Uitputting van de aarde vraagt om zelfbeheersing

‘Elke versoepeling vraagt nóg meer zelfbeheersing, geduld en discipline van iedereen.’ Bij monde van premier Mark Rutte riep de overheid bij het laten vieren van de teugels op tot matiging.

Na Pinksteren wijst de Heilige Geest inderdaad de weg van de zelfbeheersing.

Het ‘nieuwe normaal’ werd tot een bekende uitdrukking, evenals de ‘anderhalvemetersamenleving’. 2020 wordt het jaar waarin we met elkaar ontdekten dat het leven anders moet, dat een ongebreideld realiseren van onze verlangens de schepping en de samenleving ontregelt of zelfs ontsporen doet.

Het begon met de hoeveelheid stikstof in de lucht, althans met verbindingen tussen stikstof en zuurstof die schadelijk zijn voor mens en milieu, zoals dit ook ammoniak geldt. Uitlaatgassen van het verkeer, uitstoot van industrie en de hoeveelheid dieren in de veeteelt c.q. kunstmest op het land hinderen een gezonde flora en fauna. Toen de Raad van State oordeelde dat de beperkende maatregelen niet meer volstaan en er daardoor bouwvergunningen geblokkeerd werden, kwam de (groei van de) economie in gevaar. Dagelijks haalde minister Carola Schouten van landbouw in de maand februari het journaal. En sinds 1 april rijden we overdag maximaal honderd kilometer per uur. 

Lagere snelheid

Merkwaardig vond ik het dat we de maand ervoor nog wel harder reden, al wisten we dat een lagere snelheid de natuur en daarmee het leven ten goede kwamen. Honderd ging je pas rijden op het moment dat je anders een boete kreeg. Zelfbeheersing kwam blijkbaar niet van binnenuit, kwam niet voort uit de overtuiging dat we zoveel mogelijk doen wat goed is voor Gods schepping, voor de ander, voor de generaties na ons, voor de dierenwereld. 

*** 

Matiging, daartoe roept premier Rutte voortdurend op, nu het mogelijk lijkt de overheidsmaatregelen te versoepelen. ‘Voorzichtigheid nu is immers beter dan spijt achteraf.’ Het betekent dat elk mens zichzelf beperkingen moet opleggen, ten dienste van de ander. Het betekent vooral dat onze verlangens tegen het licht gehouden worden. Dat woordje ‘verlangen’ is heel cruciaal geworden. Verlangen naar uitgaan, naar vakantie op verre bestemmingen, verlangen naar meer en groter voor je werk, salaris en positie.

Tegelijk was er een andere kant. Het onrustige leven dat velen leidden, het moeten omgaan met prikkels en verwachtingen, de angst om dingen te missen – het viel even stil. Verlangen naar eenvoud, naar stilte, naar wandelen in de natuur in plaats van staan in de file, naar vriendschap die de binnenkant van je leven raakt – het maakte dat we het ‘goede leven’ anders gingen definiëren. 

Verlangen en gebod

Voor een christen heeft dit thema een diepere dimensie. Sinds de Romantiek draaien verlangens in onze cultuur immers veelal om onszelf, gaat het om geluk voor mijn persoonlijke leven. Het is God Zelf Die met Zijn woorden inbreekt in mijn leven en ons oproept Hem lief te hebben met heel ons hart, met al onze kracht. Sterk komt dat naar voren in de psalm die zingt over Gods geboden, die zingt over de Heilige Geest, Psalm 119: ‘Laat Uw geboden op reis mij niet ontbreken, omdat mijn ziel, omringd door duisterheden, zo dikwijls van verlangen is bezweken, om U te zien…’

Het Nieuwe Testament is te lezen als één strijd tussen aardse verlangens en het wandelen in de hemel. De oproep om te leven naar de Geest en de daden van het lichaam te doden – we komen die in diverse brieven van Paulus tegen. Als we bekleed zijn met de Heere Jezus Christus, ‘verzorgen we het vlees niet om begeerten op te wekken’. In het kader van dit begeren vallen woorden als dronkenschappen, zwelgpartijen, slaapkamers en losbandigheden, ruzie en afgunst. In dit alles hebben we matiging nodig, zelfbeheersing. Veel toelichting is daarbij niet nodig. 

1,75 aarde

Er zijn echter ook verlangens die onder orthodoxe christenen vaak niet de nodige aandacht gekregen hebben. Denk aan verlangens naar luxe, naar een groter bedrijf, naar meer spullen, naar een rianter huis. De ingewikkeldheid van ons economische leven doet hierin zeker mee, omdat we niet ineens het roer 180 graden kunnen wenden.

Tegelijk vraagt de grootschalige uitputting van de aarde om radicale stappen. In hoog tempo verbruiken we de grondstoffen die de aarde ons schenkt, die nodig zijn om te leven. Op dit moment hebben we al ‘1,75 aarde’ nodig om de grondstoffen te leveren die we mondiaal verbruiken. Dat is onze ‘ecologische voetafdruk’. Als iedereen leeft zoals wij in Nederland, hebben we 2,9 aarde nodig.

Na twee hete zomers dringt dit alles langzaamaan wat door. Ontbossing, bodemerosie en toename van stikstof in de atmosfeer hebben een einde. Als elke wereldburger zou leven zoals wij gemiddeld in Nederland leven, dan zijn op 4 mei – na ruim vier maanden! – de grondstoffen verbruikt die voor dat jaar beschikbaar zijn.

Gedisciplineerd

De vraag wat onze samenleving – én wat ik persoonlijk – van deze crisis leer(t), kan niet zonder een open Bijbel beantwoord worden. Het maakt dat we ontzet zijn als de reflex van Europa is om honderden miljarden euro’s in de economie te pompen, opdat we na dit voorjaar tot het oude normaal terug kunnen keren. Het betekent dat we oog moeten hebben en houden voor de oorzaak van droogte en hitte, van sprinkhanenplaag of luchtvervuiling, dat we hart moeten hebben en houden voor de zwakken in de samenleving, de vluchtelingen wereldwijd. En als je toch wilt of moet vliegen, gaan we dit financieel compenseren en zo concreet bijdragen aan een reële ecologische balans.

Het appèl om gedisciplineerd te leven is in deze context logisch. Het woord ‘discipline’ roept echter helaas negatieve gedachten op, alsof het om het je houden aan regels gaat, om beperkingen voor jou. In de Bijbel herkennen we het woord ‘discipel’ erin, dat verwijst naar het volgeling van de Heere Jezus zijn, naar de bereidheid om van Hem te leren. Zo moeten we de oproep van premier Rutte tot discipline zien: de bereidheid om werkelijk te willen leren, het vermogen om je gedrag aan te passen en dingen anders te gaan doen. Het is de sportwereld waarin het sterkst blijkt dat discipline en training leiden tot het bereiken van je doelen. 

Gedragsverandering

In de Bijbel maakt een discipel de keuze om radicaal voor het goede te gaan, om te luisteren naar wat de Ander mij leren wil. Het gaat hier niet alleen om overdracht van bepaalde kennis. Een leerling weet van een persoonlijke band met zijn Meester, deelt het leven met Hem, aanvaardt de waarden die Hij belangrijk acht. Als de Meester de voeten van Zijn leerlingen wast, beoogt Hij een gedragsverandering van hen.

Delen we in Nederland op deze wijze ons leven met de liberalen, dan is Rutte onze leermeester. Horen we bij de socialisten, de Groenen of de rechts-populisten, dan komen er andere namen. Voor een christen is dit afwijkend. Zijn discipline zal geleerd en verinnerlijkt moeten worden in de omgang met God, waarin de geboden van Hem de veilige kaders van ons leven zijn. 

Eén vrucht

Vrucht van het werk van de Heilige Geest in mijn leven, dát is matigheid, zelfbeheersing. Op geduld komt het aan, en goedheid, blijdschap, zachtmoedigheid, liefde. Het zijn alle kenmerken van die ene vrucht. Galaten 5:22 reikt ons negen kenmerken van een christelijke levenshouding aan. Die zijn niet los verkrijgbaar: zonder zelfbeheersing daarom geen vrede, maar voortdurende ontevredenheid, zonder geloof geen blijdschap, maar eenzaamheid en angst, zonder geduld geen vriendelijkheid maar stress.

Matigheid (een woord dat in de HSV zelfbeheersing geworden is), heeft te maken met macht, met het macht hebben over verkeerde begeerten en gevoelens. Matigheid als vrucht van de Heilige Geest staat niet los van de geestelijke vrijheid. Immers, als je onmatig bent, ben je gebonden aan die begeerten, zondige verlangens naar groter en meer en verder. Die matigheid leert de Geest in de geloofsverbondenheid met Jezus Christus, de Meester. Dan gaat jaloersheid eraan omdat de ander meer heeft, dan gaat hebzucht eraan waardoor je zelf over de grenzen gaat van wat passend is. De Geest van Christus herstelt in de gelovige het beeld van God, dat in de zondeval teloorgegaan was.

Daarin ligt een cruciaal verschil met een niet-christen die ook matig kan leven. Het Woord van God is voor diegene niet de norm, het Woord dat sociaal onrecht scherp kritiseert, dat opkomt voor de weduwe en de vreemdeling, dat Woord waarin Jezus bij gedoe over een erfenis (Luk.12) zegt: ‘Kijk uit en wees op uw hoede voor de hebzucht. Immers, al heeft iemand overvloed, zijn leven behoort niet tot zijn bezit.’ 

Niet afleiden

Leerzaam is het om te ontdekken dat matigheid geen verbod op genieten inhoudt, integendeel. Als ik een huis of een auto koop om te etaleren wat ik heb, dán zijn we niet vrij. Het zal erom gaan dat we voor alle gaven de Heere oprecht kunnen danken én dat wat we doen of hebben ons niet hindert in het gaan van de geloofsweg, ons niet afleidt in het volgen van Jezus.

Groeien in geloof – wie wil dat niet? Het betekent ook groeien in zelfbeheersing.

P.J. Vergunst