Telefoon op 2 januari

Het jaar nadert het einde. Advent is er, Kerst komt dichterbij en dan is het 2 januari, de dag van het afspreken van preekbeurten voor het jaar erop. Een terugblik op de vorige ronde van afspraken, waarbij zelfs het woord ‘wanorde’ viel. En een vooruitblik.

Het is een bijzonder verschijnsel dat nergens zo veel reacties op komen als op een artikel dat ingaat op het afspreken van preekbeurten. Met een knipoog heb ik weleens gezegd dat een bijdrage waarin je je kritisch zou uitlaten over de voorzienigheid of een ander aspect van de gereformeerde belijdenis, minder reacties oproept dan een bijdrage waarin je pleit voor enige afstemming ten aanzien van het afspreken van preekbeurten. 

Teleurstelling

En, er zijn – met respect voor hun inzet – vreugdevollere thema’s te bedenken om over te schrijven dan over het werk van de preekregelaars. Het was mijn voornemen, na een bijdrage van enkele jaren geleden, over dit thema het zwijgen te bewaren. Maar, de vele ouderlingen die me elf maanden geleden mailden, heb ik beloofd er in deze periode van het jaar weer eens over te beginnen. In elk geval heb ik daarmee oog voor hun teleurstelling nu op 2 januari na half 9 ’s morgens bellen, niet meer zo veel oplevert.

Lange tijd was 2 januari, de morgen na Nieuwjaarsdag, het moment om preekbeurten af te spreken. De ingezette trend om na de Kerst en zelfs vanaf half december te beginnen, is een jaar geleden erg toegenomen. Het levert geïrriteerde predikanten op die uit de concentratie voor hun kerstpreek gehaald worden, het levert ontstemde ouderlingen op die moeten gaan bijhouden welke dominee je vóór, net ná de Kerst kunt bellen en welke zich nog houden aan 2 januari. Het levert wellicht ook dominees op die enigszins gestreeld zijn dat zij zo tijdig gebeld worden.

Je zou erom moeten glimlachen als het niet ging om de bediening van het Woord. 

Boos op de dominee

Opvallend vind ik dat in een relatief klein en homogeen kerkverband als de Gereformeerde Gemeenten op dit terrein hetzelfde speelt. In september plaatste de redactie van de Saambinder een anoniem artikel van ‘een preekregelaar’, waarin met name naar de predikanten gekeken werd. Deze ouderling was ‘opstandig, helemaal ontmoedigd. Boos op de predikanten. Moet dat nu echt zo? Steeds vroeger en vroeger bellen?’

Nu hebben de Gereformeerde Gemeenten te maken met vele vacante gemeenten en is de context daarmee anders. Maar het opmerkelijke is vooral dat het ook daar blijkbaar niet lukt om gezamenlijk tot afspraken te komen.

Geestelijk

Is er een oplossing voor het feit dat de derde zaterdag van september (voor een klein deel van de predikanten van wie de naam op de zogenoemde ‘septemberlijst’ staat) of 2 januari bij elkaar niet meer afdoende is? Ja, die ligt in onze roeping – en bij het beroepingswerk is het niet anders – om geestelijk naar dit stukje gemeentewerk te blijven kijken én er geestelijk mee om te gaan. Mooier kunnen we het niet verwoorden.

Allerlei afspraken, die op zichzelf iets willekeurigs houden en waarop terecht soms uitzonderingen gemaakt worden, hebben geen zin als we niet blijven zien waar het in de verkondiging van het Evangelie om draait. Daarin gaat het om de verkondiging van Christus, zo helder als Paulus het aan de gemeente van Korinthe bericht: ‘Want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd.’ Overigens, laten we dit Paulus niet te snel nazeggen, want er zijn ook preken waarin de Naam van Christus nauwelijks genoemd wordt, laat staan dat deze Naam centraal staat. Dan is er echt wat loos en dan is een gemeente herderloos, wie er ook op de kansel staat.

Heiliging

Maar, los van zijn kernachtige boodschap stellen we de vraag of in onze tijd Paulus een geliefde preker zou zijn. Bij de gemeente van Korinthe was hij immers ‘in zwakheid, met vrees en veel beven’ aanwezig. Toen hij er aankwam, was dat niet om met ‘voortreffelijkheid van woorden of van wijsheid het getuigenis van God te verkondigen’. Criterium is of een verkondiger ‘de Geest die uit God is’ ontvangen heeft, ‘opdat wij zouden weten de dingen die ons door God genadig geschonken zijn’. (1 Kor. 2)

Dan komen we samen op het terrein van de heiliging, juist een thema waarover mensen in de kerk graag horen preken. Een geheiligd leven in de kerk, dat heeft ook te maken met kleine en op het oog praktische kwesties, dat heeft te maken met de ander uitnemender achten dan jezelf, dat heeft vooral te maken met de eer van God. Dat verdraagt zich niet met onordelijk gedrag in de kerk.

Naderende verlossing

Toen de Heere Jezus Zijn driejarige rondwandeling begon, riep Hij twaalf mannen als Zijn discipelen. Onder hen waren ervaren vissers, maar ook een vrijheidsstrijder (een zeloot) en een tollenaar die met de bezetter samenwerkte. Om te prediken werden zij aangesteld (Mark.3:14). Hun biografie zal later in die verkondiging aan Israël en de volken meegedaan hebben, al was voor ieder dé boodschap dat Jezus de Zoon van God is. Door naar Hem te luisteren, leerden ze het Evangelie. ‘Het is het predikambt,’ schrijft Calvijn, ‘waardoor Christus in de ziel van het volk de hoop op de naderende verlossing levendig wil maken.’

Het is een zegen voor de kerk dat de Heere qua karakter en levenservaring allerlei mensen in dienst neemt, hun karakter zodanig vormt dat ze steeds meer op de Meester gaan lijken. Zo kan het zijn dat een gastvoorganger een accent legt dat bij de eigen predikant minder aanwezig is. Hebben we (Ef.3:18) alle heiligen niet nodig om de reikwijdte van de liefde van Christus te kennen?

Nodig

Het is een criterium dat preekregelaars zouden moeten overwegen. Zoeken we naar de meestbegaafde preker of denken we na over wat de gemeente nodig heeft, naast wat ze wekelijks van de eigen predikant ontvangt? Wie deze insteek kiest, raakt de druk om snel tot afspraken te komen kwijt.

*** 

De vraag blijft over wat een geestelijke omgang met de preekvoorziening concreet betekent. Want zonder ongeschreven regels die voor ons betekenis houden, zal het niet gaan. Meer dan een appèl op dominee en preekregelaar doet het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond via dit artikel niet. Dat appèl bestaat uit de volgende punten:

- We nemen ons voor op en na 2 januari (tenzij we kiezen voor de derde zaterdag van september) de preekbeurten af te spreken, los van een enkele beurt met een oud-predikant. We nemen ons voor die dag op een normaal tijdstip te bellen, zodat geen dominee meer kan zeggen ‘om 7.00 uur al geen vrije beurten meer te hebben’.

- We hebben oog voor de ander, voor een dominee die wat langer dan gemiddeld in een gemeente staat, voor een proponent voor wie een wijze kerkenraad zo belangrijk kan zijn, voor de emeritus predikant die het pijnlijk vindt vrijwel nooit meer uitgenodigd te worden. We zien elkaar zoals Jezus ons leerde naar de ander te kijken.

- We hebben oog voor regio’s waar de kerk extra kwetsbaar is, voor gemeenten die zich wat meer in de verstrooiing bevinden (1 Petr.1:1) en hebben er wat voor over dat daar de dienst van de verzoening door kan gaan.

- We blijven als dienaars van het Woord collegiaal en zijn, net zoals Timotheüs mocht zijn, een voorbeeld voor de gelovigen in woord en wandel, iets wat voor elke ambtsdrager geldt.

Liefde

Gaat het in alles niet om uitingen van de liefde? Ja – en in die weg mogen we de zegen van God verwachten. Op weg naar het heiligdom in Jeruzalem zong Israël pelgrimsliederen. Op de thuisreis klonk het lied van de onderlinge liefde, Psalm 133. ‘Zie, hoe goed en hoe lieflijk is het dat broeders ook eensgezind samenwonen.’ Abstract is dat niet, wel is het zichtbaar in ogenschijnlijk kleine zaken.

P.J. Vergunst