Bedroefd, maar toch blij

Bedroefd, maar toch blij
Bedroefd, maar steeds blij… Hiermee wordt ons hele leven als kinderen van God beschreven. Altijd zijn daar weer die twee dingen die samengaan. Droefheid en blijdschap.

Het lijkt wel of ze standaard hand in hand gaan. Wanneer je blij bent als een van je kinderen vol vuur bijbelstudies leidt in zijn plaatselijke gemeente, dan voel je tegelijkertijd het verdriet over je andere kind dat niet veel meer met het geloof heeft. Een vriend gaat scheiden, een broer trouwt. En zo gaat het maar door. Het lijkt ook wel alsof op mooie dagen droefheid dieper gevoeld wordt. En of op diep droeve dagen glinsteringen van genade beter gezien worden. Wanneer je op een begrafenis ineens de zon ziet doorbreken bijvoorbeeld, of wanneer je in een ziekenhuisbed bemoedigd wordt door een bijbeltekst.

Het lijkt wel of in deze dagen, de dagen die de geschiedenis zullen ingaan als ‘coronacrisis’, het principe van ‘bedroefd, maar toch steeds blij’ ook duidelijker zichtbaar wordt. Onze zoon in Nederland, die in een proefperiode zat van zijn nieuwe baan, kreeg geen contract, omdat niemand weet hoelang deze crisis duurt. Hij kan niet naar ons toe, wij kunnen niet naar hem. Maar dan die genade, die zichtbaar wordt in mensen in Nederland die naar hem omzien. Zomaar, uit vele onverwachte hoeken. 

Hier op het veld is veel onzekerheid: moeten zendelingen naar huis? Blijven ze? En dan weer de blijdschap die je voelt door de saamhorigheid en het vurige gebed dat opgezonden wordt in tijd van nood. Je ziet de gevolgen van de crisis bij mensen hier die elke dag eten van datgene wat ze die dag verdienen. Geen geld betekent geen eten. En dan weer die initiatieven van hedendaagse ‘Macedoniers’ die ‘te midden van veel beproeving door verdrukking, ondanks hun buitegewoon diepe armoede, met overvloedige blijdschap vrijgeving zijn’.

Soms hebben ze in andere talen van die woorden die zo goed zijn, dat ze eigenlijk niet te vertalen zijn. Ik heb dat een beetje met de woorden van 2 Korinthe 6:10 in het Engels. ‘Sorrowful, yet always rejoicing’.

Marieke den Butter