Doel

Doel
‘Links of rechts?’ roep ik over mijn schouder naar mijn man Gerrit. ‘Links,’ hoor ik vlak achter mij. Het fietspad loopt nu met een bocht naar beneden. Dat komt goed uit, we hebben haast.

We zijn op vakantie in Oostenrijk. De afgelopen week hebben we – langs de Donau – van Passau naar Wenen gefietst, een prachtige route. Gisteravond zag ik in een flyer de mogelijkheid om met een boot van Wenen naar Bratislava te varen. De fietsen konden mee. Mijn man pakt zijn laptop en zoekt de aangegeven site op om plaatsen te reserveren. Hij kijkt op: ‘Dat wordt ‘m niet, het is volgeboekt.’ Hij laat mij het rode vakje bij de datum zien. ‘Een schip waar zeshonderd man op kan... dan zijn er altijd wel mensen die afzeggen,’ merk ik even later nadenkend op. ‘Zullen we het er gewoon op wagen en morgen naar de aanlegsteiger fietsen? Wie weet...’ Ik kijk Gerrit vragend aan.

De ligplaats is verder weg dan we ingeschat hadden, maar geen probleem, we trappen gewoon wat harder. Om 8:45 uur zal de boot vertrekken. Ik werp een blik op mijn horloge, het gaat erom spannen. ‘Ha, nee toch,’ roep ik. Hard trap ik op de rem, de weg loopt dood, wat nu? Snel raadpleegt Gerrit zijn gps. Hij kijkt om zich heen en wijst: ‘Als we daar de trap op gaan, komen we weer op de goede weg.’ We ploeteren met onze fietsen de trap op, springen er weer op en racen verder.

‘Hij ligt er nog,’ roep ik opgewonden, ‘we hebben ‘t gehaald.’ Van blijdschap rijd ik bijna de loopplank op. Dan valt het mij pas op hoe rustig het hier is. Een wat oudere man komt naar ons toelopen: ‘Die Schiffe varen deze maand nicht weiter als Wenen, der Wasserstand is te laag.’ 

Zondags preekt de dominee over ‘lopen in de renbaan’. Zoals een loper in de renbaan een duidelijk doel voor ogen heeft, zo moeten wij ook ‘jagen’ naar de dingen die ons heil aangaan. Ik zie ons weer jagen over het fietspad. Das Ziel, schiet het door mijn hoofd, het Duitse woord voor ‘doel’.

Marijke de Wit