doléantie begon, staat nu even in het teken van Boeddha, de stichter van een godsdienst die inzicht in het lijden verschaffen wil, die niet rekent met een persoonlijke God. 

*** 

‘Trouw tot in eeuwigheid?’ is het thema voor de komende Israëlzondag. Omdat in de keus van een bijbelgedeelte bij het oecumenische leesrooster aangesloten wordt, komen we bij Markus 10, waar Jezus’ uitleg van Mozes’ woorden over de scheidbrief centraal staan én waar Hij de kinderen zegent. Het lijkt of de kerk zelf deze keuze wat ongemakkelijk vindt, omdat degenen die de vertaalslag naar de eredienst moeten maken, aangeven stellingen over huwelijk of echtscheiding op Israëlzondag weinig nuttig te vinden. Is de reden dat mensen elkaar nogal eens ontrouw zijn, aanleiding voor het vraagteken in de titel? 

Trouw en goedertieren

Het geheel van de Schrift gaat meer open als we inzoomen op de trouw van Israëls God. Zijn openbaring in het Oude Testament getuigt daar voortdurend van. Bijzonder is dan om op te merken dat trouw en goedertierenheid twee kanten van dezelfde medaille zijn. Ze zijn de basis onder het menselijke bestaan.

Israël zingt daarvan – en wij voegen ons in elke eredienst in dat koor. ‘Uw goedertierenheid en Uw trouw verzwijg ik niet in de grote gemeente.’ (Ps.40) Het zijn die goedertierenheid en trouw die de vrome Israëliet beschermen, elke dag. Hij Die de hemel en de aarde gemaakt heeft, Hij Die de onderdrukten recht doet, Hij Die de gebogenen opricht, is ook Degene Die voor eeuwig de trouw bewaart. (Ps.146) Met deze belijdenis vangt elke kerkdienst aan. 

Toekomst

Van die trouw leef je, als je vanwege ontwikkelingen in de wereld bang bent, als je de toekomst inziet, ook de toekomst van een geseculariseerd Nederland, van dwalingen in de kerk. ‘Zijn oordelen gaan over heel de aarde. Hij denkt aan Zijn verbond voor eeuwig, aan de belofte die Hij gedaan heeft, tot in duizend generaties.’ (Ps.105)

Trouw, deze eigenschap verwijst naar vastheid en stabiliteit, naar betrouwbaarheid. Zo mag de gelovige naar de God van Israël kijken. Goedertierenheid, deze eigenschap laat ons de liefde in het verbond zien. Trouw en liefde, de Bijbel leert ons deze te binden om onze hals, zodat we eraan geketend blijven, ook voor de relatie met onze medemens. Het huwelijk hoort daar zeker bij.

Gezagsdragers

Het zijn de gezagsdragers in de samenleving en in de kerk die de trouw en de goedertierenheid stimuleren mogen. Woorden uit Hosea 4 zijn een spiegel voor ons, waar de profeet zegt dat ‘de Heere een rechtszaak heeft met de inwoners van het land, omdat er geen trouw, geen goedertierenheid en geen kennis van God in dit land is’. Het gevolg? Vloeken, liegen, moorden, stelen en overspel plegen, bloedbad op bloedbad.

Als we het leefklimaat in Nederland bezien, als we de verdeeldheid van de kerk tot ons laten doordringen, als we eerlijk gemaakt zijn over ons eigen leven, dan zeggen we het Jeremia na: ‘Het is de goedertierenheid van de Heere dat wij niet omgekomen zijn, elke morgen is Zijn barmhartigheid nieuw. Groot is Hij in Zijn trouw.’ Israël is daarvan een teken.

Om die trouw te bezingen hebben we aan een enkele Israëlzondag niet genoeg.

P.J. Vergunst