Rappers

Rappers
‘Waar luisteren jullie eigenlijk naar?’ Een paar meiden laten me de playlist op hun mobiel zien. Rappers zijn helemaal in en ik mag best meeluisteren. Ik hoor mannen met een flink accent ritmisch teksten opzeggen.

De veertienjarigen kunnen me moeiteloos inwijden in de rapwereld. Lil’ Kleine, Boef en Ronnie Flex zijn de grote namen. Waarom ze het luisteren? ‘Omdat het leuk en grappig is,’ antwoordt er een. De anderen knikken instemmend.

Ik vraag of ze ook sommige raps niet luisteren. ‘We letten op rare woorden,’ legt de ene uit. ‘We luisteren geen ‘Kind van de duivel’ van Jebroer,’ vult de ander aan. ‘Maar wel zijn andere raps,’ zegt de eerste weer. ‘Weet je dat die rapper Jebroer heet, omdat hij niet Jezus wil heten?’ vraag ik hen. ‘O, dat wist ik niet. Misschien is ie dan wel niet goed,’ stellen de meiden vast. 

’s Avonds verdiep ik me in de teksten van de rappers. Het zijn deels moeilijk doordringbare liedjes vanwege de vele straattaal. Uit wat ik wel begrijp, leid ik af dat deze jongens vaak op zoek zijn naar een beter leven. Boef zingt een liedje over ‘Ik wil weg’. Ronnie Flex heeft net een nieuw album met de titel Remi. Hij voelt zich blijkbaar alleen op de wereld. Ze dromen over het algemeen van vrouwen en veel geld. Onwillekeurig dringt zich de vergelijking met de verloren zoon op. Hij wil weg, is op zoek naar geld, en wil ergens anders een nieuw leven opbouwen. 

In een dagopening trek ik in de klas die lijnen. We komen er samen op uit dat het verlangen van de rappers aansluit bij het verlangen van tieners. Je wilt een mooi en een goed leven. De Bijbel leert je dat je dat buiten God nooit zult vinden.

Het verrast hen als blijkt dat Ronnie Flex op zijn nieuwste album rapt: ‘Spoel alle zonden van mij af.’ Het wordt stil in de klas als ik die cruciale bede via deze kromme stok naar voren breng. Het is de stilte waaraan je merkt dat hen een beter Evangelie is geleerd dan via hun oortjes vaak tot hen komt.

Arjan Baarssen