Studeren en de CSFR

De vanzelfsprekende aanwezigheid van veel werk in de kerk is er niet meer. Dit geldt ook voor de betekenis van de CSFR, studentenvereniging op reformatorische grondslag, die al decennia veel (hervormde) jongeren vormt.

Het is reden te meer om als kerkelijke gemeente de student in het oog te houden. 

Zomaar een bericht uit het kerkblad van Elburg, de aankondiging van een studentenavond. Omdat studenten uit de beschermde thuissituatie aan de universiteit op hun christen-zijn bevraagd worden en je als kamerbewoner een andere band met de kerkelijke gemeente krijgt, belegde de kerkenraad eind mei een avond voor universitaire en hbo-studenten. Wie mbo’er is, wordt evenmin vergeten. Spreker was Bram van Putten uit Kampen, die al decennia bijbelkringleiders traint in het lezen van de Bijbel.

Betrokkenheid op de studenten in de gemeente, ze is van grote waarde – evenals trouwens de aandacht voor de zogenoemde doeners in de kerk. Maar over hen gaat het nu niet. Die betrokkenheid maakt creatief om binnen de mogelijkheid van elke gemeente oog te hebben voor de leefwereld van studenten. Altijd weer gaat het daarom: hen zíen in hun context, het luisteren naar de vragen die ze stellen, de erkenning van hun dilemma’s. Om vanuit het Evangelie voor studenten herder en ook leraar te kunnen zijn. 

Tempo- en prestatiebeurs

Studeren is in Nederland meer en meer een voorrecht geworden. Een kwarteeuw geleden kwam het derde kabinet-Lubbers met de tempobeurs, waarmee voor het eerst een koppeling gelegd werd tussen de studiefinanciering en de studievoortgang. De beurs zou studenten moeten dwingen sneller te studeren. Drie jaar later, in 1996, kwam de prestatiebeurs, die alleen in een gift omgezet werd als er voldoende gestudeerd was. Nog weer later was er de basisbeurs, die in 2015 afgeschaft werd.

Momenteel is er sprake van een lening, die binnen 35 jaar terugbetaald moet zijn. Een academische titel én studieschuld zijn zomaar twee kanten van een medaille geworden. Het maakt dat prestatiedruk een begrip is dat in studentensteden veel aan de orde is. 

Angst en verslaving

Enkele maanden geleden werd bekend dat steeds vaker studenten te kampen hebben met concentratieproblemen, angstaanvallen en vermoeidheidsklachten, soms in combinatie met verslaving aan alcohol, drugs, gamen of porno. De genoemde prestatiedruk én de zorg om schulden op te bouwen zijn beide de boosdoener. Een van de studentenartsen zei in de Volkskrant dat ‘de psychologen niet aan te slepen zijn’. En, ‘er is geen moment rust voor hen’. Heftig, deze ervaringen in jonge levens!

Om deze reden was CU-leider Segers vorige maand te gast op de Zwolse hogeschool Windesheim, waar vorig jaar bekend werd dat een kwart van de studenten burn-outklachten heeft en veertig procent weet van gevoelens van angst en depressie. In september komt de CU met een actieplan. Eveneens vorige maand nam GroenLinks afstand van het leenstelsel, waar de partij in 2015 steun aan gaf. 

Geschiedenis en cultuur

Een vruchtbare voedingsbodem voor een periode als student vormen deze omstandigheden niet, dat is helder. Juist in een periode waarin je als jongere nog weinig verantwoordelijkheden hebt, is het waardevol in jezelf te investeren, in te zetten op je vorming tot een zelfstandige persoon en denker die de grote momenten uit onze geschiedenis en cultuur kent, die ook de traditie van de kerk der eeuwen leert overzien en duiden. Samen de Institutie van Calvijn lezen en bespreken, dat hoort bij de studententijd. Samen nadenken over de grondslagen van de medische ethiek, daar is een studentenvereniging behulpzaam in. Samen nadenken over de (on)zichtbare hand van God in de geschiedenis, velen hebben het op de CSFR beoefend. Later word je zomaar het intensieve leven ingezogen, als mantelzorger of kerkenraadslid, als manager of beginnend docent. De studententijd, nooit komt ze meer terug.

Bijbelkringen

Tegen de achtergrond van het studentenleven anno 2019 is een vereniging als de CSFR temeer van betekenis. En tegelijk zou je er uit haastig pragmatisme toch niet voor kunnen kiezen. Begrijpelijk is het als kortetermijndenken het wint van de diepte-investering. Dan mist die student wél de wekelijkse bijbelkringen als hart van de vereniging, waar (uit Matt.11 of andere hoofdstukken) te leren is hoe we rust vinden voor onze ziel, hoe Jezus reageert als mensen elkaar lasten opleggen en Zijn stem klinkt: ‘Mijn juk is zacht, Mijn last is licht.’

In de jaarlijkse ontmoeting die het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond met het landelijke CSFR-bestuur heeft, werd vanouds gesproken over het functioneren van de bijbels-gereformeerde grondslag, over kerkverlating die plaatsheeft in het leven van veel oud-studenten, over de band met de kerk in de stad. Twee keer ging het nu expliciet over de continuïteit van de vereniging, haar draagvlak in de hervormde gemeenten, de reden om in deze maand enkele portretten van CSFR-studenten in ons blad op te nemen. 

Kennis en wijsheid

Een tijd als student is van waarde om kennis te vergaren, om te groeien in wijsheid. Opdat er naar de toekomst toe mensen blijven die in het leidinggeven dienen, die het onderscheid tussen kwaad en goed zijn gaan zien. Niet automatisch gaat het overigens met kennis en wijsheid goed. Paulus leert ons (1 Kor.8) dat kennis opgeblazen kan maken, verwaand. En Jeremia (4:22) verhaalt dat er ook ‘wijsheid in het doen van kwaad is’, wijsheid die niet verbonden is met de God van Israël.

Wie studeert, verdiept zijn inzicht in de werkelijkheid waarin we leven. Daarbij doet feitenkennis, wetenschappelijke kennis er heel beslist toe. Tegelijk, de meerwaarde van een chrístelijke studentenvereniging is de daar geldende belijdenis van onze menselijke beperktheid, waardoor we met de autonomie van de wetenschap vastlopen. Immers, er is meer dan wat waarneembaar is. De overtuiging dat God als Schepper de oorsprong is van heel de werkelijkheid, doet altijd mee. Prof. Gerrit Glas, tot 2010 bijzonder hoogleraar reformatorische wijsbegeerte, schreef ooit dat we de wetenschap niet mogen isoleren van de overtuiging van de wetenschapper. ‘De resultaten van je onderzoek projecteer je altijd tegen de achtergrond van je visie op de werkelijkheid. Dat geldt zowel voor de christen als voor de atheïst.’ Geloof en wetenschap, hoe die zich tot elkaar verhouden blijft de aandacht van elke christenstudent vragen. 

Rechter- en linkerhand

Kennis is voor een christen ook onderscheidingskennis, kennen tussen kwaad en goed. We leren het uit de geschiedenis van Ninevé, de grote stad die Jona langs zag komen. Het kwaad van de duizenden inwoners was groot, omdat haar inwoners het verschil niet kenden tussen hun rechter- en hun linkerhand. Draagvlak van de juiste kennis is de liefde, voor alles liefde tot God.

In de studie, in het leven, in de omgang met het Woord en met anderen opgedane wijsheid stelt jonge mensen in staat overeind te blijven in kwetsbare situaties in het leven, in de familie of de kerkelijke gemeente, in relaties en op je werk. Een persoonlijke herinnering: toen ik als 23-jarige gekozen werd in het bestuur van de Apeldoornse Jacobus Fruytierscholengemeenschap, had ik dat zonder CSFR-ervaring niet gered. Zo zal de biografie van elke oud-student lijnen kennen vanuit de tijd in Utrecht, Leiden, Groningen… 

Toen Mozes het volk Israël in Kanaän goed organiseren wilde, bepleitte hij (Deut.1:13) het aanwijzen als leidinggevenden van wijze en verstandige mannen. De verantwoordelijkheid voor het toerusten en opleiden van een nieuwe generatie, die hadden we gisteren en die dragen we mee naar morgen. Het geldt de Nederlandse samenleving als geheel, denkend aan het openbaar bestuur, aan politiek en onderwijs, aan… Het geldt de kerk niet minder, waar wijsheid als gave van de Heilige Geest geen moment gemist kan worden. Het leven van koning Salomo laat het ons zien, die in Gods voorzienigheid zijn vader als koning opvolgen moest en daarom bad: ‘Geef mij nu wijsheid en kennis…, want wie zou over dit grote volk van U kunnen rechtspreken?’ 

Gods werken

Zo stimuleren we onze studenten om hun gaven voor Gods aangezicht te ontplooien, die gaven door Zijn Geest te laten heiligen, opdat ze deze een leven lang inzetten voor God, voor hun naaste. Op elke plaats waar Hij roepen zal. Ambtsdragers en familie benoemen voor een aankomende lichting de waarde van de CSFR of elke andere vereniging waar het Woord van God een beslissende betekenis ontvangt. Opdat er kader blijft dat een christelijke visie op de werkelijkheid verinnerlijkte. Om samen met Psalm 104 te belijden: ‘Hoe groot zijn Uw werken, Heere (…) de aarde is vol van Uw rijkdommen.’