Schone lei

Schone lei
Ooit zat ik in groep 3. Ik herinner me een gebeurtenis uit die tijd nog als de dag van gisteren. Een jongen uit de klas had geld gepakt uit een doosje.

Dit werd breed uitgemeten. Eerst werd gesteld dat we een dief in groep 3 hadden. Toen de dader gevonden was, werd hij openlijk aan de schandpaal genageld. Want, wat het ergste was, deze jongen had uit het zendingspotje gestolen. Wat eigenlijk bedoeld was voor de arme kindjes, had híj gepakt. Op zijn lei schreef de juf met grote letters: DIEF.

Alle kinderen waren diep geraakt. In mijn hoofd is die jongen heel lang ‘de jongen die het zendingsgeld stal’ gebleven: niet te vertrouwen. De jongen zelf was waarschijnlijk nog het meest geraakt, maar daar maakte ik mij toen geen zorgen om. 

Als kinderen iets doen wat niet door de beugel kan, moet daar uiteraard iets aan gedaan worden. Maar altijd ten gunste van het kind! De pedagoog Wim ter Horst schreef meerdere malen: ‘De fout die het kind maakt, is de vindplaats van wat het kind nodig heeft.’ Als een kind iets verkeerds doet, weet je als opvoeder dat je iets te doen hebt en waar je iets te doen hebt. In sommige gevallen kan een straf op zijn plek zijn. In de meeste gevallen is het beter te spreken van een correctie. Je legt het kind uit waarom iets niet mag en soms is dit al genoeg. Dat er een consequentie is voor het doen van verkeerde dingen is juist een teken van liefde en genade. De opvoeder maakt daarmee duidelijk dat hij het kind niet wil laten op de plek waar het is. 

Het doel van de correctie of straf moet echter altijd zijn: vergeving en verzoening. In het voorbeeld uit mijn herinnering was er geen moment van vergeving en verzoening met de jongen. In ieder geval niet en plein public. In de opvoeding thuis, maar ook op school en in de kerk, moeten we met grote voorzichtigheid corrigeren en straffen. En zoals God ons iedere keer wil vergeven, moeten wij onze kinderen na een correctie of straf een schone lei aanbieden.

Elsbeth Visser