Uitbundige blijdschap

Psalm 47 is een lofzang op Israëls en onze Koning. Hij bevrijdt

Hemelvaart lijkt nauwelijks van invloed te zijn op het wereldgebeuren. Maar dat is schijn. De Geest van de profetie getuigt in Psalm 47 van Israëls Koning: Hij is Koning over de hele aarde.

Deze Koning is ‘opgevaren’ na Zijn volk verlost te hebben. Dat is zeer verblijdend.

‘God vaart op onder gejuich, de HEERE onder bazuingeschal’ lezen we in Psalm 47:6. De uitleggers verschillen van mening over de achtergrond van deze ‘opvaart van God’.

Velen denken aan 2 Samuël 6:11-19. David bracht de ark uit het huis van Obed-Edom naar Jeruzalem. Een feestelijke stoet met juichende mensen brengt de ark onder geschal van bazuinen, door de straatjes van Jeruzalem, omhoog naar de berg Sion. Deze ark is Gods genadetroon. God zetelt dus (op de Sion) op Zijn heilige troon.

Andere uitleggers wijzen op Gods opzienbarende overwinningen op Israëls vijanden, bijvoorbeeld bij de intocht in Kanaän. Of ze denken aan de overwinning van koning Josafat op de Ammonieten, Moabieten en Edomieten (2 Kron.20:20-30). 

Strijder voor Israël

De HEERE strijdt voor Zijn volk. Hij onderwerpt volken aan Israël. Na Gods overwinning komt het volk terug in Jeruzalem. Men looft de HEERE met gezang, harpen en trompetten en keert terug naar het huis van de HEERE. Hij is inderdaad ‘ontzagwekkend’. ‘Grote vrees voor God kwam over alle volken toen men hoorde dat de HEERE tegen de vijanden van Israël gestreden had.’

Op grond van de verzen vier en vijf denken wij aan de verovering van Kanaän. De HEERE, de Allerhoogste, ‘daalde af’ om voor Zijn volk te strijden. Dat gebeurde eerst in Egypte, bij de Rode Zee en in de woestijn, maar ook bij de intocht. Kanaänieten, Amorieten en Hethieten onderwerpt Hij aan Israël. Hij kiest voor Israël ‘een erfelijk bezit’ uit, een eigen land. De psalmist noemt het in vers 5: ‘de trots (de pracht) van Jakob, die Hij heeft liefgehad’.

Deze verovering van Kanaän is voltooid in de tijd van David. De HEERE legde ook de Filistijnen en Jebusieten ‘onder Israëls voeten’. Toen ‘ging Hij op’ met gejuich. Onder hoorngeschal ‘besteeg’ Hij de Sionsberg om dáár te tronen. In deze strijd voor Israël toont de HEERE Zijn heerschappij over de volken.

Voor alle volken

Maar zie, nu getuigt de psalmist door de Geest der profetie: Gods strijd ten gunste van Israël komt ook de volken ten goede. Vandaar zijn oproep tot grote blijdschap: ‘Alle volken, klap in de handen; juich voor God met luide vreugdezang.’ Waarom? ‘Want de HEERE, de Allerhoogste, is ontzagwekkend, een groot Koning over de hele aarde.’ Let daar goed op: álle volken moeten Hem eren.

Voor Israël is Psalm 47 de nieuwjaarspsalm geworden. Het is een lofzang op hun Koning! Dat is het ook voor christenen. Wij zingen Psalm 47 om de hemelvaart van onze Koning, Jezus Christus, te vieren. Deze psalm is een voorafschaduwing van Zijn universeel koningschap. ‘God regeert over de heidenvolken.’ 

Eerst afgedaald

Wie de blijdschap en lofprijzing in Psalm 47 enigszins wil vatten, moet letten op ‘de diepten van de vernedering’, die aan ‘de verhoging’ van onze Koning moesten voorafgaan. Israëls Koning ‘daalde af’ om voor Zijn volk Israël te strijden en het Zijn goede gaven te geven. Ook Christus ‘daalde af’ en heeft voor ons gestreden. ‘Hij heeft Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja tot de kruisdood. Dáárom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd.’ (Filip.2:8,9)

Hoe zegt Paulus dat in Efeze 4:8-10? ‘Toen Hij opvoer in de hoogte, nam Hij de gevangenis gevangen en gaf Hij gaven (...). Wat betekent dit ‘toen Hij opvoer’ anders dan dat Hij eerst neergedaald is in de diepten, namelijk de aarde? Degene Die neergedaald is, is ook Degene, Die opgevaren is ver boven alle hemelen om alle dingen te vervullen.’

Dat laatste betekent: om ál het geschapene met Zijn zegenrijke heerschappij te doordringen. Alles wordt herenigd. Christus brengt alles bijeen onder Zijn centrale macht tot een harmonieuze eenheid.

Er was en is nu nog disharmonie. De natuur, de geschiedenis van de volken en het leven van mensen met God en met elkaar leveren van die disharmonie een duidelijk bewijs. Maar onze hoog verheven Koning zal op grond van Zijn heilswerk de harmonie in Gods kosmos herstellen. 

In de gevangenis

Het is nodig dat de Geest ook ons ervan doordringt wat dit onze Kruiskoning gekost heeft. In Zijn vernedering heeft Hij ónze ziekten (ook het coronavirus) op Zich genomen en óns leed gedragen. Om ónze overtredingen is Hij verwond. De straf die óns de vrede aanbrengt, was op Hem. Door Zijn striemen is er voor óns genezing. Hij is in alles op dezelfde wijze als wij verzocht. Daarom kan onze verhoogde Koning een vergevend, medelijdend en getrouw Hogepriester voor ons zijn.

Hij heeft Zich ook vrijwillig vernederd onder de machten die ons en onze kinderen tot slavernij willen brengen. Denk aan het juk van de wet, die ons vervloekt, aan een gecorrumpeerde kerkelijke en politieke overheid (het Sanhedrin en het Romeinse keizerrijk) en niet te vergeten aan de zinloosheid van de schepping en aan de dood, die over alle mensen komt.

Hij begaf Zich in ‘deze gevangenis’ om ons die in Hem geloven, de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God te geven. Want bij Zijn ‘opvaart’ heeft Hij deze gevangenis als ‘krijgsgevangene’ met Zich meegevoerd, gebonden aan Zijn zegekar. Hij voer ten hemel op vol eer, de (onze) kerker werd Zijn buit (Ps.68:9 ber.).

Zendingsfeest

In Psalm 47 gaat het nog over vijandige volken die zich niet gewillig aan het ‘zachte juk’ van Gods Zoon onderwerpen en Zijn voeten niet kussen (Ps.2). Maar het wordt anders.

Na Hemelvaart komt immers Pinksteren. Israël viert dan het grote zendingsfeest. Dat betekent genade voor alle heidenvolken, want Israëls Messias verenigt Jood en heiden in één lichaam.

Daarom mag nu overal Zijn bevrijdend Evangelie klinken: ‘U mag uit de kerker van uw zonde en dood uitgaan, U verheugen in de vrijheid en blijdschap van de kinderen van God. Want Hij opent ook nu uw gevangenis door Zijn Geest. Hij overwint (uw ongeloof en verzet) van binnenuit en maakt u gewillig doordat Hij u krachtig tot Zich roept. Ook nu zegt Hij tot ‘Lo-Ammi, Ammi’. Mijn volk.’ (ds. G. Boer)

Zo is de hemelvaart van Christus een reden tot intense blijdschap. Lukas getuigt ervan in Lukas 24. De discipelen aanbidden Jezus en keren terug naar Jeruzalem met grote blijdschap. 

Opwekking tot lofprijzing

De blijdschap over het ‘opstijgen’ van God wordt in Psalm 47 nog versterkt door de oproep tot een lofzang. Maar liefst vijf keer klinkt de opwekking: ‘Zing psalmen voor God, zing psalmen voor onze Koning, want God is Koning over de hele aarde.’ (vs.7,8) De Heilige Geest wil door deze opwekking Israël en de volken – en ook ons – tot een uitbundige, extatische blijdschap brengen. Hij bedoelt geen oppervlakkige, opgeklopte blijdschap. Die hoort thuis bij het ‘fakegeloof’, het tijdgeloof. Nee, deze psalmist roemt en verheugt zich in Christus’ genadige heerschappij over de hele aarde. Alles is aan Hem onderworpen, ook in crisistijd. Daarom: zing.

Wie leert ons dit loflied zingen? Alleen de Geest, Die Christus verheerlijkt: ‘Zing psalmen met een onderwijzing.’ Dat laatste betekent: met een lied dat recht doet aan onze allerhoogste Koning. Laat het een kunstig lied zijn. Maar óók een doordachte lofzang, een loflied met ‘geestelijk inzicht’ in de Persoon en in het werk van onze Kruiskoning. Deze zijn onuitputtelijk. Maar de Geest leert ons dit mediteren over Zijn volbrachte werk en over Zijn dienst, die Hij nóg in de troon der genade voor Zijn gemeente uit Israël en de volken verricht. Die Geest vernedert ons, maar geeft ook kracht in het lijden én een onuitsprekelijke vreugde in Christus en in de erfenis, die wacht: met Hem als koningen heersen. 

Indringende oproep

Deze Geest doet van Zijn hemelvaart een indringende oproep uitgaan tot Israël en alle volken, ook tot de wereldleiders: ‘Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt.’ Voeg u bij het volk van Abrahams God. Het is immers niet te zeggen wat sterven betekent voor ieder die Christus liefdeloos gehoorzaamheid weigert. Daarom, laten we leerlingen zijn van de Heilige Geest, Zijn ‘voeten kussen’. Laten we Hem aanbidden.

‘Zing psalmen met een onderwijzing’ en zie uit naar Zijn dag, naar Zijn stad. ‘Want de naties die zalig worden, zúllen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin.’ (Openb.21:24)

 P.H. van Trigt