Terwijl de TUA jubileert

Universiteit kan nu tonen dat ze eenheid in de CGK verbeeldt

In een mooi deel van Apeldoorn staat sinds een eeuw de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken, in de wandelgangen TUA genoemd.

De 25 jaar voor 1919 was ze gevestigd in Den Haag. Hoeveel predikanten zijn hier in de voorbije 125 jaar op weg naar dit jubileum gevormd?

Een felicitatie, dat is het eerste wat klinken mag, een hartelijke gelukwens aan de christelijke gereformeerde TUA-gemeenschap. Het is geen sinecure om in vroegere jaren én in onze tijd een universiteit te bewaren als een vitale gemeenschap waar op wetenschappelijk niveau theologie beoefend wordt, waar jonge mensen gevormd worden om op verantwoordelijke posten in Gods Koninkrijk te dienen, niet het minst in het ambt van predikant.

En tegelijk klinkt door die gelukwens het woord van Paulus aan de gemeente van Korinthe: ‘Wat hebt u dat u niet hebt ontvangen?’ Ondanks een raad van toezicht bewaren wij onszelf niet bij het Woord van God, is het genade als een academische opleiding na 125 jaar belijdt dat ‘de Bijbel in het zelfstandig bestuderen, interpreteren en op relevantie toetsen van bronnen de belangrijkste, gezaghebbende bron is’. 

God van de Bijbel

De kleine en daarmee kwetsbare TUA heeft de jaren door als kenmerk gehad dat het wetenschappelijke niveau verbonden bleef aan een leven bij Schrift en belijdenis. Op andere plaatsen in Nederland heb ik ondervonden dat je jezelf buiten het wetenschappelijke discours plaatste als je aangaf in de theologie de kerk te willen dienen. Om die reden kwam – meer voorbeelden zijn te geven – er in 2012 een einde aan de leerstoel ‘Gereformeerde protestantisme’, die de Gereformeerde Bond bij de Universiteit van Leiden bezette. Voor deze valse tegenstelling (wetenschap beoefenen óf de kerk dienen) is in Apeldoorn geen ruimte. ‘Bij het serieus nemen en zo onbevangen en eerlijk mogelijk benaderen van teksten en andere data zijn wij ons bewust dat ons vertrekpunt het geloof in de God van de Bijbel is, de Vader van Jezus Christus, die ons door zijn Geest verlicht.’ 

Symbool van haar eenheid

De Theologische Universiteit Apeldoorn is allereerst van betekenis voor de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK). Daarbij is ze hét symbool van haar eenheid. Hoewel binnen de bandbreedte van de belijdenis van de Reformatie er in de CGK een behoorlijke diversiteit was, lijkt juist rond de tijd van dit jubileum dat de rek in dit opzicht niet veel meer hebben kan. De kerkelijke praktijk heeft ter synode gemaakte afspraken ingehaald, wat onder meer in juni bleek toen de samenwerkingsgemeente in IJmuiden van CGK en vrijgemaakt-gereformeerden een vrouw in het ambt van ouderling bevestigde. In diverse gemeenten waarin CGK’ers samenwerken met vrijgemaakten en/of Nederlands gereformeerden, is er discussie over de vraag of de kerkorde van de CGK wel geldt. Overigens, meer dan de helft (!) van de christelijke gereformeerde kerken kent de vorm van een samenwerkingsgemeente.

Het woord ‘crisis’ klinkt binnen de CGK geregeld, nu de discussie gaat over wat de Bijbel wel of niet zegt over vrouw en ambt, over homofiele broeders en zusters, over de leer zoals die in de belijdenis is verwoord, en over hoe je vandaag kerk en kerkverband kunt en moet zijn. De synode die aanstaande is, kent daarom op 4 oktober eerst een dag in de kerkelijke binnenkamer. 

Bijbelonderzoek

Al heeft de synode een eigen verantwoordelijkheid én al draagt ze inhoudelijk verantwoordelijkheid voor de TUA, kan juist de universiteit in deze spannende maanden tonen dat ze ook in de praktijk symbool van de verlangde eenheid is. Zij is het centrum als het om bijbelonderzoek gaat, zij is in staat – en ze pretendeert dit ook! – de woorden van de Schrift te toetsen op de relevantie voor het leven van de kerk, de ordening van de samenleving. De weg van het samen zoeken naar de wil van God, naar het eigen karakter van Zijn geboden, naar de verhouding van de kerk tot een zich emanciperende samenleving lijkt de enig begaanbare weg, gedragen door het gebed tot de Heilige Geest. Het is zoveel beter dan nu verwoorden dat lastbrieven van bepaalde gemeenten op kerkelijke vergaderingen niet aanvaard zullen kunnen worden. Te hervormd lijkt me deze overweging niet. 

Grondvlak

Ja, die keuze gaat verder dan aansturen op een nieuw meerderheids- en minderheidsrapport, op veel vergaderen. Die keuze voor het samen lezen van de Schriften kan evenmin zonder ontdekken en verdisconteren wat er leeft op het grondvlak, hoe mannen en vrouwen, vijftigers en dertigers, leven en denken. In rapport met de tijd brengen we immers de boodschap van het Evangelie, in elke cultuur, zónder dat deze cultuur normatief kan worden. Als je het gezag van de Bijbel aanvaardt, kan van dit laatste geen sprake zijn. Zo alleen sluit je uit dat de werkelijkheid van veertig synodeleden een heel andere is dan het geleefde leven van kerkleden, op Urk of in IJmuiden of waar ook. In die weg kun je samen ook de waarde van het ambt weer ontdekken en de betekenis van de kerk. Kortom, van betekenis voor de kerken blijft de TUA na 125 jaar beslist. 

Samenwerking

Op het niveau waarop de universiteit zich bevindt, staat samenwerking met (onder anderen) hervormd-gereformeerden in een lange traditie, voortkomend uit herkenning in vrijwel alle essentiële thema’s, behalve… de kerk. Neem het basisboek diaconaat, dat verscheen onder leiding van dr. G.C. den Hertog (CGK) en dr. A. Noordegraaf. Of de studiebijbel bij de HSV, waarvan dr. T.M. Hofman (CGK) en dr. M.J. Paul hoofdredacteur waren. Of de Artiosreeks van de Gereformeerde Bond, waarin hoogleraren als W.H. Velema en W. van ’t Spijker publiceerden. Ook inzake een spannend thema als de omgang met de Schrift zouden we elkaar meer kunnen zoeken, zoals er in het wetenschappelijke tijdschrift Theologia Reformata al decennialang samengewerkt wordt. 

*** 

Kort na de vorming van de CGK in 1892, de samenvoeging van die kerken die Kuyper in zijn Doleantie niet volgden, schreef ds. G. Wisse: ‘Vervolgens zal spoedig voor opleiding van dienaren des Woords moeten gezorgd. Is men eenmaal zoo ver, dan volgt al het andere vanzelf.’ Nu, vanzelf gaat er ook in de kerk niet zoveel goed…, maar de woorden van Wisse geven wel aan hoe cruciaal de theologische opleiding voor het leven van de gemeenten, van de kerk is. In hervormde gemeenten is hier nogal eens weinig zicht op. 

Hervormde studenten

In 1968 besloot de christelijke gereformeerde synode dat voortaan ‘ook diegenen die niet uitdrukkelijk de wens te kennen geven om predikant te worden in de Christelijke Gereformeerde Kerken, toch volledig aan onze Theologische Hogeschool kunnen studeren’. Men dacht hierbij ook aan meisjes die zich voorbereiden wilden op een taak in het christelijk onderwijs. Dat diverse hervormde predikanten hun opleiding ten dele in Apeldoorn ontvingen, laten de bijdragen van ds. Brendeke en ds. Ten Brinke op deze pagina zien.

Voor de predikantsmaster zijn alle hervormde studenten overigens op de PThU aangewezen – en dat is waardevol en nodig, om als aanstaande dienaar van het Woord al in de opleiding het kerkelijk gesprek te leren voeren, juist door de confrontatie met andere overtuigingen dieper te wortelen in de gereformeerde traditie en de gereformeerde belijdenis.

God der wetenschappen

Los van het missen van de brede context waarin hervormde predikanten moeten gaan functioneren – die context kan de TUA nu eenmaal niet bieden – waarderen we de opleiding in haar vasthouden van de samenhang tussen wetenschap en vroomheid. Rond de start merkte ds. F.P.L.C. van Lingen op in eigen gelederen te merken ‘dat men vergeet dat de Heere zich een God der wetenschappen noemt’. In dezelfde adem wordt uitgesproken dat ‘de eerste eis die voor een dienaar des Woords geldt is dat hij zelf genade kent en genade beleeft’, ‘hoofdeisch is dat eene leeraar geestelijke levenservaring heeft’.

Wanneer de woorden die prof. W. van ’t Spijker uitsprak bij een eerder jubileum onderschreven blijven worden, heeft de TUA toekomst, zelfs als de secularisatie verder doorzet. ‘Als we iets van het eigene van de gereformeerde theologie doorgeven, denken we aan de oude woorden: Theologie voert tot God, doet God kennen en wordt door God onderwezen. Om met het laatste te beginnen: er is geen theologie dan die wij leren in de school van de Heilige Geest. Daarom is echte theologie altijd geestelijk van aard. Zij berust op openbaring. En zij doet ons dan God kennen. Theologie is kennis van God, door God geleerd. En zij voert tot God, leert Hem dienen en liefhebben.’