Moerbeiboom

Moerbeiboom
ĎZet nooit een moerbeiboom in je achtertuin,í zegt de buurvrouw, terwijl ze een dood blaadje afplukt van de plant die op het muurtje tussen onze tuintjes staat.

Een ogenblik daarvoor had ze gevraagd waar ik het kleine moerbeiboompje, dat inmiddels vol bloesem staat, vandaan gehaald had. ‘Nou,’ zeg ik, ‘ik heb hem hier gekocht bij een plantenwinkeltje. Fantastisch hè,’ voeg ik eraan toe. ‘Kijk eens hoe prachtig hij bloeit, er komen zelfs al vruchtjes aan.’ De buurvrouw deelt overduidelijk niet in mijn enthousiasme. Nadat ze mij met een serieus gezicht nog eens vertelt dat de boom niet in de achtertuin hoort, begrijp ik dat ze geen grapje maakt en dat ik inderdaad haar opmerking goed begrepen heb.

Ze vertelt verder. ’Ja, jullie weten dat waarschijnlijk niet, maar je mag echt nooit een moerbeiboom achterin je tuin zetten. Je kunt hem wel in de voortuin zetten. Dan trouwens ook wel het liefst in een pot zodat hij niet te groot wordt.’ Ik vraag aan de buurvouw wat de gedachte daarachter is en of het met bijgeloof te maken heeft. Ze knikt van ja en zegt dan fluisterend: ‘Het heeft te maken met de karakters die gebruikt zijn om de boom te beschrijven. Het karakter aan het begin van het woord ‘moerbeiboom’ klinkt als het karakter dat gebruikt wordt voor dood of voorouder. Geesten worden dus aangetrokken tot die boom.’

Ik kom ook te weten dat de achtertuin onderdeel is van je huis maar dat de voortuin publiek terrein is. Aangezien je natuurlijk geen geesten in je huis wilt, is de meest logische stap dat hij alleen in de voortuin mag, in een pot. Want stel je voor dat hij te groot wordt, dan krijg je alsnog last van geesten. 

Het mooie boompje met zijn heerlijke vruchtjes ligt letterlijk onder een vloek. De vraag is nu: wat doen we? Halen we het boompje weg of niet, zetten we het in een pot of in de grond, in de voortuin of in de achtertuin? Als we deze vraag ’s avonds aan tafel aan de kinderen voorleggen, zegt een van hen: ‘Nou, dan denk je toch gewoon: wat zou Jezus doen?’

Marieke den Butter