Gedenken totdat Hij komt

Gedenken totdat Hij komt
In de late uren van zaterdag 27 oktober 1972 werd de jonge zendeling Peter niet zijn echte naam samen met zijn collega Sam in een klein plaatsje in Laos gevangengenomen...

...door een kleine groep Noord-Vietnamese, communistische soldaten. Peter en Sam moesten met hen te voet naar Hanoi in Vietnam. Dat duurde 39 dagen. Door aanhoudende regen, honger, malaria, kapotte voeten, bloedzuigers en mishandeling werd het een barre tocht. Op naar de beruchte Franse gevangenis ‘Maison Centrale’. 

Peter, nu 68 en nog steeds samen met zijn vrouw werkzaam in Laos, gaf mij twee jaar geleden zijn biografie. Het boek raakt me diep. Peter doet zich in zijn boek niet geestelijker voor dan dat hij zich op dat moment voelde. De pijn was groot en diep. Hij was niet altijd geestelijk sterk, maar wat hem troost gaf, waren flarden van bijbelteksten, gezangen en avondmaalsvieringen. Op 26 november 1972, onderweg naar Vietnam bijvoorbeeld. 

Sam en Peter waren gedwongen om onder een boom te zitten. Het regende pijpenstelen en met een stukje plastic boven hun hoofd probeerden ze tevergeefs droog te blijven.

‘Wat voor dag is het, Sam’, vroeg Peter. Sam aarzelde even… ‘Zondag’, zei hij toen. ‘We kunnen de Heere gedenken’, zei Peter. ‘Met wat rijst dat ik nog in mijn zak heb en water’. Sam begon een oud gezang te zingen en Peter dacht aan een regel in de Messiah van Händel waarin hij Jesaja 40:5 beschrijft. 

En zo, terwijl ze daar kletsnat onder die boom zaten, rillend van de malaria en ellende, daalde de vrede van God neer. Ze zongen, overdachten het Woord en vierden met rijst en water het avondmaal. Vele zondagen gedachten ze zo de dood van hun Heere. Later in de gevangenis werd de rijst vervangen door een harde oude baguette. Maakte niet uit, gedenken kon altijd. 

Spurgeon zei eens: ‘Zorg dat je hart recht is voor Christus. Hij zal je dan vaak bezoeken en zo je doordeweekse dagen veranderen in zondagen, maaltijden veranderen in sacramenten, huizen in tempels en de aarde veranderen in de hemel.’

Dat gebeurde, denk ik, daar onder die boom en in de gevangenis. 

Marieke den Butter-Kommers