Vijftig Artios-boekjes

Onderwijs is nodig voor een leven bij Gods geboden

Het is een bij de start niet voorzien resultaat: vijftig verschenen boekjes in de Artios-reeks van de Gereformeerde Bond. Een mijlpaal die onderstreept dat adequate toerusting noodzakelijk blijft.

Dat in 2005 het eerste deel in onze reeks verscheen, heeft een reden. Het was een jaar na de vorming van de Protestantse Kerk en een breuk in veel hervormde gemeenten. Het was het jaar dat de zorg voor de ambtsdragers aandacht vroeg, zeker waar in gescheurde gemeenten mensen zonder ambtelijke ervaring of zelfs ambtelijk besef geroepen werden tot leidinggeven aan de gemeenten. Mensen die zich voorheen min of meer aan de zijlijn van de gemeente ophielden, gingen in sommige situaties verantwoordelijkheid dragen. Als iemand die in zijn jonge jaren mede gevormd is door de ReformatieReeks van de Gereformeerde Bond, zei ik op een avond tijdens de koffie: ‘Zal ik eens nadenken over een boekenserie?’ De eerste reactie die ik hoorde: ‘Zou je dat wel doen, wie leest er tegenwoordig nog?’ Ik heb het toch gedaan…

Vorming en toerusting

De serie is de jaren door nauw verbonden gebleven aan het beleid van de Gereformeerde Bond, doordat bestuursleden de redactie vormden. Naast ondergetekende waren dat eerst dr. G. van den Brink en ds. J. Harteman, later dr. P.F. Bouter, ds. J.J. ten Brinke en ds. C.H. Hogendoorn, alle jaren bijgestaan door een vertegenwoordiger van uitgeverij Groen in Heerenveen.

Ons doel is tweeledig. Uiteraard stond en staat de vorming en toerusting van gemeenteleden en ambtsdragers voorop. Bij monde van Hosea klaagde de Heere ooit het volk Israël én de priesters aan. ‘Omdat u de wet van God hebt vergeten, zal ook Ik uw kinderen vergeten.’ Een leven bij Zijn geboden, toegepast op een brede levenspraktijk, luistert voor Hem nauw. Daartoe is onderwijs nodig, behalve vanuit het Woord ook onderwijs over ethische, maatschappelijke, geestelijke, kerkelijke thema’s. Als dit gebeurt in gebondenheid aan de Bijbel, in verbondenheid met de belijdenis van de Reformatie, dan bouwt dit op en bindt dit samen. 

Belijdenis van de Reformatie

‘Bevorderen dat de Protestantse Kerk in Nederland zich gebonden weet aan de gereformeerde belijdenis’, dat is de missie van de Gereformeerde Bond. Het is een missie die veronderstelt dat leden van de Gereformeerde Bond die verbondenheid bij zichzelf herkennen. In elk geval is vandaag het in hedendaagse taal ontsluiten van de rijke inhoud van de belijdenis geen overbodige luxe. Om het met een woord van onze oud-voorzitter dr. A. van Brummelen te zeggen: ‘Hoezeer onkunde ons parten speelt en eigenzinnigheid ons lagen legt, de belijdenis heeft zeker binnen de Gereformeerde Bond nog altijd gezag. Ze kanaliseert het zuivere water van de bron. Ze onderwijst, ze corrigeert. De praktijk der eeuwen heeft geleerd dat wanneer de belijdenis aan de hand van de Schrift tot klinken wordt gebracht, dat juist dan de gemeente opluistert.’ Een beloftevol woord is dat!

Tegenspraak mogen alle uitgaven best oproepen, al is het ernstiger dat dit gebeurt bij uitgaven over ons beeld van God of het genadige spreken van God in de heilsfeiten dan in een boekje over de plaats van dertigers in de gemeente of de visie op muziek. Sowieso leidt tegenspraak tot de vorming van een visie, tot het verinnerlijken van gedachten die hopelijk gegrond zijn op het Woord. Wie niet leest, leert geen argumenten wegen en die later zelf inbrengen. 

Podium voor auteurs

Ons doel is tweeledig, zei ik. Naast het eerste argument van de bijbelse toerusting is de reeks ook gestart om auteurs een podium te bieden, om predikanten of anderen die uit zichzelf niet direct tot een publicatie zouden komen hiertoe de gelegenheid te bieden. Zo stimuleren we de gaven die aan de gemeente en haar voorgangers gegeven zijn. Hiermee onderstrepen we dat elke predikant dienaar van de kerk is, die met zijn deskundigheid op een zeker terrein de gemeenten als geheel mag dienen. Er mag tijd genomen worden om die deskundigheid te verdiepen, opdat er vandaag theologen blijven die zich specialiseren in een bepaalde discipline. 

Bijbels perspectief

De gehoorzaamheid aan het Woord én de toerusting van gemeenteleden zijn twee kanten van dezelfde medaille. Het slot van 2 Timotheüs 3 toont dat, als Paulus zijn geestelijke zoon leert dat ‘heel de Schrift door God ingegeven is, nuttig is om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid’. Blijkens de (onder)titels van onze uitgaven was die Bijbel het ijkpunt: bijbelse troost over de zaligheid van jonggestorven kinderen, het bijbelse recht van de kinderdoop, een bijbelse doordenking van de heilsorde, homoseksualiteit tussen Bijbel en actualiteit, een bijbelse verkenning van het beeld van God, levenswijsheid in bijbels perspectief…

Kwetsbaar maakt dit wel, vooral afhankelijk, omdat het redactie en auteurs verplicht om te zoeken naar de grotere verbanden in de Schrift, nauwgezet te luisteren naar de openbaring van God in Zijn Woord. 

Toegerust

Waartoe ontvangen we de Bijbel als autoriteit? Aansluitend aan de woorden over het gezag van de Schrift zegt Paulus dit: ‘opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust’. Toerusting (in het Grieks: artios) is dus een bijbelse opdracht. Het is deze tekst uit 2 Timotheüs 3:17 die in elke uitgave afgedrukt wordt: ‘de mens die God dient, mag dankzij de Schriften berekend zijn op zijn of haar taak in het leven, volledig toegerust tot alle goede werken.’ Door dat Woord wordt de gemeente opgevoed om gerechtigheid te doen, wat recht is in de ogen van de Heere.

Het is dat Woord dat de mens tot zijn bestemming brengt, geschikt om een instrument te zijn dat God gebruikt, ‘geheiligd en van veel nut voor de Heere’, zoals we eerder in de Timotheüs-brief lezen. Een hoog doel is dat, alleen te realiseren door het werk van de Heilige Geest. Dan word je een mens die weet wat hij van God ontvangen heeft, die daardoor met een vaste overtuiging in het leven staat, ook inzake ethische en maatschappelijke onderwerpen. In de eerste brief aan Timotheüs (6:11) sprak Paulus ook over ‘de mens die God toebehoort’, die jaagt naar gerechtigheid, geloof, godsvrucht. Verlangen mogen we hiernaar voor de gemeenteleden die we als ambtsdrager bezoeken, maar niet minder voor onszelf, voor onze kinderen.

Deze hoge doelstelling betekent voor de redactie niet alleen het bewaken van de continuïteit en de kwaliteit, ook van de identiteit, drie aspecten die tegelijk aandacht vragen. 

Doop, avondmaal…

Over de vijftig delen – we gaan voorbij aan de parallelle reeks Artios-bijbelstudies, twee jaar geleden begonnen, een serie waarin reeds negen boekjes verschenen – kan veel te zeggen zijn, onder andere dat de verbinding met andere kerkgenootschappen gezocht is. Drie van de scribenten behoren tot de Christelijke Gereformeerde Kerken, terwijl diverse predikanten uit de Gereformeerde Gemeenten vanwege een tekort aan rust en ruimte in de agenda een uitnodiging moesten afslaan.

Belangrijker is de waarneming dat met name geloofsmatige uitgaven geleid hebben tot diverse herdrukken en hoge verkoopcijfers. Boekjes over de doop en over het avondmaal, boekjes over de orde van het heil en over het voor Gods aangezicht je levenseinde onder ogen zien, over de ervaring van Gods aanwezigheid in je leven – daarmee wordt de gemeente blijkbaar gebouwd. Naast de geloofsmatige thema’s komen de maatschappelijke onderwerpen aan bod, opdat we zeven dagen in de week leven als mens die God toebehoort. 

In de gemeente functioneren

Een mooie kant van de Artios-reeks is dat ze functioneert binnen de gemeente, haar opbouw dient. Hier is een kring voor jonge lidmaten rond Mijn beeld van God (ds. A. van Zetten), daar wordt aan doopouders het boekje van ds. A.J. Mensink (Genade als erfgoed) of van ds. J.J. Verhaar (Gedoopt in de Naam) gegeven, soms het eerste als het eerste en het andere als het tweede kindje geboren is, in een andere gemeente rust de kerkenraad de bezoekdames toe door hen de handreiking voor het ouderenpastoraat (Gij Die zo nabij zijt van ds. H.G. de Graaff) te geven. Inmiddels zijn diverse kerkenraden in het nadenken over zijn eigen roeping begonnen de maandelijkse vergadering te openen met een hoofdstukje uit het recente Op zoek naar vreugde in het ambt

Volharden

Tot slot, als Paulus in de brief aan Timotheüs spreekt over de mens die God toebehoort, mag niemand die deze woorden meeleest in een luie stoel gaan zitten. Mens van God, dan handel je met het Woord, ben je werkzaam met het Woord. De oproep volgt om zachtmoedigheid, gerechtigheid, geloof, liefde na te jagen, om de goede strijd van het geloof te strijden. Voor vrijblijvendheid is geen ruimte, een reden om in de toerusting te volharden. 

P.J. Vergunst

Bestel een los nummer, maak gebruik van onze actie en lees De Waarheidsvriend vier maanden voor € 10,- of neem een jaarabonnement op De Waarheidsvriend.