Omgaan met veel pijn

Vermoedelijk jarenlang werden ze door hun ouders vastgehouden: dertien ondervoede kinderen, vastgebonden in een sterk vervuild huis. Zo’n verhaal stelt voor de vraag hoe je als mens omgaat met de pijn die het leven je brengt.

Het zijn verhalen waarvan je de waarheid nauwelijks geloven kunt maar die toch berusten op de werkelijkheid. Een enkele week geleden kwam naar buiten dat christelijke ouders in de Amerikaanse staat Californië hun kinderen jarenlang gevangenhielden, aan bed geketend met hangsloten, in een verstikkende omgeving. Hun huis was minder dan een gevangenis, want daar krijg je vaker dan één keer per dag eten, daar mag je vaker dan één keer per jaar douchen, daar wordt je kamer schoongehouden. 

Pinksterchristenen

Veel vragen moeten gesteld worden: hoe kon dit gebeuren? Waarom heeft niemand al deze ernstig ondervoede kinderen opgemerkt? Wat moet je ermee als familieleden de ouders typeren als ‘diepgelovige Pinksterchristenen’? Bij mij leeft vooral deze vraag: hoe ga je in je verdere leven met deze ervaring om, die niet meer uit te wissen is?

Immers, omgaan met pijn en verlies – dat moeten we allemaal. Iemand vertelde me pas dat ‘hij zijn leven echt geen acht kon geven’, maar op zijn facebookpagina zag je niets dan vrolijke foto’s. Geluk aan de buitenkant kan een leegte aan de binnenkant verbergen. 

Luisteren

Als je naast de ander gaat zitten en even luistert, komen de verhalen vanzelf; soms hoef je er nauwelijks naar te vragen. Immers, elk mens heeft behoefte om in een vertrouwelijke sfeer te delen wat hem overkwam. Om die reden is pastoraat echt van betekenis. Ook in de kerk is er grote behoefte aan mensen die luisteren willen.

Littekens vanwege het leven – er is niemand die hieraan ontkomen kan. Gepest zijn in je jeugd, het is een ervaring die altijd meegaat. Een moeilijk contact met je ouder geworden kinderen, je kunt er nooit aan wennen. Je afgewezen voelen door je vader, als oudere man ben je het nog niet kwijt. Discriminatie omdat je anders bent dan de meerderheid, het doet veel meer dan je kunt laten merken. Seksueel misbruik of emotionele verwaarlozing, heel je leven moet je je ertoe verhouden. 

Angst bestrijden

Zouden die Californische kinderen overleefd hebben omdat ze samen waren, terwijl ze minder zorg kregen dan een huisdier verdient? Dat lijkt aannemelijk. De ervaringen van mensen in concentratiekampen leren ons dat ook in onmenselijke omstandigheden gevoelens van onmacht en angst bestreden kunnen worden. Veel Joden – hoewel duizenden anderen wel stierven – weigerden hun geest door de nazi’s te laten breken, klampten zich vast aan hun ethische leefregels of aan medemensen. Omgekeerd probeerden de nazi’s hechte vriendschappen te breken door mensen te scheiden en zo te zorgen dat gevangenen hun leed alleen moesten dragen.

Anderen overleefden tijden van pijn door niet zichzelf als slachtoffer te beschouwen, maar te zien dat degenen die hen vernederden de kern van hun eigen mens-zijn vernietigden. Hier raken we aan het appèl uit Romeinen 14: ‘Zegen wie u vervolgen. Zegen hen en vervloek hen niet,’ een les die de vervolgde kerk ons voortdurend leert. 

Krassen op je ziel

Bij blijvende pijn in je leven, bij het moeten omgaan met verlieservaringen uit je jeugd, ook bij krassen op je ziel die je in de kerk oplopen kunt, wat heb je dan aan de Bijbel, aan je christen-zijn? Als de Californische kinderen, ondanks het verschrikkelijke gedrag van hun ouders, iets van de betekenis van het christelijk geloof geleerd hebben, biedt het Woord van God ook hen houvast.

De Bijbel leert mij dat de Heere verdriet en leed gebruiken wil om ons meer aan Hem te verbinden. Romeinen 8, een hoofdstuk over de Heilige Geest, zegt dat God voor degenen die Hem liefhebben, alle dingen laat meewerken ten goede. Juist door ervaringen van lijden maakt Hij bij de Zijnen dat ze meer het beeld van Zijn Zoon vertonen gaan. In allerlei vormen van verdrukking wil de Heere leren dat niets scheiding maakt tussen Zijn kinderen en Zijn liefde. 

Horen en zien

Dan heeft lijden betekenis, dan leidt verdrukking tot volharding in het zien op de Heere Jezus. Enerzijds worden de psalmen getekend door aanvechting vanwege het leven, anderzijds zijn de psalmen vol van de trouwe zorg van God over de Zijnen, zoals Psalm 12: ‘Om de verwoesting van de ellendigen en het gekerm van de armen zal Ik nu opstaan, zegt de Heere; Ik zal in veiligheid brengen wie hij weg wil blazen.’ Altijd weer schreeuwt onrecht op de aarde tot God in de hemel. Hierin ligt een diepe troost: de Heere hoort, en ziet.

Nadenken over Gods aanwezigheid in mijn verdriet en lijden, dat kan nooit zonder te spreken over Jezus Christus. De Zuid-Afrikaanse schrijver Alan Paton schreef in 1948 in Cry, the beloved country, een sociaal protest tegen de rassendiscriminatie, deze woorden: ‘Ik ben gaan inzien dat onze Heer niet heeft geleden om ons leed te besparen, maar om ons te leren hoe wij leed moeten dragen. Immers, Hij wist dat er geen leven is zonder lijden.’ 

Christus’ wonden

Op gelijke wijze is de Heere Jezus verzocht als wij mensen, al is Hij door Jozef en Maria nimmer verwaarloosd. Wel wist Hij van eenzaamheid en honger, van vermoeidheid en afwijzing, van acties om Hem het leven te benemen. Aan het kruis was Hij geheel verlaten van Zijn Vader, uren waarin de aarde tot duisternis gebracht was.

Als lijden bij Christus hoorde, dan geldt dat Zijn kinderen eveneens. Ze zijn er zelfs toe geroepen, schrijft Petrus (1 Pet.2:21): ‘Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetspoor zou navolgen.’ Zijn lijden is een krachtbron om het leven vol te houden, zoals artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis leert: ‘Wij vinden allerlei vertroosting in Zijn wonden.’ De Amerikaanse evangelicale theoloog Philip Yancey schrijft hierbij dat het deel hebben aan Christus’ lijden laat zien dat ‘lijden een werktuig kan zijn van de genade om ons meer op God te doen lijken’. 

Als God mij vertroost, is het kruis niet te zwaar;

dan heb ik geen vrees in het bangste gevaar;

dan win ik al strijdend vertrouwen en kracht;

dan zing ik mijn psalmen in de duistere nacht. 

Gods Koninkrijk

Lijden en troost – in de Bijbel horen ze bijeen. Lijden en vertroosting moeten zelfs beide tot de zaligheid dienen, schrijft Paulus in 2 Korinthe 1. Het perspectief richt hij daarmee op het Koninkrijk van God. Lijden verhoudt zich niet alleen tot troost in dit leven, maar meer nog tot de heerlijkheid van het Koninkrijk. Verlangen naar de tijd dat er geen tranen gedroogd meer zullen worden, dat doet een christen die zucht en die bidt.

Een treffende uitspraak las ik in dit verband van de Schotse schrijver George MacDonald: ‘De Heere is gekomen om de tranen van onze ogen te wissen. Daar is Hij mee bezig. Hij doet dit zo snel Hij kan, maar intussen wil Hij dat onze tranen zonder bitterheid vloeien. Daarom zegt Hij dat degenen die treuren zalig zijn – om de troost die deze tranen schenken.’

Van korte duur

Zo relativeert de Bijbel mijn verdriet en mijn lijden, mijn gemis en de donkere bladzijden uit mijn levensboek, als ik Christus kennen mag. Dan staat een lichte verdrukking die slechts kort duurt tegenover de heerlijkheid van de eeuwigheid, die qua gewicht alles overtreft. 

’k Zie U, God zelf, in eeuwigheid geprezen,
tot in de dood als mens gehoorzaam wezen,
in onze plaats gemarteld en geslagen.
de zonde dragen.

Zou ik mijn kruis in kommervolle tijden,
de zwaarste smart dan niet geduldig lijden,
daar Gij uit liefde zo veel zware plagen
voor ons wou dragen!

Och, als ik, Heer, om mijne zonde beve,
dat dan Uw kruis mij weder ruste geve:
dat kruis zij dan mijn vreed’ en vreugde tevens,
o God mijns levens!

P.J. Vergunst