Van de kansel geweerd

Gedachtegoed Nijkerkse predikant tast belijden van de kerk aan

De van huis uit hervormde predikant E.J.A. van der Kaaij werd zondag 18 januari door de gereformeerde kerk in zijn woonplaats Nijkerk van de kansel geweerd. Wat leert ds. Van der Kaaij precies en hoe komt hij daarbij?

Aanleiding was een interview dat ds. Van der Kaaij had gegeven in ‘De Stad Nijkerk’. Dat interview verscheen kort voor Kerst 2014 – toen velen zich opmaakten om de geboorte van het Kind van Bethlehem te herdenken – onder de in het oog springende kop ‘Historische Jezus heeft nooit bestaan’.

In het betreffende interview verwijst ds. Van der Kaaij naar een eerder dat jaar door hem gepubliceerde studie waarin hij zijn these nader ontvouwt. Die studie heet De ongemakkelijke waarheid van het christendom. De echte Jezus onthuld. Alleen al zo’n titel roept wantrouwen op. Bij titels met een combinatie van woorden als ‘mysterie’, ‘onthuld’, ‘echte’ en ‘waarheid’ gaat het immers vaak om esoterische lectuur. Daarin wil men zich afzetten tegen een gevestigde traditie (meestal de kerk) die van alles onder de pet gehouden zou hebben en zal men wel even vertellen hoe het ‘echt’ zit.

De argwaan wordt nog versterkt door de uitgeverij waar Van der Kaaij’s boek is verschenen. Uitgeverij Boekscout uit Soest werkt op printing-on-demand basis, wat inhoudt dat men slechts exemplaren van een boek drukt voor zover daarom gevraagd wordt. Zodoende hoeft de uitgeverij niet erg kritisch te zijn op wat ze in het fonds opneemt. Boekscout kan dus op haar website schrijven: ‘De kans dat we je manuscript voor onze uitgeverij accepteren is dan ook erg groot’. Dat zal geholpen hebben om Van der Kaaij’s boek gepubliceerd te krijgen.

Inspiratie

Ds. Van der Kaaij blijkt geïnspireerd door The Jesus Mysteries, een boek van de Britse auteurs Timothy Freke en Peter Gandy (1999). Volgens deze Freke en Gandy (en Van der Kaaij neemt dat van hen over) zouden de berichten over geboorte, sterven en opstanding van Jezus zoals de evangeliën die doorgeven teruggaan op een Egyptische mythe over een opstaande en stervende God.

Die mythes zijn er inderdaad, en op de achtergrond ervan staat de opkomende en ondergaande zon die als god vereerd werd. In zo’n Egyptische cultus zou nu ook ene Christus aanbeden zijn, en de kerk zou vervolgens aan het begin van de jaartelling deze mythische god aan een historische persoon verbonden hebben: Jezus van Nazareth. In werkelijkheid zou Jezus echter nooit hebben bestaan, en het christendom dus een uitgevonden religie zijn.

Wetenschappelijk?

Hoe staat het nu met de wetenschappelijke papieren van deze theorie? Daarover kunnen we kort zijn. Ds. Van der Kaaij vertelt het er natuurlijk niet bij, maar de betekenis ervan is wetenschappelijk nihil. We hebben werkelijk geen enkele historische aanwijzing om te denken dat het zo gegaan is als Freke, Gandy en nu ook Van der Kaaij ons willen doen geloven. De immer vriendelijke nieuwtestamenticus N.T. Wright achtte de these zelfs zo ongeloofwaardig dat hij een uitnodiging van de BBC om er met Freke en Gandy over in discussie te gaan afwees. Hij motiveerde dat met een veelzeggende vergelijking: een professionele sterrenkundige gaat ook niet in discussie met astrologen die beweren dat de maan is gemaakt van groene kaas.

Nu kun je nog vermoeden dat Wright dit zegt omdat hij orthodox christen is. Maar ook Wrights liberale vakgenoot Bart Ehrman, die bepaald niet bekend staat om zijn orthodoxe sympathieën, verwijst de these van Freke en Gandy resoluut naar de prullenbak. Daarvoor hoefde hij niet eens hun boek te lezen. Ehrman wijst erop dat de ontkenning van de historische Jezus een oude gedachte is die om de zoveel tijd weer opduikt maar die wetenschappelijk gezien geen enkel krediet verdient. Het bewijsmateriaal voor het bestaan van Jezus is namelijk zo overweldigend dat het bizar is om het in twijfel te trekken. ‘Er is derhalve geen enkele verantwoordelijke historicus (…) en ook geen enkele professionele bijbelwetenschapper die ook maar enig krediet geeft aan iets wat hier in de buurt komt.’

Ook in Nederland ken ik geen (bijbel)wetenschappers die iets zien in ideeën als die van Freke, Gandy en Van der Kaaij. Dat Jezus niet als historische persoon bestaan zou hebben, is dan ook niet iets wat studenten theologie vandaag de dag aan de universiteit meekrijgen. Wanneer dit soort ideeën opgeld doet, kan men de schuld daarvoor dus niet aan de wetenschap geven.

Gnostisch

Hoe kan het dan dat zo’n buitenissige opvatting gepropageerd wordt door een toch degelijk opgeleide protestantse predikant? Het antwoord zit mijns inziens verscholen in een klein zinnetje in het wat warrige interview met ds. Van der Kaaij: ‘De mens heeft (…) iets goddelijks.’

Daar raakt Van der Kaaij de kern van dit oude – wat we noemen: gnostische – gedachtegoed. Het is intussen precies deze gedachte van een goddelijke kern in de mens die vandaag velen aanspreekt. Het geloof dat God op unieke wijze in Jezus van Nazareth aanwezig zou zijn, is van daaruit bezien aanstootgevend. God – en eventueel ook Christus – zit immers in ons allemaal. Wij zijn niet van een ander afhankelijk om met God in contact te komen, want de basis voor dat contact is gewoon in ieder mens zelf aanwezig.

Ds. Van der Kaaij is helaas niet de enige die voor dit gedachtegoed valt (al is het onbegrijpelijk dat hij het als protestants predikant doet). Integendeel, het zit in de lucht en sluit op een bepaalde manier aan bij de postmoderne tijdgeest. Die heeft niet zoveel met exclusieve aanspraken, zoals de belijdenis dat God Zich alleen in de mens Jezus van Nazareth ten volle zou hebben geopenbaard.

Kern

Maar het Nieuwe Testament valt zonder deze exclusieve aanspraak niet te begrijpen. Daarom is hier de kern van het Evangelie in het geding. Wie het ware mens-zijn, de kwetsbare geboorte, de lijdensweg en de kruisdood van Jezus niet erkent als Gods soevereine weg om onze verlossing te bewerken, tast niet alleen de fundamenten van het kerkelijk belijden aan (voor Nicea heeft Van der Kaaij dan ook slechts laatdunkende woorden over), maar gaat bovendien in tegen de strekking van het Nieuwe Testament. Die is namelijk antignostisch.

Met name Paulus en Johannes richten zich nadrukkelijk tegen de gedachte dat we vanuit onszelf tot verlossende kennis (gnosis = kennis) van God kunnen opklimmen zonder Jezus daarvoor nodig te hebben. Johannes bijvoorbeeld zegt niet zonder reden: ‘Elke geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is niet uit God’ (1 Joh.4:3). Daarmee wijst hij leringen af waarin men het wel over Christus had, maar ontkende dat Deze als mens van vlees en bloed op aarde geleefd heeft.

Hoewel de gnosis dus al in het Nieuwe Testament werd afgewezen, is ze de kerk altijd blijven begeleiden, als een onderstroom die van tijd tot tijd telkens weer boven kwam. Want ze sluit voortreffelijk aan bij ons religieuze denken en streven. Ze tast onze autonomie niet aan. Ze ziet ons niet als zondaren, maar hooguit als gevallenen. Ze kan ook niets met het Oude Testament, waarin het heil door en door aards gedacht wordt. En ze kan al helemaal niets met een speciale positie voor het volk Israël.

Belijden aangetast

Nu weet ik niet in hoeverre dit alles bij ds. Van der Kaaij opgaat. Hopelijk is hij niet geheel consequent. Naar eigen zeggen roepen zijn preken geen weerstand op. Het is inderdaad mogelijk met een dergelijke visie nog altijd heel vroom te preken. Maar we moeten wel vaststellen dat het belijden van de kerk hier fundamenteel aangetast wordt. Want de ergernis van het Evangelie – dat het heil van God ons slechts ten deel valt dankzij leven, dood en opstanding van de Jood Jezus – is eruit weggesneden. De gereformeerde kerk te Nijkerk nam eerder deze maand dan ook een triest maar terecht besluit.

G. van den Brink

Dr. G. van den Brink is hoogleraar theologie en wetenschap en de Vrije Universiteit te Amsterdam en groeide op in Nijkerk.