Uniek voor de kerk

Een tijd zonder Christus is een tijd zonder hoop

Wat heeft de kerk uniek in de aanbieding? Gegronde hoop. Ja, dat is een goed antwoord. Omdat God Zichzelf de ‘God van de hoop’ noemt.

Als de decembermaand met haar lichtjes voorbij is, als de winter langer duurt en de behoefte aan de zon groeit, kan somberheid een mensenleven binnentreden. Je zult maar gevoelig zijn voor de omstandigheden, je zult maar een erfelijke aanleg voor zwaarmoedige gedachten hebben. Ook de werkdruk kan je terneerdrukken, of spanning in de familie. Zwaar voelt dan het leven. 

Literatuur

Aan het einde van het journaal, op de laatste bladzijde van de krant is de conclusie veelal dat uitzichtloosheid en hopeloosheid domineren in deze wereld. Niet voor niets maken ND en RD op bid- en dankdagen speciale pagina’s met góéd nieuws. Juist deze kranten, die de Bijbel als richtpunt nemen voor hun denken en schrijven, kunnen in hun belichting van het nieuws een duistere wereld plaatsen in het licht van Gods Koninkrijk en daarmee het perspectief doen kantelen naar de hoop.

Wat voor de krant geldt, is ook aan de orde in de literatuur; een christen kan niet schrijven zonder hoop. Els Florijn, bekend om haar verhalen en romans, zei het onlangs in een lezing zo: ‘Literatuur roept om openheid, het diepste, het vuilste, het mooiste, het slechtste, het onbarmhartigste, het liefste; zonder embargo, zonder filter. Het geloof waarmee ik opgevoed ben en waar ik de waarde van inzie, vraagt ook om eerlijkheid, om recht-door-zee zijn, maar het gebiedt mij ook om nooit zonder hoop te schrijven, omdat er geen eeuwigheidsperspectief is zonder hoop.’ Zo benoemt ze hét onderscheid met seculiere auteurs. Een christenschrijver weet dat het kwaad in deze wereld niet overwinnen zal, hooguit het voorlaatste woord heeft. 

Zalige hoop

Allereerst heeft dat te maken met Kerst, Gods reddende ingreep in ons bestaan. Paulus onderwijst er de jonge Titus mee, wanneer hij schrijft dat vanwege de komst van de Zoon van God de gemeente in de verwachting leeft van ‘de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus’.

God Die mens werd, daarin ligt de hoop van een christen verankerd. Het is leerzaam om te ontdekken dat dit een rode draad is, als de zendeling Paulus over Christus spreekt. Zo lezen we in Romeinen 9 als bijzin over Christus: ‘Die God is boven alles, te prijzen tot in eeuwigheid.’ 

Niet het zichtbare

Over de hoop sprak paus Franciscus onlangs in een ontmoeting met studenten van een Duitse school voor journalistiek. In zijn toespraak erkende de rooms-katholieke geestelijke dat journalisten – en geldt het niet elke christenwerknemer in een seculiere context? – vanuit hun levensovertuiging het verschil kunnen maken. Hij riep de studenten op zich niet te laten leiden door de heersende mening, door pessimisme: ‘Doorbreek elke muur van somberheid en berusting met jullie passie.’

Los van het feit dat Franciscus de bron van de hoop niet noemde, is het waardevol dat hij een christen aanspoort een hoopvol mens te zijn. Zijn woorden sluiten aan bij wat Hebreeën 11 verwoordt, namelijk dat het geloof zich niet richt op het zichtbare, maar ‘een vaste grond is van de dingen die men hoopt’. 

Meer pessimisten

Hoe onderscheidend en lichtgevend hoopvolle mensen in ons land zijn, blijkt uit het recente rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau naar de stemming van onze landgenoten. Tegen de 42 procent die positief gestemd is over Nederland, staat een groep pessimisten van 48 procent. De reden van de somberheid – ondanks economische groei – zien mensen vooral in aanwezige armoede, in de vele voedselbanken. Daarnaast zijn mensen bang dat de Nederlandse identiteit en de onderlinge verbondenheid teloorgaan, terwijl anderen moeite hebben om al hun taken te combineren. 

Israëls Messias

Levensomstandigheden van mensen verschillen in mondiaal perspectief enorm. En toch, overal hebben mensen hoop nodig. Hoopt hoort bij leven. Je krijgt het al als na drie uur regen op de zomerse camping de lucht ietsje lichter kleurt, en al helemaal als je werkelijk in moeilijkheden verkeert. Hoop tilt je uit boven de concrete situatie, de armoede van vandaag, de ellende van morgen. Omdat het de Messias verwacht, kan Israël hoop houden en het leven als bedreigde natie eeuwenlang volhouden.

Het leven van een vrome Israëliet onderstreept de waarheid van Efeze 2, dat hoop nooit zonder de omgang met God gevonden kan worden. In dat hoofdstuk lezen we over het ‘eertijds’ van de gemeente, de tijd zonder Christus, zonder verwachting van de Messias: ‘U had geen hoop en was zonder God in de wereld.’ Die hoop strekt zich daarnaast uit tot voorbij ons leven(seinde). Wie alleen voor dit leven aan Christus genoeg heeft, wordt zelfs de beklagenswaardigste van alle mensen genoemd, die rekent niet met de vernieuwing van het lichaam, met de reiniging van de schepping. Paulus laat ons dat weten in 1 Korinthe 15, het hoofdstuk over de opstanding. Behalve met Kerst heeft hoop ook te maken met Pasen. Hoop hoort bij de heilsfeiten. 

God van het verbond

Het is goed ons te realiseren dat het voorwerp van de christelijke hoop voor alles God zelf is. Als ons oog niet op Hem gericht is, zeggen we immers met Job (7:6): ‘Mijn dagen zijn sneller gegaan dan een weversspoel, ze zijn vergaan zonder hoop.’ Daartegenover tekent het Oude Testament de gegronde hoop als wachten op de Heere, de God van het verbond. Met Psalm 130 zingt de pelgrim: ‘Laat Israël hopen op de Heere, want bij de Heere is goedertierenheid en bij Hem is veel verlossing.’ Ook vandaag mogen we de jongere generatie leren dat de hoop van een christen nooit in zijn cv, in eigen prestaties verankerd is, maar in Gods eeuwige trouw. 

Overvloedig in de hoop

In het Nieuwe Testament is de hoop sterk verbonden met Jezus Christus. Kolossenzen 1 noemt het zelfs het geheimenis van het Evangelie: ‘Christus onder u, de hoop op de heerlijkheid’. In Hem is het uitzichtloze van het menselijke bestaan doorbroken voor ieder die gelooft dat Hij de Zoon van God is.

Het hoopvolle in ons bestaan staat daarmee ten diepste los van ons karakter, van onze welvaart, van ons aardse geluk. In Romeinen 15:13 zien we de sterke relatie tussen ‘de God van de hoop’ en een leven waarin een christen ‘overvloedig is in de hoop’, door de kracht van de Heilige Geest. De Geest houdt de hoop levend.

Voor wie werkt in de kerk, wie geroepen is op een intensieve post, wie missionair werk in eigen kracht niet vruchtbaar kan laten zijn, wie arbeidt in een context waarin de kerk kwetsbaar is – de God van de hoop wil Zijn gemeente voortdurend vervullen met blijdschap en vrede in het geloven. Het is tot oneer van Hem als die hoop ons leven niet draagt.

Naar het Vaderland

In de hemel wordt de hoop bewaard. Ze is een erfenis die niet vergaan kan, waar niemand bij kan komen. Ook dat is dankzij Pasen realiteit voor de kinderen van God. De opstanding van Jezus deed hen tot een levende hoop geboren worden. Door aanvechting en volharding wordt die hoop versterkt.

Ja, die aanvechting hoort er ook bij. In Handelingen 28 zegt Paulus zelfs: ‘Om de hoop van Israël heb ik deze boeien om.’ Juist waar het leven zwaarder wordt, verdiept de hoop. Wie nog niet in het Vaderland is, zingt: ‘De hoop moet al ons leed verzachten.’ 

Politiek

Na een recente radio-uitzending over hoop zei een cabaretier: ‘En wat doe je als je denkt aan hoop? Precies, dan nodig je onze premier uit, Mark Rutte. Montere Mark, de man die altijd maar blijft lachen, haha. Het maakt niet uit wat er gebeurt, hij blijft de opgewektheid zelve.’ Hoe dit zij, elke politicus wil ons land hoop bieden, omdat we leven van de hoop. Zien we hier het verschil tussen politiek, waar beloften nogal eens niet waargemaakt worden, en het christelijk geloof? ‘Wij’, aldus 2 Korinthe 4, ‘houden onze ogen immers niet op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet.’

P.J. Vergunst