Standvastige geest in het tolerante Nederland

In het geheel van Europa heeft Nederland weer een ‘prijs’ behaald, de derde. Op het lijstje met ten aanzien van goed en kwaad meest tolerante landen gaan alleen Denemarken en Zweden voor.

Wat houdt de toegenomen tolerantie in moreel opzicht voor ons land in? Het rapport Burgerperspectieven over het derde kwartaal van het Sociaal en Cultureel Planbureau geeft hier uitsluitsel over, een rapport waarin gepeild wordt hoe we denken over maatschappelijke thema’s. Het onderzoek laat zien dat er een toegenomen acceptatie geldt voor homoseksualiteit, echtscheiding, euthanasie, abortus, zelfdoding en softdrugs. Ten aanzien van wat in dit opzicht geaccepteerd wordt, is Nederland homogener geworden. Met andere woorden kun je hier opmerken dat het denken en handelen van orthodoxe christenen meer afwijkend geworden is, meer uit de pas loopt met wat in de samenleving als de norm geldt.

Die trend zal nóg meer doorzetten, als we zien dat de tolerantie in moreel opzicht er vooral is bij jongeren, hoogopgeleiden en Nederlanders die niet meer naar de kerk gaan. Met elkaar voelen we aan dat het spannend worden kan, als PvdA-kamerlid Ploumen een debat in de Tweede Kamer wil omdat er in de Week van het leven in ons land een prolifefolder huis aan huis verspreid wordt. Voor Ploumen zijn er blijkbaar heus grenzen aan de vrijheid van meningsuiting. Wie beseft echt hoe (be)dreigend dit is? 

Wettige Vorst

Moet ik als christen aansluiten bij de samenleving? Hoe voorkom ik dat dit sluipenderwijs toch gebeurt? Groen van Prinsterer, de politicus uit de negentiende eeuw, zei ooit: ‘Ik wil geen uitleg onderschrijven die ons verplichten zou de gekroonde rover, die gisteren de wettige Vorst verjaagd heeft, vandaag als een door God aangestelde macht te beschouwen.’ Nee dus, wij blijven de wettige Vorst dienen, onze Schepper, de Eigenaar van elk leven. Het betekent dat in de praktijk van mijn leven het contrast scherper wordt als Romeinen 12 aan de orde is: ‘En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.’

Opvallend is ondertussen dat de tolerantie afgenomen is ten aanzien van thema’s waarin individuele zelfbeschikking niet leidend is, maar die het algemeen belang schaden, zoals zwartrijden, belastingontduiking, steekpenningen en uitkeringsfraude. Dat is winst, omdat de omgang met ons geld evenzeer de Tien Geboden raakt als de visie op het menselijke leven. 

Geen zware last

De verschuiving in de morele opvatting van mensen is het gevolg van het loslaten van de waarheid als een absoluut begrip. In onze postmoderne samenleving heeft het gevoel de overhand gekregen, wordt mijn levenswerkelijkheid bepalend en besluiten we te doen wat het beste voelt, wat ons goed lijkt. Dan mis je de correctie van buitenaf, de norm van de andere kant, de gehoorzaamheid aan Jezus, Die Zichzelf bekendmaakte als dé Waarheid. Groen van Prinsterer zei ooit: ‘Wat is de eerste oorzaak van de rampen waaronder menige staat nu zo jammerlijk zucht? Dat God door de staat buitengesloten werd.’

Dit buitensluiten is geen afscheid nemen van knellende regels. ‘Want dit is de liefde tot God, dat wij Zijn geboden in acht nemen, en Zijn geboden zijn geen zware last.’ (1 Joh.5:3) Het lijkt me vandaag een speerpunt in de christelijke opvoeding en het kerkelijke onderwijs te laten zien dat Gods geboden niet zwaar zijn.

Jaloers op Zijn eer

Bij mij leeft de vraag of we bij de aangrijpende verschuiving in het denken over ethische thema’s naar de jongeren kijken moeten, of naar de oudere generatie. Ik denk het laatste. Zeker, Deuteronomium 6 tekent ons de opdracht om de geboden, de verordeningen van de Heere te leren én te doen, door ‘Hem te vrezen door die geboden in acht te nemen’. Aan kinderen mogen ze ingeprent worden. Dat is geen vrijblijvende opdracht, geen meerkeuzeprogramma voor het leven, omdat God jaloers is op Zijn eer: ‘Anders ontbrandt de toorn van de Heere, uw God, tegen u en vaagt Hij u weg van de aardbodem.’ Heel radicaal klinkt dat.

De eerste en zwaarste verantwoordelijkheid ligt bij de oudere generatie, bij ouders en andere opvoeders, bij ambtsdragers en jeugdwerkers, bij ieder die van God enig gezag ontving. Wie eerlijk ten opzichte van zichzelf is, beseft dat dit nooit vanzelf goed gaat.

Een rein hart

Ik denk aan Psalm 51, waar koning David erkent dat hij de dood van Uria op zijn geweten heeft, dat hij met Bathseba tot overspel kwam. De profeet van God, Nathan, heeft David geconfronteerd met de wet van God, die tot kennis van de zonde is. Twee dingen zijn in deze diepte van het leven nodig: een rein hart en een standvastige geest, waar de koning om bidt (Ps.51:12)

David doet een appèl op het vergevingsgezinde karakter van God. Uit het boek Exodus kent hij niet alleen de Tien Geboden, maar weet hij hoe de Heere Zich bekendmaakte aan Mozes: ‘Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft.’ (Ex.34:7) Op grond van Gods barmhartigheid vraagt hij of de Heere Zijn aangezicht van zijn zonden zal afwenden.

Onwankelbaar

Dat is één. Maar er is ook twee – en daarop wil ik vooral focussen. David bidt om een standvastige geest. Nodig is dat, om een einde te maken aan het pendelen tussen goed en kwaad, om de reinheid van hart naar de toekomst toe te bewaren. Gezien de tijd waarin we leven, heeft de christelijke gemeente dit steeds weer te bidden: ‘Vernieuw in mijn binnenste een standvastige geest’.

Die standvastigheid is geen karaktereigenschap, maar rust op de overwinning van Christus aan het kruis. Alleen omdat Hij de boze en destructieve machten versloeg, omdat God de Zijnen laat delen in de overwinning van Jezus Christus, doet Paulus de oproep aan de gemeente van Korinthe: ‘Daarom, wees standvastig, onwankelbaar…, in de Heere.’

Standvastig zijn, dat is diep overtuigd zijn van de waarheid van het Woord van God, dat is een sterk besef van het feit dat Zijn geboden tot ons welzijn geschonken zijn. Die standvastigheid geeft een vrijmoedigheid in het spreken over het Koninkrijk van God, geeft kracht aan een missionair leven.

Die standvastigheid maakt dat je niet van slag bent als een theoloog aangeeft dat het om de beslissende liefde tot God gaat en er daardoor vrijheid en ruimte is inzake huwelijk en relaties. Die standvastigheid maakt dat je niet meer en meer je kinderen volgt – hoezeer we van hun leefwereld kunnen leren – als zij ten aanzien van hun leven met God hun eigen keuzen maken. Die standvastigheid maakt dat we het (te) zwaar kunnen vinden om te participeren in de Ledenraad van de Evangelische Omroep, nu de omroep ook vrijzinnige christenen vertegenwoordigt. Groen van Prinsterer zei ooit: ‘Er zijn tijden en omstandigheden waarin het zwijgen medeplichtigheid wordt.’

Ambtsdragers

Die standvastigheid maakt dat je als christenpoliticus beseft waar vandaag het front ligt, om op bescheiden wijze je overtuiging te blijven inbrengen. Zijn of haar positie is vergelijkbaar met elke christen die op zijn werk verantwoordelijkheid draagt, met dit onderscheid dat het in de politiek gaat om beleid dat de inrichting van het openbare leven raakt. Het gebed voor een gemeenteraadsvergadering zou kunnen zijn: ‘Vernieuw in mijn binnenste een standvastige geest.’ Groen van Prinsterer zei ooit: ‘Ik weet dat belijden aan belediging blootstelt.’

In de vele en complexe vragen die de laatste twintig jaar op de tafel van elke kerkenraad gekomen is, kunnen we niet zonder ambtsdragers met een standvastige geest. Star is dat niet, of conservatief. Nee, het gaat om hen die in een vergadering van de synode of de kerkenraad het Woord openen, dit met gezag toepassen op de vragen van ons leven. Aan het einde van zijn tweede zendbrief wijst Petrus op ‘onkundige en onstandvastige mensen’ die tot hun verderf sommige zaken verdraaien: ‘U dan, geliefden, omdat u dit van tevoren weet, wees op uw hoede, zodat u niet door de dwaling van normloze mensen wordt meegesleept en afvalt van uw eigen vastheid.’

Verheerlijking van God

Vastheid, ze gaat gepaard met een groei in de genade van Christus. Het reine hart en de vaste geest gaan samen op. Ze zijn tot verheerlijking van God, dat vooral.

Nederland op de derde plaats, tolerant ten aanzien van zelfdoding, echtscheiding, abortus. Wie de vreemdelingschap op aarde kent, zegt het Groen van Prinsterer na: ‘De Heere regeert! Een bemoedigender waarheid is er niet.’

P.J. Vergunst