Provinciale Staten blijven een belangrijke bestuurslaag

Er gaan dagen voorbij dat ik niet aan de provincie denk waarin ik geboren ben én waarin ik alweer decennia woon: Gelderland. De komende dagen zal dat anders zijn, op weg naar verkiezingen voor onze Provinciale Staten.

Wat moeten we met een bestuurlijke laag als de provincie, als we letten op de globalisering van de wereld, op de macht van Europa? ‘Niets’, was vier jaar geleden het antwoord van heel velen. De meerderheid van de kiesgerechtigden maakte de gang naar de stembus niet: geen invloed in het provinciehuis of op het beleid van de onbekende waterschappen, waarvoor we op dezelfde dag kunnen stemmen. 

Waterbeheer

Als de zorg voor Gods schepping ons aan het hart gaat, verdiep ik me wel in het beleid van de politieke partijen ten aanzien van natuur- en waterbeheer. Een christen is dieper verantwoordelijk dan een willekeurige medeburger, omdat hij leeft onder het oog van zijn Schepper. De verandering in ons klimaat (op de warmetruiendag in februari waren de terrasjes in Nederland goed bezet…) en de maandenlange dorst die planten en bomen in de vorige zomer leden, verhogen het besef dat onze levensstijl er werkelijk toe doet.  

Het is niet om het even vanuit welke levensvisie een waterschapsbestuur zich inzet voor dijkonderhoud, schoon water, begroeiing van de bermen. Ruim twintig jaar geleden keek Nederland verwonderd op, toen prins Willem-Alexander aangaf zich te gaan richten op watermanagement. Inmiddels zien we waterbeheer als een heel serieuze tak van sport. 

Macht van rechters

Vooral kiezen we volgende week 570 leden van de Provinciale Staten. Worden we wijzer van wat al deze toegewijde mannen en vrouwen wekelijks ten dienste van het openbaar bestuur doen? Je kunt eraan twijfelen, als je ontdekt hoe onze democratie voortdurend in beweging is. Los van gemeenteraden, Provinciale Staten en Tweede Kamer zien we bij voorbeeld dat de rechterlijke macht steeds meer invloed op het overheidsbeleid krijgt. De invloed van de rechters van het Europese Hof van Justitie neemt toe. In ons land droeg de rechter de Staat op de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met 25 procent te verminderen ten opzichte van 1990, een uitspraak die in oktober jl. door het Haagse Hof bekrachtigd werd.

Desondanks is er – veelal onttrokken aan het oog van de meelevende burger – veel wezenlijks waarvoor de provinciale overheid verantwoordelijk is, en daarom zijn we tot stemmen geroepen. Het bekendst is in dit opzicht de verantwoordelijkheid voor de provinciale wegen, voor de regionale infrastructuur. Daar komt de ruimtelijke inrichting bij, evenals het beheer van de natuur, het ontwikkelen van nieuwe natuur. In een samenleving waarin de economie per definitie moet groeien en bedrijvigheid moet toenemen, is het bewaken van onze natuur een taak die ertoe doet. Zo bepaalt de provincie of en hoe steden en dorpen mogen uitbreiden. 

In de luwte

Voor de ordening van de samenleving is de provinciale laag tussen de landelijke overheid en 355 gemeenten van betekenis, ook al gebeurt het werk in de luwte van het openbare leven. Feitelijk is de (Protestantse) Kerk niet anders georganiseerd. De plaatselijke kerkenraden zijn verantwoordelijkheid voor de identiteit en het functioneren van de gemeente, de synode stelt de kerkorde vast en heeft een taak in wat lokaal niet gedaan kan worden: het opleiden en toelaten van predikanten, het zich profetisch richten tot de landelijke overheid, het uitzenden van zendingswerkers enz.

Tussen synode en kerkenraad heeft de classicale vergadering haar taak, doet de classispredikant zijn werk, veelal onzichtbaar voor de mensen in de kerkbank. Ze stimuleert als het ware de infrastructuur tussen de verschillende kerkelijke gemeenten, stimuleert de onderlinge verbondenheid, bemoedigt in situaties van ontreddering en bovengemiddelde zorg. En net zoals de provincie de begroting en de jaarrekening van de gemeenten goedkeurt, houden de classicale colleges voor de behandeling van beheerszaken (CCBB) toezicht op het vermogen van een kerkelijke gemeente, ondersteunen en adviseren zij kerkrentmeesters en diakenen. Respect daarom voor de bestuurlijke tussenlaag.

Eerste Kamer

De verkiezingen van volgende week zijn ook van belang omdat de 570 leden van de Provinciale Staten op 27 mei de leden van de Eerste Kamer kiezen. Voor de toekomst van het anderhalf jaar oude kabinet Rutte-III is dat cruciaal, omdat de regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie op dit moment 38 van de 75 zetels in de Senaat bezetten. De kleinste teruggang zal betekenen dat hulp van elders nodig is, vergelijkbaar met hoe na de verkiezingen van acht jaar geleden SGP-senator G. Holdijk met een enkele zetel tot zijn eigen ongemak uiterst invloedrijk werd.

Ten aanzien van de betekenis van bijbels genormeerde politiek is het spannend of ChristenUnie (drie) en SGP (twee) hun zetels behouden. Al domineert op weg naar de stembus de hoop, zetelbehoud is met name kwetsbaar omdat de mogelijkheid tot een lijstverbinding in 2018 afgeschaft is. In Zuid-Holland nam vier jaar geleden ook het CDA deel aan deze lijstverbinding. Waar vanwege het grote aantal inwoners van deze provincie elke provinciale zetel goed is voor 0,29 zetels in de Eerste Kamer, doet het ontbreken van christelijke samenwerking vooraf al pijn. Een van de lijsttrekkers lichtte de keuze voor afzonderlijke lijsten zo toe: ‘Een CU’er kan moeite hebben met het vrouwenstandpunt van de SGP, en een SGP’er kan er bij voorbeeld tegen zijn dat de CU meedoet in de landelijke coalitie.’ Ja, dat kan allemaal, maar met moeite alleen komen we de verdeeldheid van de christelijke politiek niet voorbij.

Luisterend hart

Al sinds 1981 kent Den Haag eens per maand de Residentie Pauzedienst, als een predikant uit de regio en een christenpoliticus zich bezinnen op onze roeping voor Nederland en voorbede doen voor de overheid. Voor 2019 is het thema ‘Lessen van een wijze koning’. Het is een zegen als los van iemands politieke kleur gezocht wordt naar handvatten vanuit de Bijbel voor het regeren van ons land.

Bij Salomo kunnen we dan sowieso terecht, die niet autoritair op de troon zat, maar ootmoedig bad: ‘O God, geef de koning Uw recht en Uw gerechtigheid aan de zoon van de koning.’ In die weg immers zal het beleid rechtvaardig, wijs en zacht kunnen zijn. In 1 Koningen 3 bidt hij om ‘een opmerkzaam hart’. Zeker zal het opvallen wanneer mensen als Salomo zich zo in twaalf provincies manifesteren, mensen met een luisterend hart, mensen die rekenen met het spreken van God, mensen die oog en oor hebben voor kwetsbaren in de samenleving.

Goed en kwaad

Die wijsheid maakt scheiding tussen goed en kwaad. In feite is dat de taak van de overheid: voor goede wetgeving zorgen, het goede in de samenleving ruimte geven, het kwaad beteugelen. Zijn we niet gezegend als een minister (CU’er Carola Schouten) recent tijdens een gemeenteavond van de Oude kerk in Ede opmerkt dat Micha 6 haar leidraad is: ‘En wat vraagt de HEERE anders van u dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God?’

God Zelf schreef de Tien Woorden van Zijn wet op, ‘Hij schreef ze op twee stenen tafelen’. (Deut.4:13) Oud-SGP-kamerlid ds. H.G. Abma schrijft hierbij: ‘Wat van de twee tafelen staat beschreven en dienovereenkomstig wordt beleden, is van soortgelijke orde als de opmerking dat de Heere God met Zijn hand de vrouw tot Adam bracht.’ Persoonlijke bemoeienis van de God van Israël ten aanzien van de openbaring van Zijn wil. 

Lichte last

Het is een extra reden om als onze stemwijzer te letten op de doorwerking van Gods wet, al geldt het soms een deelaspect. Zoals alleen ds. Abma het markant kon typeren: ‘Christen-overheidspersonen zijn allen, tot de laatsten hunner, wet-houders!’

Onder die wet is het juk zacht en de last licht. Laten er na volgende week woensdag veel provinciale-statenleden mogen zijn die dit uitdragen, met hun beleid aan het licht brengen.

P.J. Vergunst