PThU-hoogleraar Ethiek neemt ook afscheid van bestaan van de hemel

In zijn rond Hemelvaart (!) verschenen boek Heilige onrust identificeert prof. dr. Frits de Lange zich met pelgrims voor wie de spirituele en fysieke ervaring van de levensreis zelf hun bestemming is.

Wat is onze mening en houding als de hoogleraar Ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit na zijn afscheid van het geloof in een persoonlijke God, nu de hemel vaarwel zegt?

De ethiek is een wetenschap die zich bezighoudt met het juiste handelen van ons als mensen. In de ethiek gaan we op zoek naar motieven die ertoe leiden ons doen en laten als goed of fout te bestempelen. Voor een christen is dat essentieel. In Hebreeën 12 lezen we immers de opdracht: ‘Jaag de vrede na met allen, en de heiliging, zonder welke niemand de Heere zal zien.’ Als de gemeente van Christus haar Bruidegom ontmoeten zal, gaat het erom dat zij ‘heilig en smetteloos’ (Ef. 5) bevonden wordt.

De wederkomst van Christus heeft daarom alles met de ethiek te maken. Om die reden raakt het de kerk in haar geloof en leven als een door de synode benoemde hoogleraar twee dagen na Hemelvaart in dagblad Trouw schrijft: ‘Wat persoonlijke onsterfelijkheid betreft, kunnen we ondertussen het beste agnost (iemand die zegt geen kennis te bezitten van het bestaan van een persoonlijke God, red.) zijn: we weten er niets met zekerheid over.’ Prof. De Lange zond dit bericht de wereld in op de dag dat zijn boek verscheen, Heilige onrust. Een pelgrimage naar het hart van religie.

Afscheid van een wereldbeeld

Niettemin, ondanks dit artikel in Trouw ben ik zo onbevangen mogelijk dit boek gaan lezen, om de woorden van de auteur te laten doordringen. Het eerste wat dan opvalt, is dat prof. De Lange afscheid neemt, van een wereldbeeld, van het verleden. Hij identificeert zich met kerkverlaters, vrijzinnigen en seculiere zoekers, met mensen die een nieuwe levensoriëntatie zoeken, nu de kerkelijke dogmatiek in het licht van wetenschap en cultuur opgeschoond is. Dat betekent dat ‘leerstukken over de drie-enige God, voorzienigheid en verlossing bijgezet werden in het mausoleum van de geschiedenis’ of dat zij een nieuwe betekenis kregen.

Deze mens – en dat geldt prof. De Lange persoonlijk ook, die ‘opgevoed is in een calvinistische geloofstraditie’ – is iemand die niet meer gelooft in ‘een Opperwezen met menselijke trekken’, die het oude geloof kwijt is, de dogma’s waarmee hij opgroeide, de veilige zekerheid van het eigen groepsgelijk. Pelgrims 2.0, met wie de auteur zich identificeert, geloven doorgaans niet meer in een hogere macht die zich met hen bezighoudt en in een eeuwige bestemming.

Veeleisend

Ik vind het opvallend dat prof. De Lange over het recente christendom spreekt (of anderen citeert) zoals hij doet. Over welke christenen – De Lange groeide op in de Gereformeerde Kerken in Nederland – gaat het voor wie ‘het veeleisende Opperwezen een lieve tijger zonder tanden geworden is’? Waar heeft de God van Israël Zich als ‘veeleisend Opperwezen’ geopenbaard? Als de Heere Zijn geboden geeft, lees ik andere dingen, zie ik Gods ‘eisen’ tot ons komen in de omtuining van het verbond.

En waar verschuilen (orthodoxe) christenen zich in het eigen groepsgelijk? Is Zondag 1 van de catechismus (hoofdsom van het christelijk geloof) juist niet persoonlijk, namelijk ‘dat ik met lichaam en ziel, beide in het leven en sterven niet van mezelf, maar het eigendom ben van mijn getrouwe Zaligmaker, Jezus Christus (…), Die mij door Zijn Heilige Geest van het eeuwige leven verzekert…’ Echter, voor prof. De Lange waren er in de tijd van de catechismus er ‘twee werelden’, de zichtbare en de onzichtbare; ‘na Einstein en Darwin’ is er nog één werkelijkheid. ‘Dat er in een uithoek van het melkwegstelsel leven ontstond op de planeet aarde (…), dat is een wonder, dan wel een opeenstapeling van oneindige toevalligheden’.

Bepalend voor het theologiseren van prof. De Lange is de stand van de wetenschap. ‘Wie in overeenstemming wil leven met de hedendaagse kosmologie, zweert de twee werelden af. Er is maar één wereld, en dat is de planeet aarde in een grenzeloze kosmos, een universum dat zo’n kleine vijftien miljard jaar geleden ontstond, met de mens als extreme laatkomer in de evolutie van het leven.’

Bij momenten lijkt prof. De Lange in zijn woordkeus het respect voor orthodoxe christenen wat te verliezen, wanneer hij schrijft dat het geloof in de onsterfelijkheid van de individuele ziel van God een koe gemaakt heeft, van het geloof een ‘ordinaire koehandel’.

Theologie van het lichaam

Wát blijft voor de hoogleraar Ethiek over, na alles waarvan hij afscheid nam? Op zijn zoektocht naar een nieuw begin gaat hij wandelen. Want, lopen haalt je uit je hoofd vandaan, lopen verplaatst je bewustzijn naar je armen, buik, benen. Prof. De Lange sluit aan bij de stoet van moderne pelgrims, in een poging om dichter bij de kern van religie te komen. Zo wordt de nieuwe pelgrim voor hem format voor een theologie. Wat is het dat maakt dat we de ene voet voor de andere willen blijven zetten? Geloof noemt hij dat, de heilige onrust om een volgende stap te zetten, op weg naar voller, beter, anders, waarachtiger leven.

In plaats van geloofsstelsels, belijdenissen, dogmatiek pleit prof. De Lange voor een theologie die met het lichaam denkt, theologie als bewegingsleer; ‘je mag het God noemen, of iets dat zich onder die naam schuilhoudt. Liefde, hoop, het ware leven, of God-weet-wat’. Geloof is aards geworden, lichamelijk.

Abraham

De reis zelf is daarmee bestemming geworden, een tocht waarbij ‘het enige dat je zeker weet is dat ik hoogst toevallig ‘ik’ ben’. Die reiziger staat elke dag op in de hoop dat het morgen beter wordt. Op die reis kijkt prof. De Lange naar Abraham, Augustinus en Bunyan, om echter hun leven en denken in zijn eigen frame in te passen. Want van Abraham – ‘stel dat er ooit één historische persoon met die naam bestaan heeft’ – herkent de hoogleraar dat hij ‘op weg ging zonder te weten waarheen’. Wie zo Hebreeën 11:8 aanhaalt, moet echter verder lezen, en komt bij vers 10, over de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Bouwer en Ontwerper is. Het is de stad die Abraham verwachtte.

Ook naar Augustinus en zijn onrustige hart luistert De Lange, waarbij hij diens Belijdenissen leest als gericht op het onvervulbare verlangen van de mens. Zelfs tot John Bunyan verhoudt hij zich, maar dan constateert hij dat de genade uit onze levenshouding verdwenen is, ingewisseld voor zelfbeheersing, zelfonderzoek en de drang tot zelfverbetering.

Donkere chaos

Waar komt de schrijver van Heilige onrust uit? ‘Wie ik ben? Ik weet het niet – en precies dat ben ik. Dat vrijuit te kunnen zeggen heeft, hoe mondjesmaat ook, iets van een verlossing.’ Zo wordt geloof tot een manier om je tot het leven te verhouden.

Welke toekomst de mens hiermee heeft? ‘Evolutionair gezien is het leven op aarde een soort zinloze druktemakerij. Uiteindelijk zal over 4,5 miljard jaar onze ster, de zon, uitdoven en rest er niets meer dan donkere chaos.’

In zijn afsluitende alinea’s concludeert prof. De Lange dat we ten aanzien van persoonlijke onsterfelijkheid het beste agnost kunnen zijn, niet met zekerheid iets te kunnen zeggen. ‘Beter is het om te leven alsof er geen hemel bestaat.’ Zo pelgrimeert hij, door ‘afscheid te nemen van dikdoenerij en het laten varen van illusies over de wereld, over anderen, over God en jezelf’.

***

Prof. De Lange heeft zich in Heilige onrust (opnieuw) eerlijk uitgesproken. Dogmatiek, belijdenissen, geloof in een persoonlijke God, de realiteit van de hemel – als pelgrim kan hij er niet mee uit de voeten. En, de realiteit is – voor mij, de aangrijpende realiteit – dat duizenden van onze landgenoten met hem mee oplopen. Voor het Evangelie van de verzoening heeft de kerk al deze mensen niet kunnen inwinnen. Nu is prof. Frits de Lange hun gids. Naar…? Ja, waarheen?

Hoeveel landgenoten namen afscheid van de kerk, tegelijk ook van het Evangelie? Schrijft de Hebreeënbrief over hen dat ze eens verlicht geweest zijn en het goede Woord van God gesmaakt hebben? In elk geval, als Christus’ gemeente te kort schoot in werfkracht, zijn we bescheiden in onze opstelling.

Bescheiden zijn we ook, omdat aan christenen voor wie de Bijbel wel normatief is de vraag gesteld moet worden of we in woord en wandel Paulus naspreken: ‘Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten.’ (Fil.3:20)

 Toezicht

Tegelijk, Heilige onrust is niet alleen een spiegel. Want de auteur is meer dan vaste medewerker van een debatcentrum als De Rode Hoed, of van De Nieuwe Liefde, een podium voor bezinning en gesprek in Amsterdam. Hij is door de synode van de kerk tot hoogleraar benoemd in het kerkelijke vak Ethiek.

Die kerkelijke zending, dat wringt met de opvattingen van prof. De Lange, dat is zelfs tot een spagaat geworden. Wie geroepen is op de universiteit van onze kerk op het onderwijs en onderzoek toezicht te houden, draagt daarmee een grote verantwoordelijkheid en zal dieper moeten afsteken dan het gesprek over de breedte van de protestantse traditie, over de kracht van argumenten. Dr. A.A.A. Prosman heeft hiertoe publiekelijk opgeroepen – en terecht.

Identiteit

Het gaat hiermee om de identiteit van een theologische universiteit, juist op een moment dat er in Nederland ten aanzien van de academische theologie veel in beweging is. Als de Protestantse Theologische Universiteit zich de opleider van predikanten voor de Protestantse Kerk noemt, heeft zij zich positief te verhouden tot de grondslag van de kerk, die belijdt dat het Woord van God haar bron en norm is. De kerkelijke gemeenten mogen immers vragen om bekwame theologen die zich positief verhouden tot het belijden van de kerk. Dat doet prof. De Lange niet; nee, hij plaatst zichzelf buiten de katholieke traditie en het geloof van de kerk.

Hij heeft zich –al vinden we zijn opvattingen schokkend en ernstig in tegenspraak met het belijden van de kerk – in Heilige onrust eerlijk uitgesproken. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond doet dat door middel van deze bespreking van zijn boek eveneens. Nu vragen we dit ook van allen die verantwoordelijkheid dragen voor de opleiding van aanstaande werkers in het Koninkrijk van God.

Ondertussen bewaart Christus Zijn kerk, in de hemel gezeten aan de rechterhand van Zijn Vader. Van harte geloven wij dat.

P.J. Vergunst