Wat is Gods wil?

We weten dat de Heere spreekt als Zijn Woord opengaat. Gods Woord is een lamp voor onze voet. Toch is er een toenemende verlegenheid en onzekerheid over de vraag wat het Woord betekent in de concrete praktijk van het leven.

We lezen dagelijks uit de Bijbel, we horen preken – of preken zelf – uit het Woord. We geloven dat de Schrift de enige bron en norm is voor al het kerkelijke spreken en handelen. Toch zijn er veel vragen rond de toepassing van Gods Woord in de praktijk van ons leven.

De toenemende verlegenheid en onzekerheid betreft niet zozeer de boodschap van het Evangelie. Het gaat ook niet over het Schriftgezag in formele zin, maar wel over de vraag wat het Woord betekent in de concrete praktijk van het leven. Er zijn vragen over huwelijk en seksualiteit – en vooral over homoseksualiteit – over het ambt en de roeping van vrouwen, over de zondagsheiliging, maar er leven ook nieuwe vragen rond duurzaamheid. We zoeken soms tastend onze weg. 

Leessleutels

De meeste prangende vragen hebben te maken met de toepassing van de bijbelse boodschap op ons dagelijks leven. Het zijn vragen op het terrein van de ethiek. Wat is goed en wat is slecht? Wie bepaalt dat? Voor ons is er maar één antwoord: Gods Woord is bepalend voor de ethiek.

Maar dan rijst een andere vraag, die van de hermeneutiek. Hoe kan ik afleiden uit de Bijbel wat Gods wil is bij concrete vragen? Hermeneutiek is de bezinning op de regels voor de juiste interpretatie van een tekst.

Hier wil ik mij nu vooral concentreren op de gereformeerde hermeneutiek in de ethiek. Wat betekent het heilig Evangelie en het heilige gebod voor de christelijke levenswandel? Welke hermeneutische principes – welke leessleutels of leesregels – zijn daarbij van wezenlijk belang? Hoe verspreidt het Woord van God vandaag licht op ons pad?

Daarom wil ik ingaan op vijf wezenlijke aspecten van de gereformeerde hermeneutiek (zie kader) en die in relatie brengen met de ethiek. 

Luisteren met ontzag

De vragen en verlegenheid, de onzekerheid en het tasten in het duister hebben vaak te maken met onze grondhouding. Het zijn symptomen van een innerlijke onzekerheid over het Schriftgezag dat we formeel wel erkennen. Zo ervaar ik dat tenminste zelf. Mijn enige houvast ligt in het Woord van God.

Daarom is Psalm 119 zo mooi. Bij al die verschillende woorden voor de wet van God: Uw getuigenissen, Uw bevelen, Uw verordeningen, Uw geboden, staat ‘Uw Woord’ – dabar – bij uitstek voor het belofte-karakter van de Thora. ‘Op Uw Woord heb ik gehoopt’, ‘Maak mij levend overeenkomstig Uw Woord’, ‘Ik vertrouw op Uw woord.’ Dat Woord is bevel en belofte tegelijk.

Tegelijk vind ik de genoemde vragen lastig en complex, zeker omdat orthodoxe christenen er in toenemende mate verschillend over denken. En wanneer ben je tegenwoordig nog orthodox?

In die onzekerheid, of liever verlegenheid, probeer ik mijzelf wel steeds terug te laten voeren naar de kern. Het gaat niet om mijn visie op God, maar om Gods visie op mij. Het is niet zo belangrijk wat ik ervan vind, maar ik wil weten wat de Heere ervan vindt en daarom is het mijn gebed: Laat mij Uw wil verstaan en doen.

Zelfopenbaring

De heilige wet is de zelfopenbaring van God. Je kunt dan ook bij elk gebod vragen: ‘Wat zegt dit gebod over God Zelf?’ We mogen geen afgoden dienen, omdat God de ene en de enige God is. We moeten rusten, omdat God de bron van onze vreugde is. We mogen niet doden, omdat Hij liefde is, geen overspel plegen, omdat Hij trouw is en geen vals getuigenis spreken, omdat Hij waar is. Het gaat er in de wet van God in de eerste plaats om Wie God is.

Van al Gods eigenschappen is Zijn heiligheid de meest centrale. Het is die eigenschap waarin alle andere kenmerken van Gods karakter samenkomen. Gods alwetendheid is heilige alwetendheid, geen verborgen camera die alles registreert. God almacht is heilige almacht, geen tirannie. Gods toorn is heilige toorn en Gods liefde heilige liefde, liefde tot aan het kruis.

Grondhouding

Vanwege die zelfopenbaring van de heilige God is onze grondhouding – ook bij alle lastige vragen en ondanks de verlegenheid – diep ontzag voor de majesteit van God Die tot ons spreekt.

Als we ons uitgangspunt voor leer en leven, voor dogmatiek en ethiek niet nemen in de God Die spreekt met majesteit, dan zijn we reddeloos verloren omdat we uiteindelijk overgeleverd zijn aan het goeddunken van ons eigen hart. Het juiste handelen begint met luisteren naar de heilige God. ‘Het eerste van alle geboden is: hoor, Israël…’

Daar is alles mee gezegd. Vanuit deze grondhouding kan het toch niet misgaan… Toch blijkt het in de praktijk – gezien de verschillende keuzes die christenen maken en de verwarring die er is rond veel vragen – niet zo simpel te zijn. Daarom is het ook goed om na te denken over enkele andere grondregels om de Bijbel uit te leggen en toe te passen. Verschillen tussen christenen komen vaak voort uit een verschil van inzicht met betrekking tot deze grondregels. We hebben allemaal dezelfde Bijbel, maar lezen die Bijbel op verschillende manieren.

Eenheid van de Schriften

Daarom is in de tweede plaats de eenheid van de Schrift fundamenteel voor de gereformeerde hermeneutiek. De historisch-kritische methode benadert de teksten uit de Schrift vanuit de oorspronkelijke historische context. Daar valt veel van te leren. Het zou verkeerd zijn om de ogen te sluiten voor het vele goede dat deze benadering van de Schrift heeft opgeleverd aan inzichten met betrekking tot de oorspronkelijke historische context van de bijbelboeken en de gelaagdheid van de tekst. Meer dan vroegere generaties orthodoxe christenen houden wij bij de concrete exegese rekening met de verschillende genres en de specifieke context van de canonieke boeken.

Moderne vooronderstellingen

Het probleem is echter niet dat de historisch-kritische methode te kritisch is, maar dat zij niet kritisch genoeg is. De eigen moderne vooronderstellingen – die bijvoorbeeld wonderen en voorzeggingen uitsluiten – worden niet onder kritiek gesteld. Bovendien wordt de Bijbel niet gelezen als openbaring van God maar als weerslag van menselijke ervaringen met God. Dat is een wezenlijk verschil.

Het is een zorg dat deze grondhouding via de wetenschappelijke exegese die aan de universiteiten gedoceerd wordt – vaak onbewust – doorsijpelt in de prediking, zeker als er geen tegenwicht meer is van een gezonde gereformeerde hermeneutiek en spiritualiteit. Deze manier van denken wint ook onder evangelicale en reformatorische christenen veld als het beroep op de bijbeltekst in de ethiek of de dogmatiek afgedaan wordt als ‘ook maar een mening’.

H. van den Belt