Prediking kan niet zonder ernst

‘De ernst in de prediking’ is niet direct een vlotte en pakkende titel en ook niet bepaald een gewild en populair onderwerp. Is hier wel belangstelling voor?

Nu brengt deze laatste vraag ons meteen in het hart van het onderwerp.

Beslissend voor de prediking is namelijk niet of er belangstelling voor is, maar bepalend is wat God ons opdraagt te verkondigen. Die twee, onze belangstelling en Gods opdracht, konden weleens op gespannen voet met elkaar staan.

Wie het woord ‘ernst’ intikt in een digitaal woordenboek, krijgt het volgende op zijn scherm:

- stemming waarin geen ruimte voor grappen is: de ernst des levens.

- oprechtheid, gemeendheid: in alle ernst zonder scherts.

Grappen van Luther

In mijn studententijd kwamen wij met een groepje studenten maandelijks bij elkaar in de pastorie van Benthuizen. Ds. K. Exalto legde ons daar de Gereformeerde dogmatiek van Herman Bavinck uit. In de pauze pakte ds. Exalto een schriftje met daarin ‘grappen’ van Luther, door hem verzameld uit Luthers preken. Bij mijn weten had hij geen vergelijkbaar schriftje van Calvijn. Toch stonden de grappen bij Luther niet op gespannen voet met de eerste omschrijving van ernst: de ernst des levens.

Ondertussen sluit ik, wat betreft het onderwerp, aan bij het tweede punt: oprechtheid, gemeendheid: in alle ernst en zonder scherts. Hoe ga je in de verkondiging eerlijk met je hoorders om? Het is niet om het even wat we wel of niet zeggen. Er staat in de prediking heel wat op het spel. Dan kunnen wij, wat deze ernst betreft, zowel bij Calvijn als bij Luther terecht. Maar niet alleen bij hen. We leggen straks ons oor te luisteren bij de Prediker bij uitstek: Jezus Christus. Er zijn veel typeringen van Zijn prediking te geven. Het begrip ‘ernst’ is er ook zeker op van toepassing. Eerlijk gaat Hij met Zijn hoorders om. Hij praat (preekt) hen nergens naar de mond. Het is Hem niet te doen om eigen populariteit. Hij ging het doen van absolute uitspraken niet uit de weg, omdat die het nu eenmaal niet zo goed doen. Hij is er niet op uit om ‘klantvriendelijk’ over te komen. Als je Hem gehoord hebt, weet je precies waar je aan toe bent: geen gebruik van allerlei grijstinten. In navolging van Hem wordt de kerk ook vandaag geroepen om een helder geluid te laten horen. Een update van de ernst lijkt me geboden.

Onomwonden

Zojuist stelde ik voor om de prediking van Jezus te onderzoeken. Zijn ‘voorgaan’ wordt afgekondigd door Johannes de Doper. Behalve dopen preekt deze Johannes ook. En hij windt er geen doekjes om. De Farizeeën en Sadduceeën onder zijn gehoor spreekt hij aan met ‘adderengebroed’. Daar maak je geen vrienden mee. Onomwonden brengt hij in zijn prediking de toorn van God ter sprake. Een beroep op je afkomst (wij hebben Abraham tot een vader) zal je niet redden. De bijl (van het oordeel) ligt zelfs al aan de wortel van de bomen. Separerende (afsnijdende) prediking werd dat ooit genoemd. Alle valse gronden waarop je je zaligheid meent te bouwen, worden je uit handen geslagen.

Na Johannes de Doper neemt Jezus het woord. Zijn prediking is van een ander kaliber? Na de ‘Wet’ het ‘Evangelie’? In plaats van de dreigende toon van Johannes klinkt nu de vriendelijke toon van Jezus? Hij (Christus) zal dopen met de Heilige Geest. Zo heeft Johannes het optreden van Jezus aangekondigd. De Heilige Geest zal zorgen voor de geloofsverbondenheid met Christus. En daar gaat een enorme troost van uit. Maar Jezus, aldus Johannes, doopt niet alleen met de Heilige Geest maar ook met vuur. En bij dat vuur moeten we niet denken aan het vuur van Pinksteren maar aan het vuur van het oordeel. Ook in de prediking van Christus speelt het oordeel een belangrijke rol. En zelfs van dat woordje ‘ook’ aan het begin van de vorige zin kan nog een relativerende werking uitgaan. Om misverstanden te voorkomen: uitnodigend en ruimhartig verkondigt Christus de genade van God. Wie tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen (Joh.6:37b). Uitnodigender en ruimhartiger kan het niet. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Geen twijfel mogelijk. Maar wie weigert te komen, weigert te geloven: even goede vrienden? Dan brengt Christus het oordeel ter sprake. Over ernst gesproken. Noem dit maar de laatste ernst: het beslist over hemel of hel.

Bruiloftskleed

In veel gelijkenissen komen we deze ernst ook tegen. Wie zonder bruiloftskleed op het feest tracht binnen te komen, wordt gegrepen en in de buitenste duisternis geworpen (Matth.22:13b). Wie zich onder de prediking van deze Christus losmaakt, moet weten dat deze beweging uitloopt op een eeuwige scheiding. Dat liegt er niet om. Deze scheiding is maar niet de scheiding tussen de kerk en de wereld. Het is nog ingrijpender: het kaf wordt van het koren gescheiden, ook in de gemeente. Een extra stimulans om het woordje ‘ernst’ ernstig te nemen. Hier is voor scherts geen ruimte.

Ik noem nog één voorbeeld. In Mattheüs 7:22 zegt Christus: ‘Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam veel krachten gedaan?’ Eerlijk gezegd klinkt dit allemaal indrukwekkend en imponerend. Hoe aangrijpend klinkt dan vervolgens de reactie van Jezus Christus: ‘Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij.’ Er is geen band tussen Christus en hen. ‘De ernst in de prediking’ is maar geen onderwerp op zich waar we samen wat over nadenken. Het is niet meer en niet minder: wie is Christus voor ons? Uiteindelijk is het niet de voorganger die ons deze vraag stelt maar Christus Zelf: kent u Mij?

Ontzagwekkende dag

Deze ernst komen we ook tegen in de preek die Petrus, vervuld met de Heilige Geest, houdt op de eerste pinksterdag. Hij citeert de profeet Joël en dat citaat is veelzeggend. Aan de ene kant illustreert het de gave van de Heilige Geest; aan de andere kant is er ook sprake van de grote en ontzagwekkende dag van de Heere die komt (Hand.2:20b). Christus zal straks in het openbaar verschijnen als de Rechter. De komst van de Heilige Geest is niet vrijblijvend, die staat in het kader van de redding. Vandaar dat Petrus zijn hoorders ook oproept: Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht.

Joodse mannen krijgen dit te horen. Dat geeft ons te denken. Gods volk wordt opgeroepen tot bekering. Dezelfde lijn die we tegenkwamen in de Evangeliën. In het boek Handelingen gaat het Evangelie van Jezus Christus van Jeruzalem naar Rome. Er zit een enorm missionaire drive in dit bijbelboek. Hoe functioneert ‘de ernst’ in zo’n missionaire context? In Handelingen 17 treffen we Paulus aan op de Areopagus: een religieus bolwerk tot en met, waar ondertussen het christelijk geloof nog volslagen onbekend is. Hoe brengt Paulus het Evangelie ter sprake? Aan de ene kant kruipt hij in de huid van zijn hoorders: hij citeert hun dichters. Aan de andere kant brengt hij ook onomwonden het oordeel ter sprake en zoekt hij de confrontatie. Het gaat ook/juist op de Areopagus om bekering. God heeft immers ‘een dag vastgesteld, waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen door een Man, Die Hij daartoe aangesteld heeft’. Hoe onderbouwt Paulus deze claim? God heeft Zijn Zoon opgewekt. In heel het boek Handelingen komt telkens de opstanding ter sprake. De opstanding biedt hoop voor de gelovigen maar is alarmerend voor ongelovigen. De onbekeerde mens, wie en waar dan ook, verkeert in gevaar. Het is ernst. Juist in een missionaire setting vraagt dit onderwerp extra aandacht. Hoe vinden wij aansluiting bij de (post)moderne mens en hoe blijven wij eerlijk met hem omgaan? Een oefening waar we de Heilige Geest heel hard bij nodig hebben, maar waarbij we ook in het Woord te rade mogen gaan. Ondertussen moeten we deze gerichtheid op ‘buiten’ niet in mindering brengen op onze gerichtheid naar ‘binnen’. Niet alleen richting buitenstaanders luistert het nauw; ook intern in de gemeente kan de ernst niet ontbreken. In een volgend artikel zullen we ons daar op richten.

C. van Duijn