Kerkbalans gaat om meer dan een sluitende begroting

Bekeerd tot royaal geven

Veelal doet de kerkrentmeester zijn werk in stilte, net als de diaken. Tot de derde week van januari, de actie Kerkbalans, als het appèl op gemeenteleden gedaan wordt: ‘Geef voor je kerk’.

In verschillende opzichten vormen de derde en vierde week van het nieuwe jaar een barometer, het instrument om de luchtdruk te meten, om te peilen welk weer er op komst is. Het zijn de dagen van de actie Kerkbalans, waarin sinds 1973 drie kerken samenwerken: de Protestantse Kerk, de Rooms-Katholieke Kerk en de Oud-Katholieke Kerk. Concreet gaat het om de jaarlijkse grote bijdrage voor de plaatselijke gemeente. Noem het een offer. Inzameling voor Gods gemeente dichtbij huis – dat zal toch wel lukken? 

Eerst ontvangen

Die jaarlijkse actie laat ons zien hoe het er voorstaat met de kerk als geheel, met elke plaatselijke gemeente. Immers, liefde voor God vertaalt zich naar liefde voor Zijn dienst en onze hand laat zien wat er leeft in ons hart. Zoals Johannes de kern van de relatie tot God belijdt – ‘Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft’ –, zo is het in de omgang met ons bezit niet anders.

Wat hebben we dat we zelf niet eerst ontvangen hebben, vraagt Paulus in 1 Korinthe 4. Het gaat nog dieper als zijn aanbeveling voor de collecte die in Korinthe voor Jeruzalem gehouden zal worden, eindigt in de lofprijzing: ‘God zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave!’ De Heere gaf alles wat Hij had, gaf Zichzelf.

Bekering

Kerkbalans toont daarom ook de ‘barometer van ons hart’. Wat de Bijbel op veel plaatsen duidelijk maakt, is dat de Heere ons hart in bezit wil nemen. ‘Mijn zoon, mijn dochter, geef Mij je hart.’ Daarbij is er een relatie tussen ons hart en ons bezit. ‘Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn,’ klinkt het in de Bergrede. Kinderen van het Koninkrijk zijn niet gericht op aards bezit, maar op de gaven van dat Koninkrijk.

Wie zal ontkennen dat dit ingaat tegen mijn natuurlijke houding? Ja, politieke partijen die deel uitmaken van de regering willen zich inzetten voor het klimaat, maar niet als het te veel geld kost. We willen barmhartig zijn naar vluchtelingen, maar niet als zij onze economische groei belemmeren. De omgang met ons bezit heeft daarom bekering nodig, bekering van het hart, zodat we onze financiën gaan inzetten voor het Koninkrijk van God, dat overigens niet-materieel van aard is, dat bestaat uit liefde, vrede, gerechtigheid. Dan dienen we God en de naaste. 

Predikant

Kerkbalans is daarom niet het jaarlijkse dingetje van onze kerkrentmeesters, die zich verantwoordelijk moeten weten voor een sluitende begroting. Ja, de organisatie en de presentatie van de actie ligt bij hen, en is belangrijker dan ooit voor het slagen van de geldelijke inzameling. Maar, als Kerkbalans ook een vraag van de Heere is wat de verkondiging van Zijn Woord in de gemeente ons waard is, blijft de predikant niet aan de zijlijn.

In veel gemeenten is de voorbije jaren concreet gebleken dat betrokkenheid van de dominee in dezen de opbrengst van Kerkbalans en daarmee de opbouw van de gemeente ten goede komt. Waar dat gebeurt vanuit de overtuiging dat genade mededeelzaam maakt, zullen de woorden van de predikant niet moralistisch kunnen zijn, een gevaar dat altijd aanwezig is als er wettisch gesproken wordt over het concrete christenleven. 

Psalm 24 en 50

Overigens, waar God ons hart vraagt, heeft Hij onze gaven op zichzelf niet nodig. Ze zíjn al van Hem. ‘De aarde is van de HEERE en al wat zij bevat, de wereld en wie er wonen,’ schrijft David in Psalm 24. Concreet maakt Asaf dit in Psalm 50: ‘Toch hoef Ik uit uw huis geen jonge stier te nemen of bokken uit uw kooien, want al de wilde dieren in het woud zijn van Mij, de dieren op duizend bergen.’ Nee, met een bankoverschrijving of acceptgirokaart waarbij de liefde ontbreekt, behagen we de Schepper evenmin als Israël dat deed met zijn offers.

Kerk als instituut

Kerkbalans laat ook zien welke waardepapieren de kerk heeft. Ik las dezer dagen over mensen ‘die veel hebben met geloven, maar niet met de kerk, met een instituut dat bakken geld kost’. Het zijn gedachten die je niet negeren moet, die je serieus tegemoet mag treden. Het denken in de cultuur plaatsen we immers altijd in het ontdekkende licht van Gods Woord, dat mij corrigeert en vormt.

Ja, het is trending om liever geld te besteden aan een aansprekend project, uit te voeren ten dienste van de daklozen in Rotterdam of prostituees in Thailand. Die nood moet beslist ook gelenigd worden en daarom is er meer dan Kerkbalans. Niettemin, nu gaat het om de voortgang van het werk in Gods gemeente. In de kerk als voorpost van het Koninkrijk wil de Heere Jezus samenwonen met zondaars, daar schenkt God vergeving en daar vernieuwt de Heilige Geest ons tot een leven dat gericht is op Hem.

In de stilte

Hoe brengen we dat vandaag voor het voetlicht, in het geloof dat God allereerst in de stilte werkt? Belooft de Heere (Jes. 66:2) niet te zien op de verslagene van geest, op degene die voor Mijn woord beeft? Is dát het niet wat de kerk letterlijk en figuurlijk ‘in de aanbieding’ heeft en waar de gemeente van leven mag?

Op de site van Kerkbalans zijn diverse ‘inspirerende verhalen’ te lezen, ook van twee leden van de Protestantse Kerk. Ik lees als treffende uitspraken dat de kerk ‘een geweldig bindmiddel is’, dat ‘het meeleven maar niet op hield’, dat we ‘met heel de gemeente nadenken over nieuwe vormen’, dat we ‘bidden voor de stad en de mensen om ons heen’. Ja, dat zijn onze acties. Waar echter de dienst van de verzoening plaatsheeft, waar het Woord in de volmacht van de Heilige Geest verkondigd wordt, begeert de HEERE Zijn woongebied te houden (Ps. 132) en klinkt het: ‘Hier zal Ik wonen.’ In rijke mate wil Hij hier zegenen. Dat is het wonder van de kerk. 

In de wereld dienen

Gelukkig, in en vanuit de kerk gebeurt heel veel meer dan de eredienst, het belijden van onze schuld en het aanbidden van Hem, Die Zijn gemeente draagt en liefheeft. Het is wel het hart, de plaats waarvandaan we gezonden worden om in deze wereld te dienen, in Zijn Naam. Dat is geen project waar we dankzij een pakkende reclameslogan voor geven willen. Dat is onze roeping waarvoor ons hart ingewonnen moet worden.

Deze en volgende week staan we erbij stil, ervaren we de kans om een jongere generatie door te geven waarom de plaatselijke gemeente als bruid van Christus waarde heeft. De kerk, ze is een schepping van God – en daarom niet te vergelijken met onze stichtingen en verenigingen. De kerk is niet wat wij ervan gemaakt hebben of maken, ze is het lichaam van Christus. 

Ouderen

Er zijn hervormde gemeenten – klein en kwetsbaar geworden – die de predikantsplaats nog net in stand kunnen houden, of nog net voor zeventig of tachtig procent kunnen invullen. Een nadere bestudering van het geefpatroon kan geleerd hebben dat een aanzienlijk deel van Kerkbalans door de ouderen gegeven wordt. Dan is er zeker werk aan de winkel.

We dragen immers niet alleen de Traditie over aan degenen die na ons komen, we leren onze kinderen niet alleen danken en bidden, we leren hen ook delen en geven. Opdat het niet waar blijft wat een fondswerver deze maand zei: ‘Tegenwoordig kopen we eerst een nieuwe bank, een nieuwe tv en een nieuw huis. Vervolgens kijken we of er nog wat voor de kerk over is. Dat is een hele verschuiving in mentaliteit en cultuur.’

Niet bezorgd over ons eten en drinken, zoeken wij het Koninkrijk van God, zijn voortgang en uitbreiding.

P.J. Vergunst