Herdenken met beven

Herdenken met beven
Herdenken, dat doen we vaak in ons leven. Op 4 en 5 mei maken we nog eens een extra pas op de plaats. Veteranen worden geŽerd en de koning en de koningin leggen een krans bij het Nationaal Monument.

Op één of andere manier dringt zich altijd weer die hardnekkige vraag aan me op: ‘Waar zou ik gestaan hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog?’ Het liefst zie ik me als Corrie of Betsie ten Boom of als die boerin die altijd iets klaar had liggen voor mensen die in de hongerwinter op zoek waren naar eten. Ik zie mezelf graag als iemand die het leven redde van een Joods kind of als iemand die in een kinderwagen bonkaarten naar een onderduikadres bracht. Eigenlijk gelijk daarna dringt een ander beeld zich aan me op. Het beeld van die man die niet de Hitlergroet bracht op een bomvol plein waar iedereen met zijn arm omhoog stond. Hij stond er in zijn eentje. 

En dan weet ik: hoogstwaarschijnlijk zou ik niet tot de dapperen behoren. Hoogstwaarschijnlijk zou ik ‘nuchter’ zijn en ‘denken om de veiligheid van mijn kinderen’. Ik zou die Engelse piloot misschien nog net een broodje gegeven hebben, maar dan waarschijnlijk toch geprobeerd hebben om weer zo snel mogelijk van hem af te komen. Misschien zou ik hem wel verraden hebben als er Duitsers met een geladen pistool en een grommende herdershond voor mijn deur stonden, die eisten dat ik vertelde waar die piloot was – op straffe van de dood. 

Dan voel ik mijn hart krimpen, want ik weet: om echt christen te zijn moet ik Jezus meer liefhebben dan het leven. Ik moet altijd waarheid voorstaan en niet buigen voor leugen of onrecht, hoe klein die leugen ook is. Ik bedoel: vast niet iedereen die daar op dat plein met zijn hand omhoog stond, was overtuigd van de waarheid van het verhaal van de schreeuwer vooraan. Er waren er vast bij die hun hand omhoogstaken met de gedachte dat een leugentje om bestwil geen kwaad kan. 

Dan bid ik maar: ‘Heere, maak mij als Corrie, als Betsie of als die onbekende man op dat plein.’

Marieke den Butter