Spreken is goud

Spreken is goud
Twijfel is niet de grote bedreiging voor het geloof van kinderen en jongeren, maar stilte. Zo kopte onlangs een artikel in Christianity Today.

In het artikel werd verslag gedaan van een driejarig onderzoek onder kerkelijke jongeren dat uitgevoerd is door het Fuller Youth Institute uit de Verenigde Staten. Zwijgen is dan misschien wel spreekwoordelijk goud, maar wat betreft geloofsopvoeding moet er meer gesproken worden.

Het onderzoek toont aan dat ongeveer zeventig procent van de ondervraagde jongeren ernstige twijfels heeft over het geloof. En schokkender is dat minder dan de helft van deze jongeren dit met een volwassene of vriend deelt. Jongeren die wel met een ander over hun twijfels hadden gesproken, lieten een grotere rijpheid in geloof zien, aldus de onderzoekers. 

Om in gesprek te raken met jongeren moeten we niet wachten totdat jongeren met hun vragen en twijfels komen. Een goede vraag om een gesprek met een jongere mee te beginnen is: ‘Wat geloof jij niet, waarvan je denkt dat ik het wel geloof? En wat geloof jij wel, waarvan je denkt dat ik het niet geloof?’ Op deze manier ontstaat er een dialoog waar beide partijen iets over zichzelf moeten vertellen.

Als ouders en opvoeders willen we misschien graag dat kinderen en jongeren over hun geloof, vragen en twijfels praten, terwijl we zelf buiten schot blijven. Praten over het geloof kan lastig zijn, omdat we het helemaal niet gewend zijn. Het kan dan helpen als we bedenken dat kinderen en jongeren niet op succesverhalen zitten te wachten. Ook hoeft het verhaal niet over ons te gaan, maar over God. Mijn oma zou niet zo snel iets over haar eigen geloofsleven vertellen, door onzekerheid, de context waarin ze leefde en de angst voor grootspraak. Maar in haar verhalen over opa klonk altijd de grote liefde door voor de goede en grote God. Het waren verhalen waardoor als kind je verlangen gewekt werd. 

Als we openhartig met kinderen en jongeren willen communiceren over zaken van het hart, dan zijn we al snel geneigd onze uiterste best te doen en het van onze inspanningen te verwachten. Of we zien er zo tegenop, dat we zwijgen als het graf. Maar het is Pasen geweest, Hemelvaart en zelfs Pinksteren. De Geest is uitgestort, zodat we kunnen spreken.