De verloren generatie

De verloren generatie
‘Ik heb een generatie verloren’, zei Nellie toen ze rijst in kommetjes schepte. Samen met een collega zat ik bij haar aan tafel. Nellie woont al tien jaar in een dorp van een minderheidsbevolkingsgroep.

En toen we aan tafel zaten vertelde ze over die generatie. De generatie die hun kinderen in het dorp achtergelaten heeft en hun ouders voor hun kroost laten zorgen. De vaders en de moeders, die fabrieksarbeider zijn in het oosten van Thailand of die sojamelk verkopen in Bangkok.

Zo’n drie keer per jaar komen ze thuis. En als ze thuiskomen… nou dan lijkt het wel Sinterklaas. Nieuwe fietsjes, kleren, snoepgoed of zelfs een smartphone. Dat er amper gefietst kan worden in het dorp, doet er niet zoveel toe. Dat kinderen gigantisch verslaafd zijn aan hun telefoon en opa en oma geen benul hebben van wat hun kinderen kijken, lijkt geen probleem. Nou ja… soms. Als oma haar kleinkind van zeven moet voeren, omdat ze niet weg kan kijken van haar speeltje bijvoorbeeld. 

De volgende dag maken we vroeg een wandeling. Nellie vertelt over de kerk, het grote drugsprobleem onder mannen, het zwoegen van de vrouwen op het land en over het varken dat vetgemest wordt voor een bruiloft. 

Als we net het dorp uitgelopen zijn, spreekt Nellie een man op een motorfiets aan. Hij ziet er slaperig uit. Hij heeft net zijn vrouw weggebracht om rijst te oogsten voor hun dagelijks ‘brood’. Voorop de motor staat een meisje van een jaar of vier. Verstopt in een traditionele draagzak op zijn rug zit een baby’tje van drie maanden. Kindje van een onbekende vader die haar moeder in Bangkok had ontmoet. Opa past vandaag op zijn kleinkinderen. Wat de baby te eten krijgt? Mierzoete gecondenseerde melk uit een blikje, aangelengd met water. 

Ik voel mijn hart letterlijk zinken bij de aanblik van dit kleine popje op de rug van opa en het verlegen meisje dat haar handjes vastklemt aan de spiegels van de motor. Waar begin je als kerk in vredesnaam als je een generatie verloren bent? Als moeders hun zuigelingen vergeten lijken te zijn. 

Marieke den Butter-Kommers